De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad is niet alleen een belangrijke olie- en gasleverancier, maar ook een prominente bankier, in het bijzonder van de VS. Iran kan net als de andere olie-exporterende landen de petrodollars niet op, en belegt de handelsoverschotten vooral in dollar en in Amerikaans overheidspapier. Vorig jaar vloeide er voor 328 miljard dollar van de olie-exporterende landen naar de VS.
...

De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad is niet alleen een belangrijke olie- en gasleverancier, maar ook een prominente bankier, in het bijzonder van de VS. Iran kan net als de andere olie-exporterende landen de petrodollars niet op, en belegt de handelsoverschotten vooral in dollar en in Amerikaans overheidspapier. Vorig jaar vloeide er voor 328 miljard dollar van de olie-exporterende landen naar de VS. De afhankelijkheid van de VS van gerecycleerde petrodollars verstevigt de positie van Iran aan de onderhandelingstafel. Iran kan niet alleen de aanvoer van aardolie droogleggen, Ahmadinejad kan ook de kapitaalstromen naar de VS en dus de economische groei een bruuske klap toebrengen. Iran heeft er absoluut geen belang bij het spel zo hard te spelen - de broodnodige olie-inkomsten zouden dalen - maar Iran trekt ongetwijfeld de bankierskaart in het spelletje blufpoker met Bush. De stijgende olieprijs doet deze mallemolen intussen nog sneller draaien. De VS en het Westen moeten meer betalen voor de olie-invoer en lenen het geld onder meer bij de sjeiks. De olie-exporterende landen waren vorig jaar trouwens al de belangrijkste financiers van de VS dat - zoals bekend - massaal kapitaal moet invoeren om het torenhoge tekort op de lopende rekening te financieren. Het tekort van de VS is intussen opgelopen naar 7 % van het bruto binnenlands product (bbp). Zowat de hele wereld spaart om het handelstekort van de VS te financieren (zie grafiek). Dat deze unieke kapitaalstromen gepaard gaan met historisch lage rentevoeten, onderschrijft de Amerikaanse stelling dat niet de VS overmatig consumeren, maar dat de rest van de wereld (te) veel spaart en (te) weinig consumeert. De VS bewijst de wereld een dienst om dat spaargeld te lenen, op te doen en de wereldeconomie op die manier aan te vuren. Maar dat feest kan niet blijven duren, zo wordt nu al jaren gezegd. Die waarschuwingen bleken tot nu toe loos alarm en verliezen daarom snel geloofwaardigheid. Het gevoel dat het wel los zal lopen, wint veld. De buitenlandse schuld van de VS stijgt wel snel, maar de Amerikanen betalen nog altijd maar 1 % van het bbp aan interestlasten aan het buitenland, terwijl ze bijna evenveel verdienen aan hun buitenlandse tegoeden. Wat is dan het probleem? Welnu, de geschiedenis leert dat net dan, als gelatenheid zich meester maakt van de geesten, de poppen aan het dansen gaan. Zorgwekkend is in elk geval dat in de VS het geleende geld nu dient om de consumptie en niet langer de investeringen te financieren. En het instromende kapitaal wordt ook meer op korte termijn belegd, en komt van centrale bankiers of overheden, en niet langer van de privésector. Vraag is natuurlijk wie de rol van de VS zal overnemen als de yankees meer gaan sparen en minder gaan uitgeven, zoals de G7 (de club van rijkste landen) vraagt. De zweepslag die de VS via hun tekort op de handelsbalans aan de wereldeconomie geven, is 2 % van het wereld-bbp waard. Slaagt niemand erin de Amerikaanse invoer af te lossen, dan staat de wereldeconomie voor een krimp. De G7 pleit voor een sterkere Chinese munt en een zwakkere dollar, om alvast de handelsstromen tussen China en de VS meer in evenwicht te brengen. Een van de belangrijkste kandidaten om de rol van de VS als consumer of last resort over te nemen, zijn de olie-uitvoerders. Ahmadinejad & co. dus. Wanneer doen zij hun geld op? Niet meteen wellicht. Want ze hebben hun lesje na de oliebonanza in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw wel geleerd, en beschouwen de hoge olieprijzen niet als permanent. De andere kandidaat is Azië, geleid door China. Eigenlijk zou dit continent de handelstekorten moeten opstapelen, want daar liggen de groeimarkten die veel investeringen vragen. Maar deze ontluikende economieën kiezen er nu voor om dollarreserves op te bouwen, wat enigszins bizar is, omdat de return op deze reserves bijzonder laag is. Zakt de dollar in waarde, dan is de return zelfs snel negatief. Wellicht investeren China & co. in reserves om zich in te dekken tegen het soms wispelturige en mobiele kapitaal - ze zijn de Zuidoost-Aziatische crisis van 1998 nog niet vergeten. Op die manier versterken ze ook hun geloofwaardigheid als betrouwbare leverancier, net zoals een gezond bedrijf potentiële klanten meer vertrouwen inboezemt dan een ziek bedrijf. Dat wijst erop dat China & co. duurzaam willen meespelen in het wereldwijde knikkerspel. Daan Killemaes