De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Ik heb nooit goed begrepen waarom de kosten van kinderopvang niet als beroepskosten aftrekbaar zijn. En evenmin waarom de kosten van ziekenoppas niet als aftrekbare beroepskosten in aanmerking komen. De wet omschrijft beroepskosten als de kosten "die de belastingplichtige heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden". Zo is het voor iedereen duidelijk dat de kosten die ik mij moet getroosten om op het werk te geraken (bijvoorbeeld: autokosten) het karakter hebben van aftrekbare beroepskosten. En dat hetzelfde ook geldt voor de kosten van het gereedschap dat ik moet aankopen om mijn beroep uit te oefenen. Kosten van kinderopvang of van ziekenoppas zouden daarentegen - zo hebben we indertijd op school geleerd - niet de aard van aftrekbare beroepskosten hebben. Zij zouden tot een andere categorie kosten behoren. Een categorie die aan de eigenlijke beroepskosten voorafgaat. Kosten die hun determinerende oorzaak niet vinden in het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid, maar die een soort algemene kosten zijn die je moet doen om over het algemeen in staat te zijn om uit werken te gaan. Yoghurt. Ik zei het al: ik heb dat nooit goed begrepen. Als ik 's morgens mijn potje yoghurt opeet, dan versta ik blindelings dat de kosten daarvan niet als beroepskosten aftrekbaar zijn. Iedereen moet eten - jong of oud, werk of geen werk, communist of kapitalist. Op dezelfde manier begrijp ik zonder moeite dat de kosten van kous en slip ook nooit het karakter van aftrekbare beroepskosten kunnen hebben. Behalve de naturistische medemens heeft iedereen deze vestimentaire attributen nodig. Van autokosten van het woon-werkverkeer bijvoorbeeld wordt dan weer al even blindelings aanvaard dat ze wel het karakter van aftrekbare beroepskosten hebben. Merkwaardig genoeg is het betoog volledig anders zodra men het over kosten van kinderopvang of van ziekenoppas heeft. Die kosten zouden niet de aard van aftrekbare beroepskosten hebben. Nochtans worden die kosten ook louter en alleen gemaakt omdat ik anders mijn werk niet kan verrichten. Als ik geen opvang vind voor mijn zoontje, dan kan ik niet gaan werken en mag ik mijn beroepsinkomsten vergeten. En als mijn kleine gabber morgen ziek is, en ik geen oppas vind, dan zie ik (als kleine zelfstandige) de normale ontvangsten van de dag ook aan mijn neus voorbijgaan (tenzij ik me bekwaam in het 'e-papa' zijn, maar dat is weer een andere kwestie). Kier. De onmogelijkheid om dergelijke kosten als beroepskosten in rekening te brengen, wringt. Dat is allicht de reden waarom de wetgever vele jaren geleden de deur op een kier heeft gezet. Sindsdien wordt aanvaard dat je de kosten van kinderopvang toch in zekere mate, en onder bepaalde voorwaarden fiscaal in rekening kan brengen. Let wel: de aftrek als beroepskost is vandaag nog altijd uitgesloten. Maar de wetgever laat toe dat de kosten afgetrokken worden, niet bij het vaststellen van het netto-belastbaar 'beroeps'-inkomen, maar wel van het gezamenlijk belastbaar inkomen. Het verschil is niet louter academisch. Aftrekbare beroepskosten kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een overdraagbaar verlies. Uitgaven die slechts aftrekbaar zijn van het gezamenlijk belastbaar inkomen zijn slechts aftrekbaar in de mate dat er een gezamenlijk belastbaar inkomen voorhanden is. Het gedeelte dat niet als zodanig aftrekbaar is, gaat reddeloos verloren. Ukken. In een eerste fase was de aftrek van de kinderopvangkosten zeer beperkt. Zij gold alleen voor de opvang van kinderen ten laste die de leeftijd van drie jaar nog niet hebben bereikt. Alleen voor ukken dus. Maar sinds begin dit jaar ziet de toestand er helemaal anders uit. De wetgever heeft beslist dat de leeftijdsgrens opgetrokken wordt naar twaalf jaar. Voortaan kan je opvangkosten fiscaal in rekening brengen voor alle kinderen die jonger zijn dan twaalf jaar. Uiteraard nog steeds binnen zekere grenzen en onder bepaalde voorwaarden. Die houden onder meer in dat de uitgaven betaald moeten zijn aan welbepaalde opvangstructuren. Daartoe behoren onder meer de instellingen die gecontroleerd worden door het Vlaamse Kind en Gezin, het Waalse Office de la Naissance et de l'Enfance of de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap. De combinatie van die voorwaarde met de stijging van de leeftijdsvoorwaarde van drie naar twaalf jaar maakt dat het hek inmiddels van de dam is. Kinderen die op chiro- of scoutskamp gaan? Kosten aftrekbaar. Kinderen die tijdens de vakantie een tennisstage volgen? Kosten aftrekbaar (zij het in dit geval - zo vindt de minister - slechts voor de helft). Kinderen op internaat? Kosten aftrekbaar enzovoort. Tsoenami. Kortom, een ware fiscale tsoenami die van het destijds principiële verbod op de aftrek van kinderopvangkosten een lachertje maakt.Is het in die omstandigheden niet tijd dat het hele concept van de aftrekbare kosten dringend wordt herzien? En dat opnieuw enige logica geïnjecteerd wordt? Want waarom zouden in die omstandigheden kosten voor de opvang van kinderen van meer dan elf jaar, of van ziekenoppaskosten wel nog principieel van elke aftrek uitgesloten moeten zijn? Jan Van DyckHet wordt tijd om wat logica te brengen in de regeling rond aftrekbare kosten.