Federaal minister van Volksgezondheid en Leefmilieu Magda Aelvoet ( Agalev) weigerde vorige week de vergunning voor twee proefvelden voor genetisch gewijzigde gewassen (GGO's). Die beslissing komt er nadat de Bioveiligheidsraad tot twee keer toe een positief advies had gegeven. Daarom lijkt het besluit van Aelvoet om de aangevraagde proeflocaties te weigeren vooral een manoeuvre om haar groene achterban te plezieren.
...

Federaal minister van Volksgezondheid en Leefmilieu Magda Aelvoet ( Agalev) weigerde vorige week de vergunning voor twee proefvelden voor genetisch gewijzigde gewassen (GGO's). Die beslissing komt er nadat de Bioveiligheidsraad tot twee keer toe een positief advies had gegeven. Daarom lijkt het besluit van Aelvoet om de aangevraagde proeflocaties te weigeren vooral een manoeuvre om haar groene achterban te plezieren. Al van in de jaren tachtig bestaat er een regelgeving over tests met genetisch gewijzigde gewassen. Zulke tests zijn noodzakelijk voor de plantenbiotechnologen, precies om de efficiëntie en de veiligheid van de gewassen te bepalen. De proeven gebeuren in serres en in proefvelden, maar voor ze worden uitgevoerd moet de overheid haar toestemming geven. Daarom buigt een wetenschappelijk comité zich over de aanvragen, die worden gecontroleerd op potentiële gevaren voor de volksgezondheid en het milieu. Het comité geeft een ontwerpadvies aan de Bioveiligheidsraad - met daarin zowel gewestelijke als federale ambtenaren, waaronder ook een kabinetsmedewerker van Aelvoet - en op zijn beurt geeft de Bioveiligheidsraad finaal advies aan de minister. Uiteindelijk kan de minister beslissen wat ze wil. En dus floot Aelvoet twee projecten terug.Bovendien kondigde ze aan dat er in de Bioveiligheidsraad ook ecologisten en socio-economen moeten zetelen. Hoe kan je dan verwachten dat zo'n adviesorgaan nog een wetenschappelijke consensus vindt, als daarin leden zitten die van een GGO-vrij milieu hun strijdpunt maken? We gaan dus af op een catch 22. Aelvoet wil met de maatregel tegemoet komen aan een Europese richtlijn die in het maatschappelijke debat over biotechnologie aandacht wil voor een ethische en socio-economische component. Fijn, maar dat gaat over biotechnologie in haar algemeenheid. Niet over de toekenning van proeflocaties. Trouwens, deze koerswijziging van de overheid komt net op het moment dat op Europees niveau het besef groeit dat een rationele benadering van de plantenbiotechnologie de enige juiste is. Anders gezegd: de houding van Aelvoet dreigt een fundamentele waarde als de 'onderzoeksvrijheid' te ondermijnen. Want de adviezen gaan over proefvelden, dus lang voor er sprake kan zijn van een commercialisering van de gewassen in kwestie. Een mens kan voor of tegen genetische manipulatie zijn, maar tegen het vergaren van kennis kan toch niemand bezwaar hebben? En of milieuactivisten dat nu leuk vinden of niet, wetenschappelijke kennis moet worden getest. Punt uit.De dadendrang van Aelvoet is bovendien paradoxaal. De gewesten - zowel Vlaanderen als Wallonië - doen financieel ernstige inspanningen om de ontwikkeling van de biotechnologie bij ons te bevorderen. Vlaanderen had daarvoor tussen 1995 en 2000 zelfs meer dan 150 miljoen euro aan subsidies over. Niet zonder resultaat overigens. In de plantenbiotechnologie zitten de leidende Europese bedrijven in onze regio. Het laboratorium voor plantengenetica aan de Universiteit Gent bloeit als nooit tevoren. Kan iemand uitleggen waarom het nodig is eerst belastinggeld te stoppen in de ontwikkeling van een industrietak om die twintig jaar later de noodzakelijke ademruimte en onderzoeksvrijheid te ontnemen? Roeland Byl [{ssquf}]