De onderneming wordt vaak omschreven als een haard van sociale spanningen, machtsstrijd, conflicten, zelfs bekrompenheid. Een microkosmos waar allerlei vormen van pesterij in opmars zijn. Dat is uiteraard een eenzijdige karikatuur. Het bedrijf is ook die gezellige plek waar mensen zich kunnen ontplooien.
...

De onderneming wordt vaak omschreven als een haard van sociale spanningen, machtsstrijd, conflicten, zelfs bekrompenheid. Een microkosmos waar allerlei vormen van pesterij in opmars zijn. Dat is uiteraard een eenzijdige karikatuur. Het bedrijf is ook die gezellige plek waar mensen zich kunnen ontplooien. Nieuw onderzoek van Securex/ZebraZone (straatinterviews bij 1677 werknemers in alle Belgische provincies) bewijst het: 79 % van de ondervraagden beweert zich goed te voelen in de organisatie waar ze werken. Dat is beter dan in 2004. En het wordt nóg beter: 71 % is "tamelijk" tot "heel" tevreden over de werkgever, en 70 % voelt zich betrokken bij het bedrijf. 63 % van de werknemers beweert geregeld persoonlijke offers te brengen voor de organisatie omdat ze op dezelfde golflengte zitten wat waarden betreft. En 83 % is tevreden over zijn/haar job. Dat is een verrassend resultaat: de Belgische werknemers zijn dus meer tevreden over hun job dan over hun baas. Kortom: het werk lijkt belangrijker dan de persoon voor wie men werkt. Volgens Nathalie Delobbe, professor human- resourcesmanagement aan de UCL, legt het onderzoek een zeer traditioneel model van investeren in het werk bloot. "Het veiligheidsgevoel blijft hoog. De mensen hebben het over een goede, gezellige sfeer met een paternalistisch getinte inslag, waar weinig offers worden geëist en waar een bevredigend evenwicht heerst tussen beroeps- en privé- leven."Een en ander is een eind weg van de individualistische zwerfloopbaan die zo vaak wordt verheerlijkt. "Wat men er ook van beweert, de bedrijfswereld is er nog niet klaar voor. En dit onderzoek doet evenmin vermoeden dat de werknemers zitten te popelen," merkt zij op. "Het toont haarfijn aan dat nabijheidsfactoren zwaarder wegen dan de minder grijpbare factoren: het belang van de baan, de directe omgeving en de onderlinge relaties kennen minder variabiliteit dan de verhoudingen met de hiërarchische overste of de perceptie van de waarden van de organisatie."Het onderzoek toont weinig verschil in perceptie tussen mannen en vrouwen. Het generatie-effect speelt wél een rol, en zelfs zeer duidelijk. Voor wie jonger is dan dertig jaar, staat werk duidelijk minder centraal in het bestaan dan vroeger het geval was: slechts 66 % voelt zich betrokken bij zijn organisatie, tegenover 72 % binnen de rest van de onderzochte populatie. Werknemers die jonger zijn dan 35 jaar, tonen zich ook minder loyaal tegenover hun bedrijf: slechts 42 % denkt er niet aan het bedrijf te verlaten, zelfs niet als dat voordelig zou zijn. Bij de 35-plussers is die loyaliteit hoger: hier blijft 58 % liever zitten waar hij zit dan de wereld te verkennen. Het onderzoek toont ook nog een ander bijzonder opvallend fenomeen: de verschillen in appreciatie tussen het noorden en het zuiden van het land, maar dan helemaal niet zoals je zou verwachten. Zo voelen ze zich in Wallonië beter in hun bedrijf (81 % gunstige mening) dan in Vlaanderen (78 %) en vooral in Brussel (75 %). In het zuidelijke landsdeel voelt men zich ook meer betrokken bij de onderneming (79 % gunstige scores) dan in Brussel of in het noorden (23 punten minder)! Wallonië scoort ook hoger voor jobtevredenheid (87 %) dan Brussel en Vlaanderen (81 %). Toch lijken bepaalde clichés bevestigd te worden. De contacten tussen collega's en de hartelijkheid van de relaties blijken beter te zijn in Wallonië (89 %), vergeleken met Vlaanderen en Brussel (81 %). De Vlaming verklaart geregelder persoonlijke offers te brengen voor zijn organisatie omdat hij zich betrokken voelt bij de waarden (67 % tegenover 59 % aan Franstalige zijde). Hij kan zich ook beter vinden in de manier waarop de organisatie functioneert. In Brussel, uitgerekend het gewest waar de werkloosheidsgraad het hoogst is, zien werknemers de toekomst van de eigen organisatie minder positief in dan in het Vlaamse en het Waalse Gewest. Christophe Lo Giudice