Iedereen heeft de mond vol van innovatie. Innovatie lijkt wel de steen der wijzen om uit de crisis te geraken, de enige hoop om in de boksring van de geglobaliseerde economie overeind te blijven. Sommige van die vernieuwingen kunnen de regels van de communicatie, de energie en de productie grondig overhoophalen: veelbelovende technologie als big data, cloudcomputing, smart grids, 3D-printers, zelfrijdende auto's, nano-elektronica, hernieuwbare energie enzovoort. Volgens sommige consultants, analisten en economische zieners moeten we daar de nieuwe stoommachine en de nieuwe verbrandingsmotor -- die de productiviteit met enorme sprongen vooruit deden gaan -- zoeken.
...

Iedereen heeft de mond vol van innovatie. Innovatie lijkt wel de steen der wijzen om uit de crisis te geraken, de enige hoop om in de boksring van de geglobaliseerde economie overeind te blijven. Sommige van die vernieuwingen kunnen de regels van de communicatie, de energie en de productie grondig overhoophalen: veelbelovende technologie als big data, cloudcomputing, smart grids, 3D-printers, zelfrijdende auto's, nano-elektronica, hernieuwbare energie enzovoort. Volgens sommige consultants, analisten en economische zieners moeten we daar de nieuwe stoommachine en de nieuwe verbrandingsmotor -- die de productiviteit met enorme sprongen vooruit deden gaan -- zoeken. De tegenstellingen tussen de technosceptici, die ervan overtuigd zijn dat de digitale revolutie meer rijkdom heeft vernietigd dan ze geschapen heeft, en de technofielen, de predikers van de derde industriële revolutie, hoeven niet noodzakelijk een tweestrijd van antieken en modernen te betekenen. De innovaties zullen niet allemaal even zwaar wegen in de vooruitgang van de economie. Helemaal boven aan de piramide van de droombeelden prijken de driedimensionale printers. Volgens sommigen zullen ze de productie verschuiven, een einde maken aan de economische veroudering en elke woning omvormen tot een gepersonaliseerd fabriekje. 3D-printers werken volgens een techniek waarbij laagjes materie op elkaar gestapeld worden. Ze ogen zo revolutionair omdat ze, in tegenstelling tot de traditionele fabricage, flexibele productie en maatwerk op grote schaal mogelijk maken, zonder enige beperking in vormgeving. Ze worden voornamelijk gebruikt om industriële prototypes te maken, maar ze bewijzen ook hun nut in de juwelenindustrie, de gezondheidssector (medische prothesen) en de lucht- en ruimtevaart. "Het duurt wel langer en het is duurder als 150.000 stuks gemaakt moeten worden", vindt Mathilde Berchon, die een boek schreef over het onderwerp. Daar staat tegenover dat "het 3D-drukproces het mogelijk maakt om voorwerpen op verzoek te personaliseren en de stukken te fabriceren dicht bij de plaats waar ze gebruikt worden", voegt Geneviève Meyer van Capgemini eraan toe. Voor kmo's is het potentieel gigantisch: met zo'n fabriekje in zakformaat kan elk atelier een beperkte hoeveelheid identieke stukken produceren. De schoenfabrikant Salomon kan bijvoorbeeld dankzij de 3D-druk zijn concepten al snel vernieuwen en producten op maat ontwikkelen. Dat heeft al 50 werkplaatsen opgeleverd. Maar de boom wordt vooral verwacht van printers voor het grote publiek. Wanneer de prijs van de machines onder 1000 dollar zakt, wordt deze nog embryonale markt (2,2 miljard dollar in 2012) algemeen toegankelijk. "In de toekomst zal je met je smartphone een voorwerp kunnen scannen en het vervolgens met een 3D-printer kopiëren", voorspelt Frédéric Vacher van Dassault Systems, de wereldleider in 3D-software. Begin deze eeuw werd het oneindig kleine beschouwd als de drijvende kracht achter de technologische revoluties van de toekomst. Het zou de sectoren van de gezondheid, de energie en de elektronica voor het grote publiek op hun kop zetten. Tien jaar later blijkt dat de nanotechnologie -- waarmee materie tot op 100 nanometer nauwkeurig gemanipuleerd wordt -- de verwachtingen niet ingelost heeft. Een van de redenen zijn de zware investeringen in onderzoek en ontwikkeling. In de Verenigde Staten hebben Intel, Samsung en IBM zelfs een consortium opgericht om hun onderzoeksinspanningen te bundelen. Bovendien zijn er gezondheids- en milieurisico's aan verbonden die voorzichtige industriëlen koude rillingen bezorgen. Ondanks die hinderpalen geloven nog velen dat de 21ste eeuw uitgroeit tot het nanotijdperk. Zijn naam is Baxter. Hij heeft grote, levendige ogen, abnormaal lange armen, en hij werkt 6500 uur tegen 2,50 euro per uur. Voorlopig is de robot van het Amerikaanse bedrijf Rethink Robotics nog onhandiger en trager dan een mens, maar zijn opvolger zal zogoed als zeker de meest ingewikkelde taken kunnen uitvoeren. Heel wat experts beweren dat de robotica een krachtige hefboom kan zijn voor de concurrentiekracht. "Een ontwikkelde economie die de bocht naar de automatisering niet neemt, is gedoemd", benadrukt Robin Rivaton, lid van de wetenschappelijke raad van de stichting Fondapol. Volgens de expert hoeven robots in ontwikkelde economieën niet noodzakelijk synoniem te zijn voor jobvernietiging. "De cobotica, waarbij de robot bijstand verleent om de mens productiever te maken, is in volle ontwikkeling", verduidelijkt Olivier Fallou van Erdyn, een bureau gespecialiseerd in innovatie. In Frankrijk zouden er de komende vijf tot tien jaar enkele duizenden banen bijkomen in de dienstenrobotica (medische assistentie en zo). Het menselijke gedrag en de wereld voorspelbaarder en dus efficiënter maken, is het grootse doel van big data, het zwarte goud van de 21ste eeuw. In 2012 kwamen er 2,8 zettabytes of het equivalent van 700 miljard dvd's aan digitale gegevens bij, die massaal verwerkt kunnen worden door de informatica. Dat kan een grote invloed hebben op heel wat sectoren. Niet alleen op de marketing, maar ook op het gebied van energie (verspilling), distributie (voorraadbeheer), verzekeringen (het opsporen van fraude), banken, gezondheidszorg enzovoort. "Tegen 2015 zien de ondernemingen die gebruik weten te maken van die technologie hun financiële resultaten met 20 procent boven die van hun sector uitstijgen. Het gaat dan wel slechts over 15 procent van de grote groepen", zegt Roxane Edjali van de firma Gartner. Gezien de vereiste investering in mensen en informatica, denken de ondernemingen op dit ogenblik nog twee keer na voor ze zich aan het digitale avontuur van de big data wagen. Volgens sommige economen wordt het technologische concept overigens veel te hoog gewaardeerd. "In zekere zin kan big data vergeleken worden met de financiële markt van twintig jaar geleden. Die is door de verwerking van informatie ook niet efficiënter of maatschappelijk nuttiger geworden", vindt Olivier Passet, onderzoeksdirecteur bij Xerfi. Bovendien kunnen juridische hinderpalen opduiken die verhinderen dat de gegevens, die gratis opgehaald worden bij de consument, te gelde gemaakt worden. Volgens de recentste schattingen van het Franse Rekenhof kan de ontwikkeling van hernieuwbare energie Frankrijk tussen 2012 en 2020 tot 84 miljard euro kosten. Dat astronomische bedrag blijft de discussie tussen de voor- en tegenstanders voeden. Laatstgenoemden zetten zich vooral af tegen de lange wachttijd en het zwakke rendement van de groene energie. Toch geven almaar meer economen toe dat groene energie, waarvan de productiekosten voortdurend dalen, een goed middel is om de prijsschommelingen te temperen, de energie-uitdaging te verschuiven en zelfs de krachtsverhouding om te keren door sommige landen minder afhankelijk te maken van de grote energiebedrijven in de wereld. Duur op korte termijn, economisch interessant op lange termijn. Cloudcomputing is het nieuwe stokpaardje van ondernemingen die hun productiviteit willen opdrijven. Gegevens en programma's worden niet langer op de pc's van de medewerkers maar op servers opgeslagen. Tot nog toe hebben slechts enkele reuzen uit de sector -- vaak exorbitante -- cijfers vrijgegeven over de mogelijkheden van die nieuwe technologie. Volgens EMC, een van de leiders in de sector, zou cloudcomputing in Frankrijk 163 miljard euro besparingen opleveren en zowat 189.000 banen scheppen. De productiviteitswinst blijkt wel degelijke reëel: tot 30 procent in sommige sectoren, zoals de e-commerce. Maar de impact van de technologie op de werkgelegenheid dreigt minder gunstig uit te vallen. Onlangs schatte het Amerikaanse consultancybureau Hackett Group dat cloudcomputing tussen 2002 en 2017 zo'n 770.000 jobs bedreigt in de informatica-afdelingen in Europa. Smart grids maken gebruik van met elkaar verbonden sensoren en meters om het energieverbruik te managen en de energiediversificatie te bevorderen. "Gecontroleerd verbruik dankzij een netwerk van slimme elektriciteitsnetten, dat wordt een energierevolutie. Met zulke nieuwe infrastructuur kunnen vervolgens nieuwe gebruiksmogelijkheden en diensten ontwikkeld worden. We moeten veeleer in die infrastructuur investeren dan in zonne-energie", vindt Jean-Christophe Saunière, partner bij PricewaterhouseCoopers. Netwerkuitbaters, fabrikanten van elektrische apparatuur, software-ingenieurs en producenten van onderdelen zien het potentieel van die markt. Maar er rijzen twijfels over de economische leefbaarheid van het nieuwe systeem. Het vereist grote investeringen en het is niet zeker dat de productiviteitswinst voor de netwerkbeheerder en de behaalde energiebesparing dat kunnen compenseren. Sommige consumentenverenigingen hebben zo hun twijfels en vrezen voor stijgende prijzen. De wagen van morgen moet autonoom kunnen rijden, zelf parkeren en zich zelfs vanop afstand laten herstellen. Alle autoconstructeurs hebben plannen voor een geautomatiseerd voertuig in de la liggen. Toyota is van plan in 2015 met zijn versie uit te pakken, Daimler tegen 2020. Maar zullen zij wel die nieuwe markt kunnen inpalmen? Google heeft met zijn Google Car van 150.000 dollar al een lengte voorsprong genomen op de traditionele autobouwers. Zijn autonome auto's rijden al sinds 2012 rond op de wegen van Nevada, in zoverre zelfs dat men zich kan afvragen of de toekomst van de auto niet eerder in Silicon Valley ligt. JULIE DE LA BROSSE, L'EXPANSION