De nieuwe directeur van de Bloemenveiling Flora in Aalst, Julien Vanderhaegen (61 j.), doet al meteen een bekentenis : zijn vader was tuinier in Sint-Agatha-Berchem maar zelf wou hij die stiel nooit uitoefenen. "Je leefde in de natuur, dat wel," vertelt Vanderhaegen, "mijn vader kweekte chrysanten, viooltjes, geraniums, noem maar op, en verzorgde de tuinen van de rijke mensen. Ik hielp hem in de vakanties. Maar het was zoals bij de bijen : 's zomer moest je de fondsen verzamelen om de winter door te komen." Hij mag dan al geen...

De nieuwe directeur van de Bloemenveiling Flora in Aalst, Julien Vanderhaegen (61 j.), doet al meteen een bekentenis : zijn vader was tuinier in Sint-Agatha-Berchem maar zelf wou hij die stiel nooit uitoefenen. "Je leefde in de natuur, dat wel," vertelt Vanderhaegen, "mijn vader kweekte chrysanten, viooltjes, geraniums, noem maar op, en verzorgde de tuinen van de rijke mensen. Ik hielp hem in de vakanties. Maar het was zoals bij de bijen : 's zomer moest je de fondsen verzamelen om de winter door te komen." Hij mag dan al geen tuinier zijn, Vanderhaegen kent wél een veiling en zijn financiële keuken : hij is vijftien jaar extern accountant geweest van Flora. Na het college in Aalst, een graduaatsopleiding boekhouding en een specialisatie fiscaliteit, werd hij accountant voor het bouwbedrijf CFE in '66. Later stapte hij over naar de financiële staf van de CFE-dochter Safricas. "Mijn baas was professor Walter Missorten, die later nog rector was van de VUB," vertelt Vanderhaegen. "Ik moest verslag uitbrengen over het INGA-project dat Beneden-Afrika van elektriciteit moest voorzien." In '77 vestigt Vanderhaegen zich als zelfstandig accountant in Hofstade bij Aalst, waar hij nog steeds woont. Hij zag zijn zaak groeien ondanks de naweeën van de oliecrisis. "De mensen teerden op hun reserves van de golden sixties. Toen deden ze nog niet moeilijk over futiliteiten, zoals erelonen van accoutants," lacht Vanderhaegen. Zijn zoon, handelsingenieur en bedrijfsrevisor bij Arthur Andersen, zag het niet zitten om hem op te volgen. Daarom verkocht hij zijn kantoor eind '94, bleef er senior partner tot juni '96 en werd dan begin juli Flora-directeur. "Ik keek heimelijk op naar de siertelers," zegt Vanderhaegen. "Ze werken keihard, je hebt de indruk dat ze nooit slapen. Ik was steeds bezig met de harde cijfers van de veiling, maar nu moet ik de commerciële kant van de sierteelt leren kennen." Vanderhaegen zag het wel en wee van Flora : "Ik maakte de goeie periode mee tot vóór de brand op 2 mei '87, daarna de volledige heropbouw die ons 236 miljoen heeft gekost en ons opscheepte met een enorme schuldenlast."Vanderhaegen is niet te spreken over het verlaagd BTW-tarief (6 %) op snijbloemen in Nederland, tegen 21 % in België. Eenzelfde tarief zou de grote Belgische siertelers, die vaak hun producten op de reusachtige Nederlandse bloemenveilingen verkopen, naar Flora terughalen. "We moeten ons aanbod ook aanvullen met buitenlandse producten," zegt Vanderhaegen. "Een veiling moet het hebben van een breed assortiment, bestendigheid van aanvoer en kwaliteit van de producten."Brengt Vanderhaegen nieuw leven in de jarenlange vruchteloze toenaderingspogingen tussen de drie Belgische sierteeltveilingen (het Wetterse Produco, het Brusselse Euroveiling en Flora) ? Vanderhaegen antwoordt in tuinierstaal : "Er groeit iets." JULIEN VANDERHAEGEN (BLOEMENVEILING FLORA) Mijn vader was tuinier. Dat wou ik nooit worden.