Toen we voor deze test achter het stuur kropen, lieten we ons in gedachten terugvoeren naar iets meer dan tien jaar geleden. We hadden toen net de Porsche 911 Turbo aan de tand gevoeld en kopten ons verslagje met de titel 'Beste auto van de wereld'. Toegegeven, het was misschien wat enthousiast, en wellicht was 'leukste auto van de wereld' beter geweest, maar we zaten er toch niet ver naast.
...

Toen we voor deze test achter het stuur kropen, lieten we ons in gedachten terugvoeren naar iets meer dan tien jaar geleden. We hadden toen net de Porsche 911 Turbo aan de tand gevoeld en kopten ons verslagje met de titel 'Beste auto van de wereld'. Toegegeven, het was misschien wat enthousiast, en wellicht was 'leukste auto van de wereld' beter geweest, maar we zaten er toch niet ver naast. Ondertussen zijn we aan de zevende generatie van de 911 Turbo toe en is er niets veranderd. Of toch: het is allemaal sneller en vooral beter. Heel opmerkelijk is de stabiliteit bij zeer hoge snelheid, in de buurt van 300 per uur -- ja, dat kan en mag nog in Duitsland. Het ding ligt ook dan als een klever op de weg. En natuurlijk is er de acceleratie die iedere adem afsnijdt: de 911 Turbo stuwt je vanuit stilstand in 3,4 seconden naar 100 per uur. Normen die je alleen mogelijk waant in de formule 1. We probeerden het met de launch control ingeschakeld, een systeem om zonder wielspin zo snel mogelijk te starten, en hadden serieuze kriebels in de buik, zozeer word je tegen de rugleuning geduwd. Lang geleden dat we zoiets nog meemaakten. Daarvoor zorgt de zescilinder boxer van 3,8 liter die 520 paarden levert. Maar het meest indrukwekkende is de beheersbaarheid die deze 911 Turbo biedt. De eerste versies van de 911 en dus ook de Turbo-versie -- de allereerste werd in 1963 voorgesteld -- waren vileine auto's. Even wat te vroeg op het gas, bij het uitkomen van de bocht, met een spat te weinig ervaring achter snelle sturen, en je mocht de takelwagen bellen. Niets daarvan in deze nieuwe. Tijdens de testsessie op circuit waren we even te gulzig in een bocht die toch wel scherper was dan gedacht, ergens tussen 150 en 200 per uur, en de elektronische hulpsystemen brachten meteen weer balans in de auto. Ook de vierwielsturing (de achterwielen sturen in een heel kleine hoek mee) draagt serieus bij tot dat gevoel van stabiliteit. Het zorgt er mede voor dat de 911 Turbo ook best inzetbaar is, en aangenaam om rijden, in het dagelijkse verkeer. Het is allemaal zo goed, doeltreffend en beveiligend, dat puristen heimwee krijgen naar de oudere en gemenere driftkikker die de 911 Turbo ooit was. Naast de 911 Turbo is er nog een 911 Turbo S die iets krachtiger is (560 paarden), maar vooral beter uitgerust. Om dat laatste zal het hem bij de kopers ook te doen zijn, want is ons een raadsel hoe u het verschil op de weg zou kunnen merken tussen de twee versies. De gewone 911 Turbo is al een te duchten roofdier. JO BOSSUYT