Uit het laatste conjunctuurrapport van de bijzondere raadgevende commissie textiel en kleding van de CRB blijkt dat de textielsector zich langzamerhand herstelt van de zware klappen van de jongste crisis. "Daarbij valt op dat de concurrentiepositie van de textielsector aanzienlijk verbeterd is", analyseert ABVV Textiel. "Dat laatste is niet zonder belang in het kader van de komende sectorale onderhandelingen", voegt de vakbond daar fijntjes aan toe.
...

Uit het laatste conjunctuurrapport van de bijzondere raadgevende commissie textiel en kleding van de CRB blijkt dat de textielsector zich langzamerhand herstelt van de zware klappen van de jongste crisis. "Daarbij valt op dat de concurrentiepositie van de textielsector aanzienlijk verbeterd is", analyseert ABVV Textiel. "Dat laatste is niet zonder belang in het kader van de komende sectorale onderhandelingen", voegt de vakbond daar fijntjes aan toe. De vakbond haalt zijn inspiratie uit de handelsbalans (zie grafiek 1). Volgens het ABVV is die de beste maatstaf om de concurrentiepositie van een sector te meten. "Daarbij wordt gekeken of de sector competitief is in binnen- en buitenland. Dat gebeurt door de waarde van de uitgevoerde textielproducten te vergelijken met de waarde van de ingevoerde textielproducten. De handelsbalans voor de textielsector is positief. En dat is al jaren het geval." Uit de grafiek, die per periode van zes maanden de handelsbalans weergeeft, blijkt dat de export nooit hoger is geweest en het overschot op de handelsbalans nooit groter is geweest dan tijdens de eerste helft van 2010. In de eerste zes maanden van 2010 bedroeg het overschot op de handelsbalans in textielproducten bijna 2 miljard euro, of 500 miljoen euro meer dan het zesmaandelijks gemiddelde over de periode 2001-2009. De verklaring ligt volgens het ABVV Textiel paradoxaal genoeg bij de crisis. "Die betekende voor veel textielbedrijven de genadeslag: de productie werd stopgezet, en sommige bedrijven gingen failliet. Andere textielbedrijven kwamen daarentegen versterkt uit de crisis. Dat bleek al in 2009 toen bijvoorbeeld de tapijtsector weer winstgevend werd, hoewel de productie in dat jaar daalde. Daarnaast speelt ook het herstel van de Duitse industrie een belangrijke rol. De Belgische textielsector is een belangrijke toeleverancier en profiteert dan ook van het economische herstel in Duitsland." Maar is de sectorale handelsbalans wel de beste indicator om de concurrentiepositie van de textielindustrie te meten? Niet, volgens Fa Quix, gedelegeerd bestuurder van de sectorfederatie Fedustria. "De handelsbalans geeft het verschil tussen de totale textielexport en de totale textielimport. Daarin is niet alleen de export van de hier gefabriceerde goederen opgenomen", aldus Quix. En daar knelt het schoentje. "Een groot deel van de textielexport volgens de officiële gegevens is wederuitvoer van invoer uit goedkope landen. Die komt bijvoorbeeld binnen via de haven van Antwerpen en wordt via distributiecentra van grote merken of winkelketens die in ons land gevestigd zijn, verdeeld in Europa of daarbuiten." Dat het overschot op de handelsbalans voor een belangrijk deel aan doorvoerhandel te wijten is, blijkt ook uit het feit dat de totale Belgische textielexport de totale Belgische textielproductie ruimschoots overschrijdt. De crisis in onze textielsector is nog niet voorbij. Dat valt af te lezen uit de ontwikkeling van de omzet in de Belgische textielindustrie sinds het derde kwartaal 2008 - het eerste kwartaal van de economische crisis (zie grafiek 2). Vanaf het derde kwartaal 2008 heeft de textielsector gedurende zes opeenvolgende kwartalen zware omzetverliezen geleden. Over beide jaren is de omzet met zowat 30 procent gedaald. "Daarvan zal in 2010 zo'n 5 à 7 procent worden gerecupereerd", rekent Fa Quix voor. "Maar nu al is duidelijk dat er, na een verbetering in de loop van het eerste semester 2010, vorige zomer opnieuw een vertraging is opgetreden. Het betekent dat de economische crisis in de textielindustrie nog niet voorbij is, en zeker niet verteerd is. De toekomst blijft hoogst onzeker, ondanks alle innovatie-inspanningen." De beste graadmeter voor de concurrentiekracht is uiteraard het resultaat per bedrijf. "Door de fors gestegen grondstoffenprijzen en door de automatische loonindexering zijn de kosten van de Belgische textielbedrijven in 2010 opnieuw gestegen. Die konden echter niet of slechts zeer gedeeltelijk worden doorgerekend in de verkoopprijzen", zegt Fa Quix. "Dat heeft tot gevolg gehad dat de marges in 2010 verder onder druk kwamen te staan, zelfs bij licht stijgende volumes." Voor Fedustria is het duidelijk: de concurrentiepositie van het gemiddelde textielbedrijf is in 2010 verslechterd. "De gestegen export in het eerste semester is gedeeltelijk het gevolg van het macro-economische herstel, vooral in Duitsland, een belangrijke handelspartner voor onze Belgische textielindustrie. Onze bedrijven hebben een graantje kunnen meepikken van de Duitse groei door het volume-effect, maar niet door hun marktaandeel te verbeteren want hun concurrentiepositie verbeterde niet. Voorts is de doorvoerhandel een belangrijke verklarende factor." Om de concurrentiepositie te versterken, vraagt Fedustria voor 2011 een absolute loonstop - ook geen automatische loonindexering - af te spreken en in 2012 alleen een vorm van netto-indexering toe te kennen LIEVEN DESMETDe textielexport was nooit hoger en het overschot op de handelsbalans voor textiel was nooit groter dan tijdens de eerste helft van 2010.