Het Gemeentemuseum in Den Haag heeft, behalve een prachtig gebouw van Hendrik Petrus Berlage, nog een grote troef: het bezit de grootste collectie Mondriaans ter wereld en een van de mooiste verzamelingen van De Stijl, de enige wereldwijde kunstbeweging die een Nederlandstalige naam draagt. De Stijl ontstond honderd jaar geleden in Nederland. Daar koppelt het Gemeentemuseum een feestjaar aan, met tentoonstellingen over de smaakmakers van die revolutionaire beweging: Piet Mondriaan en Bart van der Leck.

De twee kunstenaars ontmoetten elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van der Leck begon zijn loopbaan in een glas-in-loodatelier, maar werd na een late studie aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid een zelfstandig kunstenaar. Hij zocht naar een manier om de werkelijkheid op een tijdloze en geabstraheerde manier weer te geven: hij reduceerde alles tot basisvormen en primaire kleuren (foto). Toen Mondriaan in 1916 Van der Lecks vroege experimenten met geabstraheerde vormen ontdekte, evolueerde diens kubistische landschapsstijl ook richting lineaire kleurvlakken. Van der Leck gaf Mondriaan het idee om in de drie primaire kleuren te werken.

Toen Theo Van Doesburg in 1917 het tijdschrift De Stijl lanceerde, waren beide artiesten daarbij betrokken. Maar al snel leidden inhoudelijke discussies tot spanningen, waardoor Van der Leck het Stijl-manifest zelfs niet ondertekende. Daarin stond dat alles in de radicale nieuwe visie moesten worden ontworpen. De vriendschap tussen Bart van der Leck en Piet Mondriaan hield niet stand, maar de expo in Den Haag toont hoe ze elkaar bleven beïnvloeden.

De tentoonstelling is bijzonder goed gestoffeerd, onder meer met zaalteksten van inwoners uit Laren, het dorp waar de kunstenaars elkaar leerden kennen. Maar vooral hun schijnbaar eenvoudige schilderijen maken de meeste indruk.

Piet Mondriaan & Bart van der Leck, nog tot 22 mei in het Gemeentemuseum in Den Haag

Thijs Demeulemeester