Vorige vrijdag diende KPMG België bij de Ieperse onderzoeksrechter Kristof Vulsteke klacht met burgerlijke partijstelling in tegen alle personen binnen Lernout & Hauspie die het onderzoek van het auditkantoor gehinderd zouden hebben. Hierbij beschuldigt de revisor zijn klant ervan bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen te hebben verstrekt. Wat vindt Marcel Bellen, ex-bedri...

Vorige vrijdag diende KPMG België bij de Ieperse onderzoeksrechter Kristof Vulsteke klacht met burgerlijke partijstelling in tegen alle personen binnen Lernout & Hauspie die het onderzoek van het auditkantoor gehinderd zouden hebben. Hierbij beschuldigt de revisor zijn klant ervan bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen te hebben verstrekt. Wat vindt Marcel Bellen, ex-bedrijfsrevisor en professor Controleleer en Speciale Vraagstukken aan de KU Leuven, van deze zet? MARCEL BELLEN (KU LEUVEN). "Je moet zo'n stap in zijn juridische context plaatsen. Het is duidelijk dat KPMG zich hier in een zeer moeilijk parket bevindt. In de boekhouding van het bedrijf zijn diverse fouten en onregelmatigheden ontdekt. Daarom past KPMG nu het principe van 'de aanval is de beste verdediging' toe. Door de schuld af te wentelen op het management zelf, wil het auditkantoor zijn eigen risico's afdekken. Deze strafzaak kan jaren aanslepen."TRENDS. Maar had KPMG de fraude niet op voorhand moeten ontdekken?BELLEN. "Dat is de hamvraag. Los van het feit of het management al dan niet bewust informatie heeft achtergehouden, ontslaat dat de revisor niet van zijn plicht om de verkregen cijfers voldoende kritisch onder de loep te nemen. Daarnaast behoort het tot de standaardprocedure van de revisoren om het bedrijf op het einde van de controle een verklaring te laten ondertekenen, waarbij de directie verklaart alle relevante informatie te hebben bezorgd. Maar die zogenaamde representation letter is geen alibi voor de revisor om zijn handen in onschuld te wassen." Verwacht u nu een vloedgolf van schadeclaims?BELLEN. "Het aantal rechtszaken neemt algemeen toe. Ondanks alle regels en wetgeving, zal de controle op fraude altijd een moeilijk punt blijven. Daarom is het geen slechte zaak dat rechterlijke uitspraken duidelijke grenzen trekken. Bovendien blijken de huidige toezichtsorganen, zoals het Instituut voor Bedrijfsrevisoren of de Hoge Raad, weinig of geen sancties te kunnen of willen nemen tegen revisoren die zich te veel met hun cliënteel vereenzelvigen. In die zin sta ik achter de maatregelen van het wetsontwerp- De Grauwe om de onafhankelijkheid van de revisor te verhogen. Wat mij betreft, mag daar nog een maximale mandaattermijn bij." Eric Pompen