De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.eerwaarden op aandelen zijn in de vennootschapsbelasting vrijgesteld van belasting. Niet altijd, maar toch meestal. De voorwaarde luidt, kort gezegd, dat de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven aan een normaal stelsel van vennootschapsbelasting onderworpen moet zijn. OMVANG. In de voorbije jaren is in het fiscale vakmilieu eindeloos gediscussieerd over de omvang van de vrijstelling. Stel dat vennootschap (A) aandelen heeft van vennootschap (B), en zij deze aandelen wenst te verkopen. (A) heeft de aandelen aangekocht tegen 1000 euro. Zij kan deze aandelen nu verkopen tegen 1500 euro. Maar om deze verkoop te realiseren, moeten bijvoorbeeld 20 euro verkoopkosten worden gemaakt. (A) incasseert derhalve een bonus van (1500 û 1000 =) 500 euro, maar moet tegelijk 20 euro verkoopkosten betalen. Hoe hoog is dan de van belasting vrijgestelde meerwaarde op aandelen? 500 euro (namelijk de brutomeerwaarde)? Of slechts (500 û 20 =) 480 euro (namelijk de nettomeerwaarde)? Niemand kan daarop vandaag een definitief antwoord geven. De meningen lopen, zelfs onder fiscalisten, uiteen. Volgens de administratie is de vrijstelling beperkt tot de nettomeerwaarde (480 euro in het voorbeeld). De meeste fiscalisten houden daarentegen in koor vol dat de brutomeerwaarde moet worden vrijgesteld. In het voorbeeld is het verschil niet groot: 20 euro. Maar vergeet niet dat in de praktijk heel dikwijls zeer grote pakketten aandelen van eigenaar veranderen. De bedragen zijn dan navenant. REDENERING. Vandaar dat bij zowat alle rechtbanken en hoven op dit ogenblik zaken hangende zijn waarin precies op dit punt verbeten strijd wordt gevoerd. Na een eerste aarzeling blijkt de meerderheid in de rechtspraak eerder geneigd zich aan te sluiten bij het standpunt dat door de verdedigers van de brutovrijstelling ingenomen wordt. Hun redenering is heel eenvoudig. In het wetboek staat uitdrukkelijk een bepaling te lezen die zegt hoe je een verwezenlijkte meerwaarde moet berekenen (art. 43 W.I.B. 1992). Volgens deze bepaling is de meerwaarde gelijk aan het positieve verschil tussen, enerzijds de vergoeding die bij de verkoop ontvangen wordt, en anderzijds de aanschaffings- of beleggingswaarde. Nergens wordt hier gezegd dat de ontvangen vergoeding verminderd zou moeten worden met de bijkomende kosten die bij de verkoop zijn gemaakt. De aldus berekende meerwaarde is de bruto-meerwaarde. Als de wetgever de verwezenlijkte meerwaarde op aandelen in de vennootschapsbelasting volledig van belasting vrijstelt, dan kan hij bijgevolg niet anders dan de brutomeerwaarde hebben bedoeld. ONTWERP. Maar zoals zo dikwijls in een discussie waar de fiscus aan het kortste eind dreigt te trekken, klopt hij ook nu weer bij de wetgever aan. Uit een wetsontwerp dat straks bij het parlement zal worden ingediend, blijkt dat de wet zal worden aangepast. Het wetsartikel dat zegt hoe een verwezenlijkte meerwaarde berekend moet worden, zal voor de toekomst uitdrukkelijk bepalen dat de verkoopkosten afgetrokken moeten worden van de verkregen vergoeding. Dat heeft automatisch tot gevolg dat de vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting ook nog slechts op de nettomeerwaarde zal slaan. De nieuwe regeling zal gelden met ingang van het aanslagjaar 2007. ALGEMEEN. De nieuwe manier waarop de omvang van verwezenlijkte meerwaarden berekend moet worden, is niet beperkt tot de vrijgestelde meerwaarden op aandelen. Ze heeft een algemene draagwijdte. Ook de belastbare meerwaarden op andere actiefbestanddelen zullen volgens de nieuwe regel berekend worden. Dit heeft niet tot gevolg dat de belastbare meerwaarden kleiner worden. De verkoopkosten die straks rechtstreeks van de verkoopprijs afgetrokken moeten worden, zijn nu al - normaal gezien - als beroepskosten aftrekbaar. Het effect is in principe hetzelfde. Toch kan de nieuwe werkwijze een verhoging van de belasting tot gevolg hebben. Neem bijvoorbeeld een zelfstandige die een stopzettingsmeerwaarde realiseert. Dergelijke meerwaarden zijn onder bepaalde voorwaarden belastbaar tegen een afzonderlijk tarief van 16,5 %. Totnogtoe konden de verkoopkosten afgetrokken worden van de beroepsinkomsten die tegen het normale tarief worden belast. Straks moeten zij rechtstreeks afgetrokken worden van de verkoopprijs. Het gevolg is dat het inkomen dat tegen de hoge tarieven wordt belast, omhoog gaat, terwijl de stopzettingsmeerwaarde die slechts tegen 16,5 % wordt belast op overeenkomstige wijze daalt. PASMUNT. De nieuwe berekeningswijze wordt naar verluidt als pasmunt gebruikt om de met veel bombarie aangekondigde notionele interest-aftrek financieel mogelijk te maken. Bedoeld is de nieuwe maatregel die vennootschappen met ingang van het aanslagjaar 2007 moet toelaten een percentage van hun eigen vermogen af te trekken van het fiscaal resultaat; een maatregel die op de eerste plaats bedoeld is om de coördinatiecentra in België te houden, maar die wel op alle vennootschappen van toepassing zal zijn. NUL. De maatregel in verband met de notionele interest kost behoorlijk wat geld. De nieuwe berekeningswijze van verwezenlijkte meerwaarden zal onmogelijk volstaan om deze put te dempen. Vandaar dat nog andere potjes aangesproken worden. Zo gaat onder meer ook de gewone investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen voor de bijl. Hij wordt met ingang van het aanslagjaar 2007 afgeschaft. In het omfloerste taalgebruik van de fiscale wetgever heet het proper, dat het tarief ervan "op nul wordt gezet". Jan Van Dyck"KMO's verliezen hun recht op de gewone investeringsaftrek."