De Duitse tienjaarsrente staat voor het eerst onder nul. De lage rente is niet nieuw, maar de verse bodem versterkt de lokroep van TINA, There Is No Alternative: wie rendement wil, moet in aandelen beleggen. Want zelfs als de beurzen dalen, bieden aandelen in veel gevallen toch nog een dividend. Het gemiddelde dividendrendement op de beurs van Brussel (Belgian all shares-index) bedraagt 3,9 procent, niet onaardig in vergelijking met de nulrente op staatsobligaties of een spaarboekje. Maar dan moeten de dividenden wel houdbaar zijn.
...

De Duitse tienjaarsrente staat voor het eerst onder nul. De lage rente is niet nieuw, maar de verse bodem versterkt de lokroep van TINA, There Is No Alternative: wie rendement wil, moet in aandelen beleggen. Want zelfs als de beurzen dalen, bieden aandelen in veel gevallen toch nog een dividend. Het gemiddelde dividendrendement op de beurs van Brussel (Belgian all shares-index) bedraagt 3,9 procent, niet onaardig in vergelijking met de nulrente op staatsobligaties of een spaarboekje. Maar dan moeten de dividenden wel houdbaar zijn. Trends zocht in de jaarresultaten van de grootste 40 'industriële' bedrijven op de beurs van Brussel de grootste uitkeerders. Maar hoe gezond is hun dividendbeleid? En vooral, wie kan ook in de toekomst de belegger in de watten blijven leggen? De meeste bedrijven keren een dividend uit. Slechts een vijfde van de onderzochte ondernemingen laat de belegger niet delen in zijn winst. Bij biotechbedrijven zoals Ablynx en Galapagos is dat niet zo vreemd, want met hun dure onderzoeken verbranden zij cash. Voor andere bedrijven, zoals Agfa-Gevaert, liggen de prioriteiten tijdelijk elders, of ontbreekt simpelweg de financiële armslag. Als een bedrijf geen dividend betaalt, wil dat niet noodzakelijk zeggen dat er geen geld naar de aandeelhouders vloeit. Telenet bijvoorbeeld kocht vlijtig eigen aandelen, wat maakt dat de winst in de toekomst minder gedeeld moet worden, toch als Telenet de ingekochte aandelen vernietigt. De bedrijven met de hoogste dividendrendementen zijn Engie, RTL en Euronav (zie tabel Het dividendbeleid bij de industriële toppers). Maar het is niet noodzakelijk verstandig de hoogste rendementen na te streven, want die zijn niet altijd houdbaar. Wie zijn dan wel de echte dividendkoningen? AB InBev, UCB, Melexis en Kinepolis zijn de enige bedrijven waar de dividendstroom sinds 2010 elk jaar een beetje aandikte, toch in absolute cijfers. Veel bedrijven keren een dividend uit, maar hoe diep moeten ze daarvoor in de buidel tasten? Daarvoor kijken we naar vrije kasstroom, het geld dat overblijft nadat alle kosten en investeringen betaald zijn. Dat is met andere woorden het bedrag dat een bedrijf kan aanwenden om de intresten op zijn schulden te betalen, reserves op te bouwen of dividenden uit te keren. Bij een eerste doorlichting van de jaarrapporten bleek dat de bedrijven vorig jaar meer dividenden uitbetaalden dan hun vrije kasstroom. Ook de twee jaren voordien was dat al het geval, leert deze nieuwe oefening (zie grafiek Dividenden vs. vrije kasstroom). Op zich hoeft dat geen drama te zijn. Maar het betekent wel dat de bedrijven moeten lenen of op hun reserves moeten teren om hun dividend te betalen. Die situatie is onhoudbaar, zeker op langere termijn. De zoektocht naar een stabiel en gezond dividendbeleid komt uit bij Colruyt, Melexis of Engie, de enige bedrijven die sinds 2010 elk jaar opnieuw zowat de helft of meer van hun vrije kasstroom naar de aandeelhouder lieten vloeien. Een kwart van de bedrijven keerde in de periode 2010-2015 gemiddeld meer uit dan zijn vrije kasstroom. En nog eens dertien bedrijven keerden een dividend uit hoewel er na de investeringen eigenlijk geen cash voor overbleef. De conclusie is dan ook dat een pak bedrijven hun aandeelhouders stevig in de watten leggen. De grote vraag is of ze dat de komende jaren kunnen blijven doen. Door het spel van afschrijvingen en afboekingen springt de winst bij veel bedrijven alle richtingen uit. De belegger focust daarom het beste niet louter op het onderste lijntje van de resultatenrekening, maar ook op de nettokasstroom, de cash die een bedrijf overhoudt aan zijn activiteiten. Bij Telenet, Solvay en Delhaize was de nettokasstroom de jongste jaren telkens een veelvoud van de winst. En ook bij het mediaanbedrijf nam de nettokasstroom een hogere vlucht dan de winst (zie grafiek Nettowinst vs. nettokasstroom). Bij de meeste bedrijven komt er met andere woorden geld genoeg binnen om dividenden te blijven uitkeren. Het geld dat een bedrijf overhoudt aan zijn activiteiten, vloeit niet integraal naar zijn aandeelhouders. Wat daarom telt is de zogenaamde vrije kasstroom, de cash die overblijft na de investeringen. In jaar-op-jaarvergelijkingen schiet de vrije kasstroom weleens alle richtingen uit. Maar een sterke daling kan dus twee verklaringen hebben: of het bedrijf heeft meer geïnvesteerd, of het presteerde minder sterk en kreeg daarom minder cash binnen. Omdat de uitschieters de gemiddelden vertekenen, kijken we opnieuw naar het mediaanbedrijf. Daar is de vrije kasstroom de voorbije jaren flink toegenomen, terwijl de investeringen nagenoeg stabiel bleven. Een eerdere doorlichting van de jaarrapporten kwam al tot de conclusie dat de investeringen het economische herstel niet zijn gevolgd. Het goede nieuws is dan dat de dividenden niet op de helling staan, toch niet zolang de bedrijven niet fors investeren. De keerzijde is dat die investeringen net de toekomst van de bedrijven veilig moeten stellen, en dus de houdbaarheid van de dividenden op lange termijn. De vrije kasstroom behoort niet alleen de aandeelhouders toe. De schuldeisers staan vaak nog voor hen in de rij. Het is dus zaak ook de evolutie van de schulden scherp in de gaten te houden. Om de houdbaarheid van de schuld na te gaan, kijken analisten en marktspecialisten vaak naar de verhouding tussen de netto financiële schulden en de ebitda, de bedrijfswinst voor belastingen, intresten, afschrijvingen en afboekingen (de laatste kolom van de tabel). Bij Fagron bijvoorbeeld gingen vorig jaar alarmbellen af toen de verhouding boven 3,25 uitkwam. Bij de meeste bedrijven ligt de schuldenlast een pak lager. Acht bedrijven hebben zelfs meer cash op de balans dan schulden, en komen daarom op een negatief getal uit. Bpost bijvoorbeeld probeerde eerder deze maand nog zijn cash aan het werk te zetten door het Nederlandse PostNL over te nemen. Bij het fictieve mediaanbedrijf zijn de schulden wel toegenomen de jongste twee jaar, maar dat is gezien de lage rente geen groot probleem. Bovendien is ook de vrije kasstroom toegenomen, wat betekent dat er meer ruimte is om schulden terug te betalen en toch dividenden uit te blijven keren (zie grafiek Schulden vs. vrije kasstroom). De schulden laten dus - net als de investeringen en de cashcreatie - toe de aandeelhouders te verwennen, toch minstens nog een tijdje. Jasper VekemanDertien bedrijven keerden een dividend uit hoewel er na de investeringen eigenlijk geen cash voor overbleef. Het goede nieuws is dat de dividenden niet op de helling staan, toch niet zolang de bedrijven niet fors investeren.