Napoleon, Churchill, Stalin, Hitler, De Gaulle, Eisenhower, Nelson, Thatcher. Over al die figuren zijn al boekenkasten vol geschreven, en toch vond de Britse historicus Andrew Roberts het interessant om nog eens dieper in te gaan op het leiderschap van dictators, eerste ministers en generaals tijdens oorlogen. Leadership in War is een verzameling van lezingen die Roberts gaf aan de New York Historical Society.
...

Napoleon, Churchill, Stalin, Hitler, De Gaulle, Eisenhower, Nelson, Thatcher. Over al die figuren zijn al boekenkasten vol geschreven, en toch vond de Britse historicus Andrew Roberts het interessant om nog eens dieper in te gaan op het leiderschap van dictators, eerste ministers en generaals tijdens oorlogen. Leadership in War is een verzameling van lezingen die Roberts gaf aan de New York Historical Society. Bijna elk van hen legde na tegenslagen een enorm doorzettingsvermogen aan de dag. Winston Churchill loodste de Britten door de Tweede Wereldoorlog terwijl zijn carrière in de jaren dertig voorbij leek. Hetzelfde geldt voor Napoleon Bonaparte. Aan het begin van de 19de eeuw was hij de machtigste man van Europa, terwijl hij in 1798 in Egypte nog een smadelijke nederlaag leed en de Franse vloot bij Aboekir een pak slaag kreeg van de Britse admiraal Nelson. Horatio Nelson is een mythische Engelsman. Hij had voor zijn grootste overwinning, de slag bij Trafalgar in 1805, al heel wat meegemaakt. Hij verloor een oog in 1794 en een arm in 1797. Margaret Thatcher moest opboksen tegen de oude adellijke elite van de Conservatieve Partij. Charles de Gaulle was een onbekende brigadegeneraal toen hij in juni 1940 naar Londen vluchtte, maar groeide uit tot een van de symbolen van het Franse verzet. Jozef Stalin werd de grote winnaar van de Tweede Wereldoorlog, maar toen nazi-Duitsland op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, vluchtte de Russische dictator naar zijn datsja. Toen de partijkopstukken hem kwamen opzoeken, dacht Stalin dat hij zou worden gearresteerd. Maar ze kwamen hem vragen de oorlog tegen Hitler te leiden. Die laatste zat ook een groot deel van zijn leven in een sukkelstraatje: een zondagsschilder in Wenen, een onbeduidende korporaal tijdens de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven van de Westhoek, een mislukte putschist in 1923. Alles veranderde in 1933, wat vooral de verdienste was van zijn redenaarstalent. Roberts zet al die historische figuren niet op dezelfde lijn. Adolf Hitler was nadat hij kanselier was geworden, lui geworden. Slecht nieuws wou hij niet horen of zien. Winston Churchill haastte zich bij elk bombardement naar de plaats van het onheil en probeerde de getroffen bevolking een hart onder de riem te steken.