Na Spanje, Duitsland en Italië warmt Decathlon, de Franse megadistributeur van sportartikelen, zich nu op voor de Belgische markt. Op 18 juni opent de groep in Antwerpen haar eerste Belgische warenhuis voor sport- en vrijetijdsartikelen. Portret van een distributeur in olympische vorm.
...

Na Spanje, Duitsland en Italië warmt Decathlon, de Franse megadistributeur van sportartikelen, zich nu op voor de Belgische markt. Op 18 juni opent de groep in Antwerpen haar eerste Belgische warenhuis voor sport- en vrijetijdsartikelen. Portret van een distributeur in olympische vorm.Villeneuve-d'Ascq (Frankrijk)."D ecathlon ? Dat is meer dan een winkel, dat is een concept, een formule." Aan het woord is Georges Hanot, gedelegeerd bestuurder van Decathlon België. De komende dagen wordt het erg druk voor de Belgische dochter van de Franse groep, gecontroleerd door de machtige Noord-Franse familie Mulliez (zie kader). Na Spanje, Duitsland en Italië zet de Franse reus in sportartikelen zijn internationale expansie voort in België. Over enkele dagen, op 18 juni, opent warenhuis nummer 155 zijn deuren aan de Antwerpse Noorderlaan. De 4620 vierkante meter grote winkel wordt qua indeling een waarheidsgetrouwe doorslag van de megastore in Villeneuve d'Ascq (Rijsel), hoewel daar wordt geshopt op maar liefst 8000 vierkante meter. Dat alles onder de noemer : " Sportifs satisfaits, c'est notre métier". Wie in Villeneuve d'Ascq zijn oor te luisteren legt, hoort opvallend veel Nederlands praten. In de enorme ruimte, die volledig aan sport is gewijd, vindt men verdeeld over veertien afdelingen artikelen voor meer dan vijftig sporttakken. Van aas voor vishengels over basketballen tot paardenzadels of tennisschoenen : Decathlon durft erop wedden dat het alles heeft. De sfeer is er ook erg aangenaam : brede gangpaden, groen tapijt en lachend personeel, dat hier de Décathloniens (de tienkampers) wordt genoemd. Decathlon koos voor een uitgesproken gedecentraliseerde organisatie met verschillende magazijnen buiten de grote steden waardoor de leveringstermijnen konden worden verkort en de voorraden in de warenhuizen beperkt. Elk gangbaar artikel dat ontbreekt en 's morgens vroeg genoeg wordt besteld, kan in principe in de late namiddag weer voorhanden zijn. Sterke bedrijfscultuurHet Decathlon-imperium is vandaag, twintig jaar na de oprichting in Rijsel (1976), goed voor een omzet van 56 miljard Belgische frank (15 miljard in 1992). In de jaren negentig verviervoudigde het personeelsbestand naar 10.000. Elk jaar worden nog een duizendtal nieuwe werknemers aangeworven. Antwerpen niet inbegrepen telt Decathlon 154 (140 in Frankrijk) vestigingen waarvan de handelsoppervlakte schommelt tussen 2000 en 8000 vierkante meter. Sinds een paar jaar heeft de groep zich ook in het buitenland ontplooid en werden negen winkels in Spanje, twee in Duitsland en drie in Italië geopend. Dit jaar nog opent Decathlon, naast Antwerpen, een vestiging in Luik en volgend jaar moet ook in Kortrijk een winkel verrijzen.De ambities voor België worden duidelijk omschreven : "We willen er groeien in alle grote en middelgrote steden," zegt Georges Hanot. "Ook al zijn de sportieve bestedingen van de gemiddelde Belg, zo blijkt uit de onderzoeken, maar de helft van de sportieve uitgaven van een Fransman. Maar dat kan veranderen."Bij Decathlon participeert het personeel voor 11 % in het bedrijfskapitaal. Dat verklaart waarom de bedrijfscultuur er zo sterk is. Het personeel in de winkel kan zich ook een beetje zelf ondernemer wanen. Elke afdelingschef werkt zelfstandig. Hij is belast met het onthaal van de klanten, moet een ploeg van vijf tot twintig personen leiden, zijn afdeling beheren en erover waken dat de producten aan de verwachtingen van de klant wordt aangepast. Dankzij een gesofisticeerd informaticasysteem kan hij de evolutie van de verkoop nauwgezet opvolgen en de prestaties van "zijn" afdeling vergelijken met die in andere Decathlon-winkels. Interne competitie organiseren kan gezond zijn.De Decathlon-bedrijfscultuur gaat nog veel verder. Zo wordt de vestiging in Villeneuve-d'Ascq Campus genoemd, een toespeling op de gemiddelde leeftijd van het personeel (nauwelijks 28 jaar) en op het belang van vorming binnen dit bedrijf. Acht procent van de totale loonmassa gaat naar formation. Op de Campus bevindt zich ook de Ecole Internationale des Métiers : een school waar nieuw aangeworven personeel door een team van veertig werknemers wordt ingewijd in de verschillende takken van de sport en het management. Decathlon heeft ook een samenwerkingsverband met handelsscholen uit de Rijselse regio op het getouw gezet om samen technische opleidingen te verzorgen. Het Franse ministerie van Onderwijs heeft de "stoel" erkend. Eigen merkenMaar het meest trots is Decathlon nog altijd op de groei van zijn eigen merk. Wie winkelt bij Decathlon, wordt verwend met l'embarras du choix : men vindt er de klassieke grote merknamen ( Nike, Adidas, Reebok...), maar evenzeer het Decathlon-merk. Dat werd pas in 1986 gelanceerd. Het motief was dubbel : de keten een zekere onafhankelijkheid geven ten opzichte van haar leveranciers én klanten lokken die door de hoge prijzen van bepaalde merknamen worden afgeschrikt. De producten van het Decathlon-merk zijn vandaag goed voor 50 % van de verkoop, tegenover zowat 33 % twee jaar geleden. Die groei is zodanig dat Decathlon er prat op gaat voor een aantal artikelen (zoals rugzakken, bergschoenen of fietsen) dé referentie te zijn. Bovendien ligt hun prijs gemiddeld 25 % lager dan die van de grote merken. "Het is voor ons niet voldoende om Decathlon-etiketten te kleven op producten die in het Verre Oosten zijn ontworpen en gemaakt," beklemtoont Georges Hanot. "Wij ontwerpen ook in Europa honderden artikelen die wij hier in onderaanneming laten produceren." Dat gaat van fietsen over trainingspakken, jachtuitrusting tot golfstokken. Voor het ontwikkelen van de eigen producten richtte de groep speciaal een dochteronderneming op : Decathlon Production. In het gigantische labo, eveneens in Villeneuve d'Ascq, ontwikkelen zo'n honderdtal ingenieurs en technici de sportartikelen "via het scherm", stellen technische bestekken op, laten prototypes uitwerken en tests uitvoeren in het atelier, en schrijven vervolgens aanbestedingen uit bij onderaannemers. Bijna 400 sous-traitants, waarvan meer dan de helft uit de regio Nord/Pas-de-Calais, helpen het Decathlon-concept mee vorm geven. De toelevering gebeurt voor 75 % vanuit Europa en voor 25 % uit "verre landen". Zegt Georges Hanot : "Ook Belgische kmo's werken al jarenlang met ons samen. Namen ? Neen, liever niet. Wel dit : de Belgische bestellingen waren goed voor zo'n 660 miljoen frank. Het betreft vooral de aankoop van textielgrondstoffen of de veredeling van halfafgewerkte producten. Zo verft Almaplast uit Kontich fietskaders voor onze winkel in Antwerpen. Onze bedoeling was altijd : we schakelen een reeks tussenpersonen uit en drukken daardoor de productiekosten. Wij zijn fier op wat we gerealiseerd hebben : als je blindweg alles in Azië laat aanmaken, raak je op termijn een stukje technologie kwijt. Door onze samenwerking met tientallen confectie-ateliers in Noord-Frankrijk, hebben we bijvoorbeeld knowhow hier weten te bewaren. Met het voordeel dat we sneller, even goed en amper duurder bediend worden. Wij organiseren ook op logistiek vlak alles voor onze onderaannemers. Alle grondstoffen worden vanuit ons hoofdkantoor aangeleverd, zodat de aannemers zich uitsluitend op de fabricage kunnen concentreren. Een formule die werkt. Ik durf stellen : Had Decathlon zich tien, twintig of dertig jaar eerder in België gevestigd, dan waren bekende Belgische sportfabrikanten als Snauwaert, Donnay of Flandria allicht van een gewisse dood gered." KAREL CAMBIEN JEAN-FRANÇOIS SACRÉ