De Nationale Bank ging er eerder dit jaar in haar jaarverslag reeds diep op in, en nu kaarten de regering en de sociale partners het ook aan in de inleiding tot het ontwerp van Toekomstcontract voor Werkgelegenheid : het aantal tewerkgestelden in België moet dringend omhoog. Het is met de zogenoemde tewerkstellingsgraad, d.i. het aantal tewerkgestelden als percentage van de totale bevolking, inderdaad erg gesteld in België. België haalt een verhouding van 36,8 % wat, op Italië n...

De Nationale Bank ging er eerder dit jaar in haar jaarverslag reeds diep op in, en nu kaarten de regering en de sociale partners het ook aan in de inleiding tot het ontwerp van Toekomstcontract voor Werkgelegenheid : het aantal tewerkgestelden in België moet dringend omhoog. Het is met de zogenoemde tewerkstellingsgraad, d.i. het aantal tewerkgestelden als percentage van de totale bevolking, inderdaad erg gesteld in België. België haalt een verhouding van 36,8 % wat, op Italië na, het laagste is van de geïndustrialiseerde landen (zie grafiek 3 : Land op Rust). Naast de voor de hand liggende sociaal-maatschappelijke wenselijkheid om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen (en te houden), is er nog een andere reden waarom die tewerkstellingsgraad zo levensbelangrijk geworden is. De vergrijzing van onze bevolking zet zich immers met rasse schreden voort wat betekent dat vermits de overheid in ons pensioenstelsel nooit aan kapitalisatie gedaan heeft de pensioenlasten die op de actieven drukken nog verder zullen toenemen. Om die last enigzins draagbaar te maken, komt het er dan ook op aan het aantal tewerkgestelden te maximaliseren. Dat sommige landen de pensioenleeftijd optrekken (Nederland) of daar hardop over praten (Duitsland), moet men in dat perspectief zien zien.Wie gaat grasduinen in het Toekomstcontract, ontdekt echter, tegen de achtergrond van het voorgaande, verrassende beleidsopties. We beperken ons tot twee ervan. Enerzijds willen de contractanten tot een verdere versoepeling van het regime van loopbaanonderbreking komen en anderzijds voorzien zij diverse maatregelen ter stimulering van het deeltijdse brugpensioen. Deze twee ingrepen gaan schokkende verschuivingen teweegbrengen maar zij zorgen er hoe dan ook toch voor dat het aantal tewerkgestelden verder daalt en dat dus het aantal mensen die geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van de afdracht van de actieven, nog toeneemt. Dit staat haaks op de uitdrukkelijke wens vastgelegd in het Toekomstcontract om de activiteits- en tewerkstellingsgraad op te krikken. Het zijn met name de vakbonden die dit type van maatregelen actief verdedigen op het sociaal overleg. Hoe valt deze inconsequente houding te verklaren ? De enige steekhoudende uitleg bestaat erin dat zij goed beseffen dat op die wijze het aanbod uit de arbeidsmarkt wordt weggezogen en dus de druk op de prijs (in dit geval : het loon) verminderd wordt. Het is m.a.w. de zoveelste bevestiging van het feit dat de vakbonden belangengroepen ten dienste van hun werkende leden zijn. De overheid en de gemeenschap moeten het maar voor de werklozen opnemen.Met 36,8 % haalt België de laagste tewerkstellingsgraad, op Italië na.