1. Aristocratische elegantie

Onder de toepasselijke titel Haute Elégance organiseert het Modemuseum van Hasselt tot eind augustus een tentoonstelling over het Parijse couturehuis Balmain. De expo toont vijftig haute-couturesilhouetten van het gerenommeerde huis, dat werd opgericht door Pierre Balmain (1914-1982).
...

Onder de toepasselijke titel Haute Elégance organiseert het Modemuseum van Hasselt tot eind augustus een tentoonstelling over het Parijse couturehuis Balmain. De expo toont vijftig haute-couturesilhouetten van het gerenommeerde huis, dat werd opgericht door Pierre Balmain (1914-1982). De als architect opgeleide ontwerper droeg vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog bij tot de opkomst van de New French Style: het beeld van de perfect gemaquilleerde, elegante en onafhankelijke vrouw. Door zijn achtergrond als architect besefte Balmain dat de kleding van de moderne vrouw praktisch moet zijn. Hij koos daarom voor een weelderige, maar tegelijk discrete en eenvoudige stijl. Zijn geraffineerde ontwerpen vielen in de smaak bij de koninginnen, aristocraten en filmsterren van zijn tijd. Hij kleedde onder meer Brigitte Bardot, Marlene Dietrich en Katherine Hepburn. Maar ook koningin Fabiola ging bij Balmain langs voor de jurk die ze in 1959 droeg bij het huwelijk van Albert en Paola. De Franse ontwerper was gefascineerd door de vooruitgang in de jaren zestig, experimenteerde met nieuwe materialen en technieken en liet zijn fotomodellen poseren in filmstudio's en auto's - in die tijd nog onvervalste statussymbolen. Na zijn overlijden in 1982 zette zijn persoonlijke assistent, Erik Mortensen, zijn werk voort met gesmaakte collecties waarvoor hij zelfs twee keer een gouden vingerhoed van de Franse haute couture won. De tentoonstelling toont ook de haute-couturecreaties van zijn opvolgers Hervé-Pierre en Oscar de la Renta, die tot in 2002 als creatief directeur de geest van Pierre Balmain in leven hield. Het klinkt misschien een tikkeltje vreemd, maar de klassieke Helleense klederdracht oefent een niet te onderschatten invloed uit op het hedendaagse modebeeld. De tentoonstelling Goddess in het Antwerpse MoMu toont hoe gevierde ontwerpers van nu zich laten inspireren door de klassieken: de chiton (twee rechthoekige lappen stof die opzij worden dichtgenaaid, met openingen voor hoofd en armen), de peplos (een rechthoekige lap stof die wordt omgevormd tot een koker) en de himation (een grote rechthoekige omslagdoek). De godinnen stonden in de Griekse mythologie symbool voor bovenmenselijke schoonheid, net als sommige schijnbaar ongenaakbare beroemdheden uit Hollywood nu. Dat godinnen van het witte doek als Marlene Dietrich, Grace Kelly en Nicole Kidman zich graag lieten zien in avondjaponnen met een klassieke twist, is geen toeval. In Goddess zijn silhouetten te zien van onder meer Versace, Gucci, Christian Dior, Chanel, Dolce & Gabbana, Valentino, Vivienne Westwood en Jean-Paul Gaultier. De tentoonstelling werd voor een deel overgenomen van de gelijknamige expositie die vorig jaar plaatsvond in The Costume Institute van het Metropolitan Museum of Art in New York, onder het curatorschap van Harold Koda. Omdat de twintigste eeuw een van de spannendste periodes is in de modegeschiedenis, etaleert de modegalerij van het prestigieuze Gemeentemuseum van Den Haag tot eind augustus topstukken van de voorbije honderd jaar. In 'Van Chanel tot punk: mode in de 20ste eeuw' is veelal schitterende avondkleding voor vrouwen van toonaangevende couturiers te bewonderen, naast vernieuwende creaties die het modebeeld bepaalden: een dansjurk van Coco Chanel (1925), een minijurk van André Courrèges (1965), een mannenpak van Yves Saint Laurent (1970) en twee punkoutfits (1981-1984), die door de dragers zelf werden samengesteld uit nieuwe en tweedehandse materialen. De twee laatste creaties contrasteren fel met de klassieke ontwerpen, maar geven ook uiting aan de bonte diversiteit aan stijlen die er in de twintigste-eeuwse mode terug te vinden is. Het eerste deel van de tentoonstelling is gewijd aan de periode tot circa 1960 en bevat ontwerpen van grote 'créateurs de la mode' als Gabriëlle 'Coco' Chanel, Edward Molyneux, Cristobal Balenciaga en Christian Dior. Het toont hoe de revolutionaire mode van de jaren twintig het vrouwenlichaam bevrijdt van het in die tijd obligate korset en rechte, steeds kortere jurken laat zien die geëmancipeerde vrouwen toelaat vrijelijk te dansen op de charleston. Het tweede deel toont hoe een nieuwe lichting ontwerpers in de jaren zestig de fakkel overneemt en furore maakt: Emmanuel Ungaro en André Courrèges. In dit deel figureren ook kunstzinnige ontwerpen van Fong Leng Tsang en Nederlandse couturiers als Frans Molenaars, Frank Govers en Max Heymans. In het laatste deel staan ontwerpen voor mannen- en vrouwenmode uit de jaren tachtig tot vandaag opgesteld, waarbij vooral de invloed van de Japanse en Belgische ontwerpers opvalt. Het Parijse Musée Galliera stelt deze zomer voor het eerst een deel van haar imposante reservecollectie (meer dan 90.000 kledingstukken en accessoires) open voor het publiek. De tentoonstelling 'Ouverture pour inventaire' is niet chronologisch of thematisch samengesteld: een bonte greep uit het reservebestand van het museum levert een verzameling badpakken, kostuums, schoeisel en jurken van diverse pluimage op, waarin de meest uiteenlopende namen opduiken: Belle Jardinière, Grès, Lanvin, Pierre Balmain, Walter Van Beirendonck...Nog in Parijs loopt tot eind augustus een expositie over de excentrieke Elsa Schiaparelli (1890-1973), die door haar aartsrivale Coco Chanel als 'l'artiste qui fait des robes' omschreven werd. Schiaparelli's zeer extravagante, buitenissige stijl was beïnvloed door art deco en kubisme, maar was ook doorweven met surrealistische humor. Schiaparelli kleedde de hertogin van Windsor, Marlene Dietrich , Joan Crawford, Bette Davis, Greta Garbo, Katharine Hepburn , Rosalind Russel en Mae West. Ze liet capes illustreren door Jean Cocteau en Salvador Dalí, maar moest na de Tweede Wereldoorlog plaats ruimen voor nieuwe iconen als Christian Dior. Nog in Frankrijk organiseert het Musée d'Alençon in Orne 'Christian Lacroix, dialogues!', een ongewone tentoonstelling waarbij 63 haute-coutureontwerpen van Christian Lacroix een plaats krijgen tussen de permanente collectie. En in de tuinen van het kasteel van Courances ten slotte kunt u een heel originele tentoonstelling gaan bekijken: de achttiende-eeuwse beelden in de tuin werden aangekleed door vijftien hedendaagse ontwerpers, waaronder Olivier Theyskens, Tsumori Chisato, Martin Grant en Robert Normand. Dominique SoenensHet Parijse Musée Galliera stelt voor het eerst een deel van haar reservecollectie (meer dan 90.000 kledingstukken!) open voor het publiek.