1. Dat de JWC GP geen gewone Mini is maar veeleer een racewagen, proef je meteen aan het interieur. Er zijn twee stoelen vooraan, maar er is geen achterbank. Geen klassieke tellerpartij, maar een elektronisch dashboard, zo...

1. Dat de JWC GP geen gewone Mini is maar veeleer een racewagen, proef je meteen aan het interieur. Er zijn twee stoelen vooraan, maar er is geen achterbank. Geen klassieke tellerpartij, maar een elektronisch dashboard, zoals je dat in een koersauto vindt. Overal materiaal dat zo licht mogelijk is. Ook uiterlijk ademt deze Mini extreme sportiviteit: op de wielkasten staan panelen die deels van koolstofvezel gemaakt zijn, en op de achterkant staat een imposante vleugel die de auto in snelle bochten tegen het wegdek moet drukken. 2. Door de gewichtsbesparing - sportieve machines moeten zo licht mogelijk zijn - is de akoestische isolatie beperkt. Onderweg kan het motorgeluid in het interieur dan ook irriteren bij dagelijks gebruik. Maar als je gaat scheuren op daartoe voorziene wegen, zoals een circuit, klinkt dat geroffel als muziek in de oren. 3. Geen vierwielaandrijving voor deze Mini. Dat laat zich voelen: bij heel sportief gebruik krijgen de aangedreven voorwielen het geregeld moeilijk om al dat geweld te beheersen. De moraal van het verhaal: niet in onervaren handen stoppen, dit hebbeding.