Voor de strakke, in de zon glimmende designgevel van het nagelnieuwe Altis Belém-luxehotel staan twee kanariegele gocarts. Een kruising van een klein uitgevallen VW Kever en een voorhistorische driewieler. Dit zijn de speeltjes van de jonge Portugese ondernemer João Paiva Mendes. Hij geeft ons een aantal korte veiligheidsinstructies, toont hoe we de tweetaktmotor aan- en uitschakelen, waar de gps zit en welke ritten we kunnen volgen.
...

Voor de strakke, in de zon glimmende designgevel van het nagelnieuwe Altis Belém-luxehotel staan twee kanariegele gocarts. Een kruising van een klein uitgevallen VW Kever en een voorhistorische driewieler. Dit zijn de speeltjes van de jonge Portugese ondernemer João Paiva Mendes. Hij geeft ons een aantal korte veiligheidsinstructies, toont hoe we de tweetaktmotor aan- en uitschakelen, waar de gps zit en welke ritten we kunnen volgen. We rijden door Belém. Wie Lissabon bezoekt en Belém links laat liggen, is goed gek. Daar zijn drie redenen voor: het Monasterio van Jeronimo, de Torre de Belém en het Monument van de Ontdekkingsreizigers. De Portugezen zijn wat trots op hun ontdekkingsreizigers. De bekendste was Vasco da Gama (1468-1524). Binnen in het monument leren we hoe die in 1498 de doorgang naar India vond en op die manier zijn bijdrage leverde aan de economische ontwikkeling van Portugal. Vasco da Gama rust onder een graftombe in de kerk van het Monasterio dos Jeronimos in Belém. Een indrukwekkend klooster en een kerk tsjokvol tetterende Japanse toeristen. Een oud, in het zwart gekleed vrouwtje sist tussen haar tanden: ze wil bidden en eist stilte. Maar ook zij moet de tol betalen voor een groeiende toeristische interesse in haar stad. Bij de Pasteis de Belém kopen we een warm naar kaneel smakend rijsttaartje. De oude pastijbakkerij maakt deze lekkernijen al sinds 1837. Vandaag is het vooral een goudmijn. De Japanners van daarnet lopen ook hier in drommen binnen. Opnieuw onze gocart in. Het systeem werkt zeer ingenieus. De gps weet waar we zijn, en is verbonden met een audiogids. Gocar Tours biedt drie ritten aan. Elke rit duur een kleine twee uur. Je kunt de rondritten ook combineren. Wie zelfstandigheid eist, kan rijden waar hij wil. In noodgevallen kan hij dan een TomTom uit de koffer halen en op de 'home'-knop duwen. Smart business, en dat begrijpen almaar meer bedrijven: een ritje in de Flintstones-mobiel is een ideale incentive. "De Belgische top van McDonald's verkende met onze driewielers al de stad", vertelt Mendes. We loodsen onze opvallend ogende kanaries de oude binnenstad in. Het is traag wennen aan de belangstelling: zowat iedereen fotografeert ons. Taxichauffeurs toeteren en zwaaien, zelfs de anders zo nors kijkende politieagent kan zijn glimlach niet onderdrukken. Zelfs de meest smalle, steile en kronkelende kasseistraten vormen geen probleem voor onze gocarts. Gas opendraaien, kreunend trekken de bolides zich naar boven. We drinken een espresso in het lommer van het Praça do Commercio, en rijden dan onder de stadsbogen de Rua Augusta binnen. Dit is dé shoppingstraat van Lissabon. Dure winkels pakken uit, sjacheraars proberen fake Gucci te verkopen en - en passant - marihuana en coke te verpatsen. Volgens kenners is zelfs de marihuana fake: het zou om groene thee gaan. We laten die prutsers links liggen, en scheren naar Restaurante Martinho da Arcada. Daar bestellen we hét traditionele gerecht van Portugal: de bacalhau. Nog steeds trekken Portugese vissers vijf maanden langs de Noorse kusten, vissen er zoveel kabeljauw als hun boten dragen kunnen, drogen en pekelen aan boord, en brengen het resultaat terug naar hun thuisland. In een kleine viswinkel raken we aan de praat met José Martino, visverkoper. Of hij het niet vreemd vindt dat een land met een onmetelijke kustlijn Noorse vis tot nationaal gerecht gepromoveerd heeft? José lacht en moet niet lang over zijn antwoord nadenken: "Jullie Britten eten toch ook pizza en spaghetti?" Yeah sure. Wél echt Portugees? Sardienen! Portugezen eten ze onophoudelijk. In Bairro Alto, de hoger gelegen wijk ten westen van Baixa, lopen we 's avonds een klein lokaal restaurantje binnen. Voor weinig geld eet je hier gegrilde sardienen en drink je een lokale sangria (fletse wijn met Sprite) of bier uit een kruik. A volonté. De sfeer zit er goed in. Er heerst een broeierige ambiance. De kokkin zweet zich het pleuris boven haar bakkende sardienen. We zien haar zweet als de tranen die we plengen bij het aanhoren van een nieuwe fado. Langzaam lopen we buiten en kruipen we de helling van het Castelo San Jorge op. We spoelen het sardienenzout weg. Het Braziliaans ogende meisje dat onze pinten brengt, kijkt zwoel. De wind is koel. Een eenzame merel zingt zijn eigen fado. (T) Door Aart De Zitter/Foto's Thomas De Boever