In de jaren zestig van de vorige eeuw werkte ik drie jaar in Congo als ontwikkelingshelper, één jaar op een college in de Bas-Congo, twee jaar bij het scheepvaartbedrijf CMB. Buiten schitterende herinneringen heb ik vandaag in een rek naast de computer een bizar boek staan dat ik besnuffel als de tijd zwanger is van het Goede Doel in de Derde Wereld. Mijn "Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi" is de derde uitgave (1958) van de reisgids van Inforcongo, de Dienst voor de Voorlichting en de Publieke Relaties van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi, IIIde directie, Montoyerstraat 3, Brussel 4. De reisgezel is bovenste best beter dan een Lonely Planet of The Rough Guide. Savoureer bladzijde 656: route W. 65 - Weg Goma-Kibuye-Shangugu-Bukavu - 261 kilometer. "Deze variant, die 53 kilometer langer is dan de weg over Saka en Kalebe, volgt de oostelijke oever van het Kivumeer. Het is een zeer schilderachtige, maar over het algemeen minder goede en bochtige weg, die slecht...

In de jaren zestig van de vorige eeuw werkte ik drie jaar in Congo als ontwikkelingshelper, één jaar op een college in de Bas-Congo, twee jaar bij het scheepvaartbedrijf CMB. Buiten schitterende herinneringen heb ik vandaag in een rek naast de computer een bizar boek staan dat ik besnuffel als de tijd zwanger is van het Goede Doel in de Derde Wereld. Mijn "Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi" is de derde uitgave (1958) van de reisgids van Inforcongo, de Dienst voor de Voorlichting en de Publieke Relaties van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi, IIIde directie, Montoyerstraat 3, Brussel 4. De reisgezel is bovenste best beter dan een Lonely Planet of The Rough Guide. Savoureer bladzijde 656: route W. 65 - Weg Goma-Kibuye-Shangugu-Bukavu - 261 kilometer. "Deze variant, die 53 kilometer langer is dan de weg over Saka en Kalebe, volgt de oostelijke oever van het Kivumeer. Het is een zeer schilderachtige, maar over het algemeen minder goede en bochtige weg, die slechts een gemiddelde snelheid van ten hoogste 40 kilometer per uur toelaat. Bovendien geldt tot tweemaal toe het eenrichtingsverkeer". Het boek van 790 bladzijden leest als een bezoek aan het Pajottenland waarbij elke kronkel, elke boom, elke struik, elke boerderij becommentarieerd wordt. Wie wil snappen wat nog geen eeuw kolonisering opleverde aan troeven voor "ons" Centraal-Afrika moet dat boek kopen. Het Afrikamuseum in Tervuren heeft de laatste exemplaren. Het leven heeft rituelen. Bij het vallen van de bladeren duikt 11.11.11 op met de bedelnap voor Afrika en verschijnt op de Vlaamse beeldbuizen een dure spot om de ondernemers belachelijk te maken. Vandaag is het de agro-industrie, gisteren wat anders, maar steeds prijs hebben de leden van VBO, Voka, Agoria, Unizo, VKW. Voor 11.11.11 blijven het uitbuiters. Men mag een babbel komen doen met stafmedewerkers van de ontwikkelingskoepel die dat ontkennen, tot dan het jaar nadien monomaan en maniakaal met wat andere lichtbeelden hetzelfde refrein wordt afgeraffeld. De 11.11.11-club is socialistisch en kinderachtig, zoveel is zeker. Ik zal geamuseerd het gescheld volgen tussen 11.11.11 en Thierry Debels, die in "Hoe Goed is het Goede Doel?" (Borgerhoff en Lamberigts) de fondsenwerving van ngo's en de effectiviteit in het zuiden van het schooigeld doorlicht. 11.11.11 liet horen een klacht wegens laster en eerroof te zullen indienen. Mooi. De Belgische ondernemersorganisaties zouden jaarlijks om de drek die 11.11.11 gooit, hetzelfde kunnen doen. Soit, daarvoor hebben zij te weinig zelfrespect en ballen. Terug naar mijn reisgids van 1958. Daarin verschijnen plaatjes van propere gebouwen met allure. Ministeries, kantoren, scholen, paleizen van lokale machthebbers. Zij leiden recht naar een discussie in Nederland, onder meer tussen landbouweconomen van een van de beste agrarische universiteiten ter wereld: Wageningen. Het uitgangspunt van de discussie is, en zij wordt in de krantenrapportering ondersteund door foto's die zo kunnen weggerukt zijn uit het boek van Inforcongo: Azië blijft economisch rennen en Afrika staat stil. Veertig jaar geleden waren Azië en Afrika even rijk. NRC Handelsblad toont vier foto's van Naïrobi en Kuala Lumpur: twee van 1960 en twee van vandaag. Op die van voor een halve eeuw staan gebouwen met dezelfde verzorgde uitstraling. Op die van vandaag verzinkt Naïrobi in de uitwerpselen van een open riool en verrijst in Kuala Lumpur een nieuwbouwwijk in retrostijl. De Nederlander Jan Kees van Donge leidt het project-Tracking Development, waarbij vier Afrikanen de Aziatische succesrecepten onderzoeken en vier Aziaten de Afrikaanse neerwaartse spiraal. Om naar het thema 2007 van 11.11.11 te gaan: Van Donge veroordeelt de Afrikaanse politici voor de stilstand van de landbouw. Citaat: "De politieke elite in Afrika heeft geen belangstelling voor het platteland. Op een enkele uitzondering na, zoals Kenia, is er geen beleid. Afrikaanse leiders bouwen vaak een huis, villa of paleis in hun geboortedorp, maar geen boerderij ... In Afrika is het gevoel wijdverbreid dat je om vooruit te komen in het leven weg moet uit je dorp, uit je land. Misschien willen de mensen weg omdat het platteland zo weinig te bieden heeft en komt dàt weer omdat de beleidselite met zijn rug naar de dorpen staat." (einde citaat). Is er dan geen hoop voor Afrika? Ja, en die komt uit een supersocialistische hoek die 11.11.11 moet bevallen. Een half miljoen onderdanen van de grootste slavenstaat ter wereld, het communistische China, zorgen er voor dat de handel tussen Afrika en China over de laatste vijf jaar vervijfvoudigd is. De Chinezen treden de beginselen die de beroeps van de Goede Doelen heilig zijn, met de voeten. Ze doen in weinig onder voor de kolonisator van voor 1960. Daar zal u geen spot over zien op de Vlaamse televisie. de auteur is directeur van trendsFrans Crols