Het is uitzonderlijk winderig wanneer het 345 meter lange tankerschip Zarga aanmeert in de haven van Duinkerke, zo'n 15 kilometer van de Frans-Belgische grens. De lading van de Zarga, vloeibaar aardgas of lng, wordt via kronkelende witte leidingen aan wal gepompt. Het gas, dat vooral uit Rusland, Qatar en de Verenigde Staten komt, belandt in een van de drie tanks van 50 meter hoog, die elk 200.000 kubieke meter vloeibaar gas kunnen bevatten. Dat is evenveel als de inhoud van tachtig olympische zwembaden. De lng-terminal van Duinkerke, die deels in handen van het Belgische Fluxys is, is de op één na grootste in Europa.
...

Het is uitzonderlijk winderig wanneer het 345 meter lange tankerschip Zarga aanmeert in de haven van Duinkerke, zo'n 15 kilometer van de Frans-Belgische grens. De lading van de Zarga, vloeibaar aardgas of lng, wordt via kronkelende witte leidingen aan wal gepompt. Het gas, dat vooral uit Rusland, Qatar en de Verenigde Staten komt, belandt in een van de drie tanks van 50 meter hoog, die elk 200.000 kubieke meter vloeibaar gas kunnen bevatten. Dat is evenveel als de inhoud van tachtig olympische zwembaden. De lng-terminal van Duinkerke, die deels in handen van het Belgische Fluxys is, is de op één na grootste in Europa. Alleen is de laatste twee jaar slechts de helft van de capaciteit van die terminal benut, een probleem dat ook andere Europese gasterminals parten speelt. De Europese invoercapaciteit voor gas is nu al dubbel zo hoog als de vraag ernaar, stelt de Amerikaanse ngo Global Energy Monitor. Desondanks zijn in de Europese Unie voor 17 miljard euro investeringen in lng-terminals gepland. Die zullen de Europese invoercapaciteit nog eens met de helft vergroten. Een deel van dat geld komt van de Europese belastingbetaler. De Europese Unie heeft de laatste jaren al meer dan 650 miljoen euro subsidies aan lng-terminals gegeven. Nochtans voorspelt de Europese Commissie dat de gasinvoer tegen 2030 met 13 à 19 procent zal zakken en dat de vraag naar gas tegen 2050 met minstens 75 procent zal dalen. Het is tekenend voor de manier waarop de Europese bedrijfs- en beleidswereld zichzelf klem zet in een verouderde en vuile technologie van energieopwekking. Het Europese journalistieke collectief Investigate Europe berekende dat in de Europese Unie voor meer dan 100 miljard euro investeringen in nieuwe gasleidingen, lng-terminals en gascentrales op stapel staan. Een groot deel van die investeringen zal over twintig jaar niets meer waard zijn, want ze staan haaks op de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie. Om het Klimaatakkoord van Parijs te halen mag Europa tussen nu en 2050 nog maar 70 miljard ton CO2 uitstoten. In het huidige tempo is die grens al over zestien jaar bereikt. Daarom moet Europa volledig koolstofvrij worden, concluderen de energie-experts van het Duitse Instituut voor Economisch Onderzoek DIW. Gas mag geen deel van de oplossing zijn. Sterker nog: gas is een deel van het probleem, stelt het DIW. "Elke investering in infrastructuur voor fossiele brandstoffen, zoals gasleidingen en lng-terminals, zal een verloren investering zijn", zegt Claudia Kemfert, die de energiecel van het DIW leidt. Waarom draait Europa de gaskraan dan niet dicht? Een van de redenen is de machtige gaslobby. De afgelopen tien jaar heeft die meer dan 250 miljoen euro uitgegeven aan lobby-activiteiten, stelt de ngo Corporate Europe Observatory. Sinds 2014 hebben 200 lobbyisten meer dan 300 keer afgesproken met de betrokken Eurocommissarissen en hoge kabinetsmedewerkers. Met succes: de Europese Commissie neemt bijvoorbeeld de inschatting van de vraag naar gas klakkeloos over van de gasindustrie. In 2009 verenigden de Europese gasnetwerkbeheerders zich in de koepelorganisatie Entso-G. Die kreeg van de Commissie de opdracht tweejaarlijks de Europese vraag naar gas in te schatten. Keer op keer overschatte Entso-G die vraag, waardoor de Commissie te veel in gasprojecten heeft geïnvesteerd. De Europese Rekenkamer tikte de Commissie in 2015 al op de vingers, omdat ze die inschattingen niet zelf maakt. De invloed van de gasindustrie reikt nog verder. Om de twee jaar komt de Europese Commissie met een lijst van projecten van algemeen belang. Die PCI-lijst ( projects of common interest) bevat grensoverschrijdende projecten in energie-infrastructuur, die nodig zijn om de Europese energiemarkt verder te integreren. Die projecten krijgen Europese subsidies en betere kredietvoorwaarden bij de Europese Investeringsbank. De PCI-lijst leidt tot overinvesteringen in gas, want hij komt uit de koker van onder meer Entso-G. 32 van de 149 PCI-projecten die de Commissie eind vorig jaar bekendmaakte, zijn gasprojecten. Klaus-Dieter Borchardt, de adjunct-directeur-generaal voor energie van de Commissie, geeft toe dat die niet thuishoren in de lijst. "Ze komen er terecht omdat de lidstaten dat willen, niet omdat ze de bevoorradingszekerheid garanderen of om duurzaamheidsredenen. Sommige projecten zijn een politieke keuze." De Europese instellingen beslissen niet over de lijst, ze mogen die alleen goed- of afkeuren nadat de lidstaten die hebben samengesteld. Een van die PCI-projecten is de MidCat-gasleiding, die gas zou moeten vervoeren van Noord-Afrika naar het zuiden van Frankrijk. De pijplijn staat sinds 2013 op de PCI-lijst en ontving al 1,3 miljard euro subsidies. Maar de Franse en de Spaanse energieregulatoren hebben het project begin 2019 stopgezet, omdat het overbodig en onrendabel was. "De bestaande leiding tussen Frankrijk en Spanje is niet overbelast", klonk het. Volgens Entso-G blijven investeringen in gas nodig, om de bevoorrading in Europa te verzekeren. We zijn te afhankelijk van onbetrouwbare regimes, zoals Rusland en sommige Noord-Afrikaanse landen, luidt het argument. Een rapport dat het Franse studiebureau Artelys daarover voor de Commissie schreef, spreekt dat tegen: "Zelfs in het geval van een ernstige ontwrichtingen van de aanlevering van gas, volstaat de bestaande Europese gasinfrastructuur ruimschoots om aan de vraag tegemoet te komen." Volgens Artelys-directeur Christopher Andrey zijn de gasprojecten op de PCI-lijst dan ook overbodig. "De Europese Unie riskeert meer dan 29 miljard euro te investeren in projecten die niet nodig zijn."