Onderzoek aan de KU-Leuven toont dat de assen van de economische ontwikkeling in Vlaams-Brabant nog dezelfde zijn als 100 jaar geleden.
...

Onderzoek aan de KU-Leuven toont dat de assen van de economische ontwikkeling in Vlaams-Brabant nog dezelfde zijn als 100 jaar geleden.Aan de economiefaculteit van de KU-Leuven werkt assistent Wim Peeters, begeleid door professor Erik Buyst, aan een innoverend onderzoek in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant in de sfeer van de economische geschiedschrijving. Peeters tracht, toegespitst op Vlaams-Brabant en op de periode vanaf 1850, "te peilen naar de brede waaier van redenen voor ontstaan en ontwikkeling van nijverheden en hun impact op het sociale leven en de gevolgen op gebied van welvaart, bevolking en welzijn". 1896 is een cruciaal jaar in Peeters' onderzoek, omdat toen de eerste "industrietelling" plaatsvond. Eerste conclusie : de grootste concentraties aan tewerkgestelden in de industrie die rond 1860 de landbouw had afgelost als belangrijkste werkgever bevonden zich duidelijk in de steden en verstedelijkte gebieden als Leuven, Halle, Vilvoorde, Tienen, Aarschot, en Diest. Het Pajottenland viel op door zijn groot aantal huisvlijt-bedrijfjes. Op het platteland was het de ambachtelijke textiel-, kleding- en schoeiselnijverheid die overheerste (met hier en daar wat houtverwerking en papierproductie), in de steden waren de kapitaalintensieve "moderne" industrieën als metaal, chemie en ook levensmiddelenverwerking (brouwerijen, suikerraffinage) de belangrijkste industriële werkgever. Inzake technologie gemeten aan de hand van machinekracht in pk valt dezelfde cesuur tussen stad en platteland op ; een kleine groep van 15 gemeenten monopoliseerde het gebruik van machinekracht. Opvallend : de Tiense Suikerraffinaderijen waren goed voor 2614 pk, of bijna één vijfde van de totale aanwezige machinekracht in Vlaams-Brabant.Wim Peeters besluit zijn eerste tussentijds rapport over de periode vóór de Eerste Wereldoorlog met een verwijzing naar de analyse die de Nationale Bank (zetel Leuven) vorig jaar maakte van Vlaams-Brabant. Een beperkt aantal gemeenten vormt ook nu nog het economisch zwaartepunt van de regio : Zaventem, Machelen, Halle, Vilvoorde, Dilbeek, Grimbergen, Asse, Leuven, Tienen, Aarschot, Diest. Wim Peeters : "Het heeft er alle schijn van dat de roots van deze dominantie reeds ver in het verleden liggen. Het verhaal van de huidige cesuur tussen landelijke gebieden met een moeizame economische ontwikkeling en zich snel en succesvol omschakelende, stedelijke gebieden, lijkt geworteld in het feit dat sommige regio's een eeuw geleden de boot van de industrialisatie misten." WIM PEETERS (KU-LEUVEN) De verdeling van de economische ontwikkeling in Vlaams-Brabant in 1996 verschilt weinig van die in 1896.