Edmond Solvay en koning Leopold II stonden 100 jaar geleden aan de doopvont van de Belgische Golffederatie die op 19 maart haar eeuwfeest vierde. Toen waren er zeven stichtende clubs: Ravenstein, Oostende, Spa, Antwerpen, Lombardsijde, Gent en Knokke. Vandaag zijn er al 85 golfclubs in dit land. Toch scoort de Belgische golfsport niet echt op het internationale niveau.
...

Edmond Solvay en koning Leopold II stonden 100 jaar geleden aan de doopvont van de Belgische Golffederatie die op 19 maart haar eeuwfeest vierde. Toen waren er zeven stichtende clubs: Ravenstein, Oostende, Spa, Antwerpen, Lombardsijde, Gent en Knokke. Vandaag zijn er al 85 golfclubs in dit land. Toch scoort de Belgische golfsport niet echt op het internationale niveau. We hadden natuurlijk wel een paar uitstekende touring-pro's, zoals Florence Descampe, Flory van Donck, Philippe Toussaint of Nicolas Colsaerts. Maar hun succes was nooit de grote doelstelling van een federaal sportief beleid dat zich toespitste op de profspelers. Belgische profspelers hebben zich altijd alleen uit de slag moeten trekken als ze wilden meedraaien in de internationale circuits. We mogen het beest bij zijn naam noemen: de Belgische Golffederatie wilde lange tijd alleen maar de amateurweg bewandelen en steunde alleen maar de beste amateurspelers van het moment. België onderscheidde zich trouwens meermaals op dat niveau, met titels bij de Ladies in 1963 en de Boys in 2010, maar ook individuele overwinningen voor Descampe in 1988 en Didier de Vooght in 1997. Vandaag onderscheiden Thomas Pieters (22ste in Europa) en Thomas Detry zich bij de amateurs. Van de beste amateurs wordt verwacht dat ze op een bepaald moment de stap naar de profs zetten. Maar het grootste sportevenement ter wereld, de Olympische Spelen, combineert beide categorieën. Op de Spelen van Rio de Janeiro in 2016 staat golf op het programma en dat stimuleert zowel profspeler Colsaerts als Pieters, die een golfbeurs heeft aan de University of Illinois. Natuurlijk weet de Belgische Golffederatie ook dat de beste spelers bij de profs zitten en in die categorie ook de beste propaganda voor de sport wordt gemaakt. De federatie steunt ook proftoernooien in ons land als de Telenet Trophy in de Challenge Tour, die wordt gespeeld op de Royal Ravenstein, de Flory van Donck Trophy in de Alps Tour op Sept Fontaines en de Omnium Classic op de Limburg. Zonder proftoernooien zouden de Belgische neoprofs nooit de kans krijgen om zich in de kijker te spelen en zo dankzij het uitwisselingssysteem een uitnodiging te krijgen voor buitenlandse toernooien. De Belgische golfelite ontmoet elkaar in federale programma's als Belgian Team en Be Gold voor sommigen van die elite hun kans kunnen wagen in het professionele circuit. Alleen gaat dat om een minderheid, terwijl de meerderheid blijft studeren of op de arbeidsmarkt stapt. De Belgische golfsport blijft een bastion van privéclubs voor amateurs die tijdens het weekend gaan golfen, maar zijn niet uitgerust om jonge spelers op weg te zetten naar de professionele golfwereld, zoals in Zweden of Frankrijk wel het geval is. Bij ons worden golf en studeren heel zelden gecombineerd en zijn er zelfs helemaal geen openbare golfbanen. Het aantal Belgische golfers dikt niet meer aan en blijft steken bij 56.500, terwijl Nederland er minstens zes keer meer heeft. Bij onze noorderburen wordt golf beschouwd als een sport die tot de top kan leiden, terwijl golf in ons land vooral wordt gespeeld omdat het een bezigheid is die goed staat. JOHN BAETE