In 2014 (het laatste onderzochte jaar) was 40 procent van de 'nieuwe' werknemers langer dan een jaar aan de slag bij dezelfde werkgever. Voor de grootste groep binnen die langlopende jobs was dat zelfs meer dan twee jaar. Een vergelijking met het begin van de eeuw leert dat het aandeel van de langlopende jobs toeneemt. Omgekeerd neemt het aandeel van de kortlopende jobs (van minder dan drie maanden) af. In 1999 liep bijna een op de drie (32 procent) van de jobs af binnen het eerste kwartaal na aanwerving.

Vijftien jaar later, in 2014, gold die korte looptijd nog voor 28 procent, of net iets meer dan een kwart van de jobs. Vooral jongeren (van minder dan 25 jaar) belanden in jobs met een duurtijd van minder dan een kwartaal. Het klinkt ook logisch dat het aandeel van de langlopende jobs toeneemt met de leeftijd - en het grootste is in de leeftijdsgroep boven 55 jaar.

Ongeveer 40 procent van de aanwervingen in de landbouw, de horeca en de administratieve en ondersteunende diensten heeft een duur van minder dan een kwartaal. Sectoren die gekenmerkt worden door een langere verblijfsduur zijn de industrie (64 procent), financiële bedrijven (63 procent) en het openbaar bestuur (68 procent).