Dit jaar steeg de prijs van de woningen met 5,6 procent, blijkt uit de nieuwe Prijsmeter van Immoweb. Met een inflatie van 11 procent betekent dat wel dat er een reële daling was. "Er was een lichte overwaardering in de markt", zegt Piet Derriks, managing director van Immoweb. "Die is er nu uit. In vergelijking met de oververhitting van de vastgoedmarkt in de buurlanden, zijn de woningen in België correct gewaardeerd."

In Vlaanderen was er een stijging van 5,6 procent, in Wallonië bedroeg die 5,9 procent en in Brussel 4,6 procent. "De hoofdstad is niet langer de drijvende kracht, zoals vóór de coronacrisis", aldus Derriks.

De woningprijzen stegen het meest in Limburg (7,3%), maar met een prijs van 1.935 euro per vierkante meter blijft dat wel de goedkoopste provincie in Vlaanderen. In de andere Vlaamse provincies volgde de prijs van de huizen met een stijging tussen 5 en 6 procent het normale tempo.

Appartementen

De prijs van de appartementen steeg met 5,3 procent, iets minder dan die van huizen. "Huizen zijn wel minder gevraagd dan tijdens en vlak na de lockdown", stelt Derriks wel vast. "De vlucht naar de tuin is voorbij. Nu zijn steden weer in trek bij de kopers."

Van de grote steden kende Bergen de grootste prijsstijging (8,4%), gevolgd door Hasselt en Brugge (beide 7,3%). Dat was iets minder in Antwerpen (6,1%), Gent (6%) en Leuven (5,9%).

West-Vlaanderen is met 3.503 euro per vierkante meter het duurst voor appartementen. Dat is waarschijnlijk een gevolg van de dure tweede verblijven. Huizen zijn er goedkoper per vierkante meter (1.950 euro). In Brussel is het verschil veel minder groot: 3.470 euro per vierkante meter voor een appartement en 3.150 euro voor een huis. De prijs van appartementen in Vlaams-Brabant komt op de derde plaats (3.039 euro per vierkante meter), gevolgd door Oost-Vlaanderen (2.712 euro), Antwerpen (2.710 euro) en Limburg (2.490 euro).

Leencapaciteit

Immoweb berekent ook de vastgoedkoopkracht of leencapaciteit. Dat is het aantal vierkante meter dat een gemiddeld gezin zich kan veroorloven, gegeven de rente en de prijs van de woningen. Die daalde het voorbije jaar van 105 naar 83 vierkante meter. De gemiddelde Belg kan zich nu dus slechts een woning veroorloven die een vijfde kleiner is dan een jaar geleden. Dat is een gevolg van de stijging van de rentevoeten van 1,4 procent in januari tot 3,3 procent in december 2022.

"Door de verhoogde prijzen en de stijgende rente was vorig jaar het op twee na het moeilijkste in de voorbije veertig jaar om een woning te kopen", berekende Derriks. "Het goede nieuws is dat volgende maand voor de meeste Belgen de lonen met ongeveer 10 procent stijgen. De koopkracht zal dus weer toenemen tot een meer normaal peil. Het blijft op de lange termijn sowieso financieel interessanter om een hoofdverblijf te kopen dan te huren."

Wel raadt Derriks aan voorzichtig te zijn. In 2020 en 2021 hadden kopers amper de tijd om na te denken over de aankoop van een woning, omdat de vraag zo groot was. Ook de gesprekken met de bank moesten snel gaan. "Het is allemaal wat rustiger geworden", signaleert Derriks. "Er zijn minder kandidaat-kopers voor een woning. Het gebeurt vandaag nog amper dat ze tegen elkaar opbieden. Er valt weer te praten over de prijs. Men heeft ook de tijd om bij enkele banken langs te gaan. Zeker kopers met eigen middelen hebben de ruimte om over hun hypotheeklening te onderhandelen."

Dit jaar steeg de prijs van de woningen met 5,6 procent, blijkt uit de nieuwe Prijsmeter van Immoweb. Met een inflatie van 11 procent betekent dat wel dat er een reële daling was. "Er was een lichte overwaardering in de markt", zegt Piet Derriks, managing director van Immoweb. "Die is er nu uit. In vergelijking met de oververhitting van de vastgoedmarkt in de buurlanden, zijn de woningen in België correct gewaardeerd."In Vlaanderen was er een stijging van 5,6 procent, in Wallonië bedroeg die 5,9 procent en in Brussel 4,6 procent. "De hoofdstad is niet langer de drijvende kracht, zoals vóór de coronacrisis", aldus Derriks. De woningprijzen stegen het meest in Limburg (7,3%), maar met een prijs van 1.935 euro per vierkante meter blijft dat wel de goedkoopste provincie in Vlaanderen. In de andere Vlaamse provincies volgde de prijs van de huizen met een stijging tussen 5 en 6 procent het normale tempo.De prijs van de appartementen steeg met 5,3 procent, iets minder dan die van huizen. "Huizen zijn wel minder gevraagd dan tijdens en vlak na de lockdown", stelt Derriks wel vast. "De vlucht naar de tuin is voorbij. Nu zijn steden weer in trek bij de kopers." Van de grote steden kende Bergen de grootste prijsstijging (8,4%), gevolgd door Hasselt en Brugge (beide 7,3%). Dat was iets minder in Antwerpen (6,1%), Gent (6%) en Leuven (5,9%).West-Vlaanderen is met 3.503 euro per vierkante meter het duurst voor appartementen. Dat is waarschijnlijk een gevolg van de dure tweede verblijven. Huizen zijn er goedkoper per vierkante meter (1.950 euro). In Brussel is het verschil veel minder groot: 3.470 euro per vierkante meter voor een appartement en 3.150 euro voor een huis. De prijs van appartementen in Vlaams-Brabant komt op de derde plaats (3.039 euro per vierkante meter), gevolgd door Oost-Vlaanderen (2.712 euro), Antwerpen (2.710 euro) en Limburg (2.490 euro).Immoweb berekent ook de vastgoedkoopkracht of leencapaciteit. Dat is het aantal vierkante meter dat een gemiddeld gezin zich kan veroorloven, gegeven de rente en de prijs van de woningen. Die daalde het voorbije jaar van 105 naar 83 vierkante meter. De gemiddelde Belg kan zich nu dus slechts een woning veroorloven die een vijfde kleiner is dan een jaar geleden. Dat is een gevolg van de stijging van de rentevoeten van 1,4 procent in januari tot 3,3 procent in december 2022."Door de verhoogde prijzen en de stijgende rente was vorig jaar het op twee na het moeilijkste in de voorbije veertig jaar om een woning te kopen", berekende Derriks. "Het goede nieuws is dat volgende maand voor de meeste Belgen de lonen met ongeveer 10 procent stijgen. De koopkracht zal dus weer toenemen tot een meer normaal peil. Het blijft op de lange termijn sowieso financieel interessanter om een hoofdverblijf te kopen dan te huren."Wel raadt Derriks aan voorzichtig te zijn. In 2020 en 2021 hadden kopers amper de tijd om na te denken over de aankoop van een woning, omdat de vraag zo groot was. Ook de gesprekken met de bank moesten snel gaan. "Het is allemaal wat rustiger geworden", signaleert Derriks. "Er zijn minder kandidaat-kopers voor een woning. Het gebeurt vandaag nog amper dat ze tegen elkaar opbieden. Er valt weer te praten over de prijs. Men heeft ook de tijd om bij enkele banken langs te gaan. Zeker kopers met eigen middelen hebben de ruimte om over hun hypotheeklening te onderhandelen."