2020 was een bijzonder jaar voor de Ardense vastgoedmarkt. Dat blijkt uit de eerste editie van de Ardennenbarometer van De Federatie van het Notariaat (Fednot). De vastgoedactiviteit in de streek nam er op jaarbasis toe met 5,3 procent. Op nationaal niveau daalde de activiteit in 2020 met 2,7 procent in vergelijking met 2019.

Vooral na de lockdown in de lente kochten veel Belgen een tweede verblijf in de streek. Opvallend veel Vlamingen vonden de weg naar de Ardense vastgoedmarkt. In sommige gemeenten was meer dan een op de drie kopers een Vlaming. In Rendeux liep dat aandeel zelfs op tot 43,8 procent. Het gaat vooral om oudere kopers: 51 tot 65 jaar en ouder dan 65 jaar. Het aandeel jongere kopers (30 jaar en jonger) was half zo groot.

Notaris Dumoulin heeft het over een 'Marc Coucke-effect' in en rond Durbuy: "De vele restaurants en het recreatiepark maken zowat de hele streek extra aantrekkelijk. Zo kopen veel Vlamingen een tweede verblijf in het prachtige dorp Villers-Sainte-Gertrude. In bijvoorbeeld Barvaux is dat dan weer minder het geval."

Forse prijsklim

De toegenomen interesse voor Ardens vastgoed heeft invloed op de prijzen. De gemiddelde prijs van een woonhuis in de Ardennen steeg in 2020 met 10,8 procent. Op nationaal niveau bleef de prijsstijging vorig jaar beperkt tot 5,7 procent. Gemiddeld kostte een Ardens woonhuis 174.245 euro, ongeveer 30.000 euro minder dan de gemiddelde prijs in Wallonië (208.642 euro).

De Ardense vastgoedmarkt is zeer heterogeen met grote prijsverschillen tussen de gemeenten. Zo zijn woonhuizen het goedkoopst in Viroinval en Hastières: respectievelijk 108.086 euro en 110.596 euro. In die gemeenten zijn er veel campings met residentiële caravans en chalets die de gemiddelde prijs naar beneden halen. In 2019 kostte een Ardens woonhuis gemiddeld nergens meer dan 200.000 euro. In 2020 vormden zes gemeenten daarop een uitzondering: Durbuy, Erezée, Gouvy, Trois-Ponts, La-Roche-en-Ardenne en Houffalize.

2020 was een bijzonder jaar voor de Ardense vastgoedmarkt. Dat blijkt uit de eerste editie van de Ardennenbarometer van De Federatie van het Notariaat (Fednot). De vastgoedactiviteit in de streek nam er op jaarbasis toe met 5,3 procent. Op nationaal niveau daalde de activiteit in 2020 met 2,7 procent in vergelijking met 2019.Vooral na de lockdown in de lente kochten veel Belgen een tweede verblijf in de streek. Opvallend veel Vlamingen vonden de weg naar de Ardense vastgoedmarkt. In sommige gemeenten was meer dan een op de drie kopers een Vlaming. In Rendeux liep dat aandeel zelfs op tot 43,8 procent. Het gaat vooral om oudere kopers: 51 tot 65 jaar en ouder dan 65 jaar. Het aandeel jongere kopers (30 jaar en jonger) was half zo groot.Notaris Dumoulin heeft het over een 'Marc Coucke-effect' in en rond Durbuy: "De vele restaurants en het recreatiepark maken zowat de hele streek extra aantrekkelijk. Zo kopen veel Vlamingen een tweede verblijf in het prachtige dorp Villers-Sainte-Gertrude. In bijvoorbeeld Barvaux is dat dan weer minder het geval."De toegenomen interesse voor Ardens vastgoed heeft invloed op de prijzen. De gemiddelde prijs van een woonhuis in de Ardennen steeg in 2020 met 10,8 procent. Op nationaal niveau bleef de prijsstijging vorig jaar beperkt tot 5,7 procent. Gemiddeld kostte een Ardens woonhuis 174.245 euro, ongeveer 30.000 euro minder dan de gemiddelde prijs in Wallonië (208.642 euro).De Ardense vastgoedmarkt is zeer heterogeen met grote prijsverschillen tussen de gemeenten. Zo zijn woonhuizen het goedkoopst in Viroinval en Hastières: respectievelijk 108.086 euro en 110.596 euro. In die gemeenten zijn er veel campings met residentiële caravans en chalets die de gemiddelde prijs naar beneden halen. In 2019 kostte een Ardens woonhuis gemiddeld nergens meer dan 200.000 euro. In 2020 vormden zes gemeenten daarop een uitzondering: Durbuy, Erezée, Gouvy, Trois-Ponts, La-Roche-en-Ardenne en Houffalize.