Erik Wieërs is sinds augustus de nieuwe Vlaamse Bouwmeester. De Antwerpse architect adviseert de Vlaamse en de lokale overheden over architectonische en ruimtelijke kwaliteit. Hij moet ook het debat aanzwengelen met vernieuwende ideeën. Wieërs' voorganger, Leo Van Broeck, deed dat met verve. Hij joeg de goegemeente op stang met ideeën om de bewoners van buitengemeenten fiscaal te bestraffen, woontorens te bouwen in dorpskernen en appartementen kleiner te maken, en hij noemde de bouw van vrijstaande woningen crimineel. "Leo Van Broeck verkondigde stellingen over ruimtelijke ordening, mobiliteit en architectuur die breed worden gedragen door experts, maar die nog niet zijn doorgedrongen bij het brede publiek", verklaart Erik Wieërs. "Dat gaf af en toe een schok. Ik denk dat een verzoenende aanpak meer helpt om een publiek draagvlak te vinden voor de doelstellingen, waar mijn voorganger en ik het in grote lijnen over eens zijn."
...

Erik Wieërs is sinds augustus de nieuwe Vlaamse Bouwmeester. De Antwerpse architect adviseert de Vlaamse en de lokale overheden over architectonische en ruimtelijke kwaliteit. Hij moet ook het debat aanzwengelen met vernieuwende ideeën. Wieërs' voorganger, Leo Van Broeck, deed dat met verve. Hij joeg de goegemeente op stang met ideeën om de bewoners van buitengemeenten fiscaal te bestraffen, woontorens te bouwen in dorpskernen en appartementen kleiner te maken, en hij noemde de bouw van vrijstaande woningen crimineel. "Leo Van Broeck verkondigde stellingen over ruimtelijke ordening, mobiliteit en architectuur die breed worden gedragen door experts, maar die nog niet zijn doorgedrongen bij het brede publiek", verklaart Erik Wieërs. "Dat gaf af en toe een schok. Ik denk dat een verzoenende aanpak meer helpt om een publiek draagvlak te vinden voor de doelstellingen, waar mijn voorganger en ik het in grote lijnen over eens zijn." ERIK WIEËRS. "Het is een slecht idee om mensen uit de dorpen te verjagen. Ik wil de gezinnen die in een verkaveling wonen ook niet culpabiliseren. Door de geschiedenis evolueerde het Vlaamse woonideaal naar een huis waar je omheen kunt lopen, met een tuin, het liefst ver van de stad. Dat zit niet alleen in het hoofd van de Vlaming, het is sinds de jaren zestig ook beleidsmatig gesteund met een ruim verkavelingsbeleid. Gemeenten hadden daar alle belang bij, want woningen zijn een bron voor vastgoedbelastingen. Maar de limiet is bereikt. De Europese Green Deal komt op ons af. In 2050 moeten alle woningen in de Europese Unie CO2-neutraal zijn. Om dat te bereiken moet het beleid radicaal veranderen." WIEËRS. "Inderdaad. De bouwnormen gelden voor iedereen, rijk of arm. De overheid legt de hoofdverantwoordelijkheid bij de burger, terwijl ze ook zelf haar verantwoordelijkheid kan nemen. Waarom schakelt ze bijvoorbeeld niet sneller met de vergroening van de elektriciteitsproductie? Met 100 procent groene energie zou de isolatie van woningen niet eens nodig zijn. Dan kunnen de bewoners zo hard stoken als ze willen, klimaatneutraal." WIEËRS. "Dat is niet eenvoudig. Een degelijke woning huren kost al snel 800 tot 900 euro per maand. Een alleenstaande met een modaal inkomen of iemand met een minimuminkomen kan dat moeilijk betalen. Er is een enorme wachtlijst voor sociale woningen. Dat patrimonium is bovendien sterk verouderd. Wie een oud woonblok met honderd appartementen sloopt, zal door de strengere bouwnormen aan het einde van de rit misschien zestig eenheden kunnen aanbieden. Het aanbod van sociale woningen daalt dus door de strenge bouwnormen. De privésector kan worden ingeschakeld om dat bij te sturen. De overheid moet er met haar vergunningsbeleid ook voor zorgen dat er sociale woningen worden ontwikkeld." WIEËRS. "Er is een verschuiving bezig. Aannemers redeneren dat het goedkoper is een gebouw plat te gooien en er een nieuwbouw op te zetten. Maar het inzicht groeit dat sloop meer afval oplevert, dat ook gerecycleerd moet worden. Bovendien leidt een nieuwbouw tot meer vervoer van materiaal. Dat heeft eveneens een maatschappelijke impact."Renovatie kan dus duurzamer zijn dan nieuwbouw. Nu al beslissen ontwikkelaars om het skelet van een gebouw te behouden. Maar het liefst starten aannemers van nul. Bij de bescherming van woningen moeten we niet alleen kijken naar de architectonische, maar ook naar de bouwtechnische waarde." WIEËRS. "Mijn voorganger hamerde altijd op compactere woningen in de dorpskernen. Ontwikkelaars maakten daar een karikatuur van, alsof torens van meer dan tien verdiepingen in de dorpen symbool staan voor duurzaamheid. Zo heeft hij dat zeker niet bedoeld. Hoge torengebouwen horen niet thuis in dorpskernen. In Italië zijn er stadjes waar ongelofelijk compact is gebouwd, terwijl er geen woontorens van meer dan drie lagen zijn toegelaten. "Mijn andere voorganger, Marcel Smets, heeft ooit gezegd (verwijzend naar het Bauhaus, nvdr) dat zes lagen het maximum is, om te voorkomen dat gebouwen te ver van elkaar moeten staan om nog licht toe te laten. In Wenen is dat bijvoorbeeld het geval. Of hoe compact ook mooi kan zijn. "Je kunt ook densiteit creëren met drie lagen, door de wooneenheden kleiner en optimaler te ontwerpen. Je kunt bijvoorbeeld boven op twee woningen met een tuin een klein appartement creëren voor een alleenstaande. Er zijn overigens meer kleine woningen nodig, omdat de gezinnen kleiner worden." WIEËRS. "Het is geen eenvoudige zaak. Voormalig Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Theo Kelchtermans zei in de jaren tachtig al dat Vlaanderen vol was. Nu is het nog voller. De regering kan compacter en meer stedelijk bouwen wel promoten, maar welke politicus durft te zeggen dat de verouderde gebouwen moeten worden afgebroken? We kunnen hopen dat er een generatie opgroeit die bereid is dat te doen. "Bewustmaking is een werk van lange adem. Om jonge gezinnen naar de steden te krijgen moet je die leefbaar maken. Shoppers en toeristen mogen er geen vrij spel krijgen. We moeten het openbaar domein teruggeven aan de bewoners. Dat kan bijvoorbeeld door de straten autoluw te maken. Telkens als een bestuur beslist dat te doen, zijn er felle protesten van bewoners en winkeliers. Maar na enkele jaren wil niemand de klok nog terugdraaien. "Een leefbare stad moet ook kwaliteitsvolle woningen bieden, in projecten met veel groen in wijken met veel open ruimte. Creëer intelligent ontworpen woningen, compacter dan vroeger, in dito buurten, en er komt een ommekeer in de geesten van de mensen. Gelukkig rijpt dat idee stilaan bij heel wat overheden." WIEËRS. "Ten dele. Wonen in een collectief is niet per se een aanslag op de privacy. Er bestaan architectonische oplossingen die een evenwicht vinden tussen het privéleven en de voordelen van collectieve ruimte. Een complex kan bijvoorbeeld veel gemeenschappelijk groen hebben en tegelijk een kleine tuin als privéruimte. Deelnemen aan het collectief mag niet dwingend zijn. Een collectief woonproject is pas geslaagd als mensen die zich liever afzonderen, er ook willen wonen." WIEËRS. "Dat klopt. Er worden vooral luxewoningen ontwikkeld in het centrum van Antwerpen. De stad creëert zo de illusie dat ze een antwoord biedt op de stijgende vraag naar woningen. Dat klopt niet. Nieuw Zuid zal de woningnood niet oplossen. Het wordt een wijk voor tweede verblijven van rijke Nederlanders. Met lofts van 300 vierkante meter los je de woningnood niet op. Dat beleid jaagt mensen naar de rand van de steden, terwijl een duurzaam woonbeleid net de mix bevordert. Beide projecten zijn een gemiste kans. Het stadsontwikkelingsbedrijf Vespa verkocht de meeste gronden van het Eilandje aan ontwikkelaars, die het in stukken knippen en verkopen. Het is een stap achteruit."De overheid heeft in die gebieden met een enorme impact op de stadsontwikkeling de regie uit handen gegeven. In Nederland en Duitsland blijven de coöperaties eigenaar van de gronden en kunnen ze hun project na een periode herdenken in functie van nieuwe behoeften. Ik geloof sterk in Community Land Trusts, waarbij de overheid enkel de appartementen verkoopt en de grond behoudt. Dat houdt de appartementen betaalbaar. Er gebeuren ook sneller vernieuwingen. Nu zien we hele woonblokken verkommeren, doordat enkele eigenaars een renovatie tegenhouden. Dat drukt de levenskwaliteit nog meer in wijken die het vaak al moeilijk hebben." WIEËRS. "Gelukkig niet. De herontwikkeling van het oude militaire hospitaal is wel geslaagd. Het Groen Kwartier ligt vlak bij de stad en de open ruimte is voor iedereen toegankelijk. Het biedt een gezonde mix aan van 25 procent sociale, 50 procent betaalbare en ook meer luxueuze woningen. Het is een voorbeeld van hoe de stad een geslaagd project kon sturen." WIEËRS. "De lockdown heeft het probleem scherper gesteld. Mensen met een ruime woning en een tuin kunnen relatief gemakkelijk thuis werken en zich ook beter ontspannen dan iemand met een klein appartement zonder terras in de stad. Maar een eigen villa voor iedere Belg is niet realistisch, financieel noch ruimtelijk. Daarom is het pleidooi voor kwaliteitsvolle, betaalbare en misschien wat kleinere appartementen met een terras en in een groene omgeving in steden des te actueler. De pandemie heeft de nood aan vernieuwde concepten voor duurzaam en betaalbaar wonen net versterkt."