Volgens het ministerieel besluit van 19 december 2008 mag maximaal 1 procent van het patrimonium van de verhuurder buiten het sociaal huurstelsel worden verhuurd.

Op 142.800 sociale huurwoningen in Vlaanderen eind 2009 werden er 838 panden (0,59 procent) buiten het sociaal huurstelsel verhuurd. Eind 2008 waren dat er 936 op 135.929 (0,69 procent). Het meest opvallend in dat verband eind 2009 waren de sociale huisvestingsmaatschappijen 'Elk zijn huis Gewestelijke Maatschappij voor de Huisvesting', 'Kempisch Tehuis', 'Tieltse Bouwmaatschappij' en 'Eigen haard is goud waard'.

De redenen om sociale woningen te verhuren buiten het reglementaire sociale huurstelsel zijn het huisvesten van een bijzondere doelgroep (35 procent), noodwoningen (30 procent), in afwachting van renovatie (15 procent), gemeenschapsvoorzieningen in het kader van de leefbaarheid (10 procent) en de huisvesting van huisbewaarders en personen met een ondersteunende functie (10 procent).

Volgens het ministerieel besluit van 19 december 2008 mag maximaal 1 procent van het patrimonium van de verhuurder buiten het sociaal huurstelsel worden verhuurd. Op 142.800 sociale huurwoningen in Vlaanderen eind 2009 werden er 838 panden (0,59 procent) buiten het sociaal huurstelsel verhuurd. Eind 2008 waren dat er 936 op 135.929 (0,69 procent). Het meest opvallend in dat verband eind 2009 waren de sociale huisvestingsmaatschappijen 'Elk zijn huis Gewestelijke Maatschappij voor de Huisvesting', 'Kempisch Tehuis', 'Tieltse Bouwmaatschappij' en 'Eigen haard is goud waard'. De redenen om sociale woningen te verhuren buiten het reglementaire sociale huurstelsel zijn het huisvesten van een bijzondere doelgroep (35 procent), noodwoningen (30 procent), in afwachting van renovatie (15 procent), gemeenschapsvoorzieningen in het kader van de leefbaarheid (10 procent) en de huisvesting van huisbewaarders en personen met een ondersteunende functie (10 procent).