Waar fossiele brandstoffen stoppen, ontluiken nieuwe kansen. Dat wil Revive bewijzen in Schelle. Eind 2022 kocht de Gentse projectontwikkelaar er de Interescaut-site over van Cardoen Immo. Interescaut is een voormalige elektriciteitscentrale van Electrabel. De imposante Turbinehal getuigt van een rijk industrieel verleden, maar ook van een heel ander tijdperk. Bij de opstart in 1930 was het de grootste steenkoolcentrale van Europa. "Je wilt niet weten hoeveel CO2 dat ding heeft uitgestoten", zegt Nicolas Bearelle, uitvoerend voorzitter van Revive.
...

Waar fossiele brandstoffen stoppen, ontluiken nieuwe kansen. Dat wil Revive bewijzen in Schelle. Eind 2022 kocht de Gentse projectontwikkelaar er de Interescaut-site over van Cardoen Immo. Interescaut is een voormalige elektriciteitscentrale van Electrabel. De imposante Turbinehal getuigt van een rijk industrieel verleden, maar ook van een heel ander tijdperk. Bij de opstart in 1930 was het de grootste steenkoolcentrale van Europa. "Je wilt niet weten hoeveel CO2 dat ding heeft uitgestoten", zegt Nicolas Bearelle, uitvoerend voorzitter van Revive. Revive wil breken met dat verleden en er een van de gezondste wijken in de omgeving van Antwerpen van maken. Een zelfvoorzienende wijk met lokale voedselproductie en eigen energie-, warmte- en watersystemen. "De ambitie is hier meer hernieuwbare energie te produceren dan dat de ontwikkeling ooit zal consumeren", zegt CEO Alexandre Huyghe. Daarvoor denkt Revive aan klassieke oplossingen, zoals zonnepanelen en warmtepompen, maar ook aan de nabijgelegen Schelde. "Op deze plek heeft de Schelde een getijdenverschil van vijf à zes meter", vervolgt Nicolas Bearelle. "Het volume water dat hier doorstroomt, is fenomenaal. Dat biedt kansen voor getijdenenergie. We bestuderen ook aquathermie, om warmte uit de Schelde te halen. Tegelijk bekijken we hoe we op ons terrein een oplossing kunnen uitwerken voor de wateroverlast en het overstromingsrisico in de nabijgelegen wijk." Revive startte in 2009 als een ontwikkelaar van brownfields. Het gaat op zoek naar oude, verlaten en vervuilde fabrieksterreinen, om er na de sanering levendige buurten van te maken. Intussen heeft het al 1.370.677 vierkante meter grond herontwikkeld. Ook in Schelle houdt Revive vast aan die filosofie. Nochtans is het terrein van Interescaut grotendeels onbebouwd. De oude gebouwen en installaties zijn in het verleden gesloopt. Wat nog overblijft, is waardevol industrieel erfgoed: de Turbinehal, het Pomphuis en een deel van de kantoorgebouwen van Electrabel. Bearelle: "Vanuit de lucht, of op Google Maps of Earth View, lijkt dit een grote groene zone, maar schijn bedriegt. Een groot deel van de site is verontreinigd met onder meer vliegas. Er groeit wel wat gras op en er staan ook enkele berken, maar het is een ongezonde bodem, die grondig moet worden aangepakt." Temeer omdat Revive het terrein wil omvormen tot een productief landschap. "We gaan er geen landbouwgebied met monocultuur van maken", duidt Bearelle. "Maar we willen het wel omvormen tot een biodivers landschap, waar ook ruimte is voor voedselproductie voor de lokale gemeenschap." De korte keten heet dat. Het klinkt klein, maar Bearelle denkt groot. Zo zijn er plannen voor een innovatiehub voor agritechnologie in de oude Electrabel-kantoren. Een restaurant in het Pomphuis zal gebruikmaken van de lokale voedselproductie en de aanwezige knowhow. Revive verwierf onlangs nog twee projectgebieden en krikt zo zijn ontwikkelingspotentieel op naar bijna 1,5 miljard euro. Op de voormalige fabriekssite Van Leeuwen langs het kanaal in Sint-Jans-Molenbeek heeft de ontwikkelaar plannen voor een gemengde wijk met ongeveer 230 woningen, waarvan 25 procent sociale huisvesting, en ruimte voor stedelijke productieactiviteiten en openbare voorzieningen, zoals kinderopvang en sportfaciliteiten. In Ruisbroek, een deelgemeente van Sint-Pieters-Leeuw, kocht Revive de oude fabrieksgebouwen van het verwarmingsbedrijf ACV. De site van 2,2 hectare ligt in hartje Ruisbroek, vlak naast het Kerkplein en tegenover het station. Na de sanering wil Revive er een duurzame, autoluwe woonwijk met 145 wooneenheden ontwikkelen. Met die projecten in Schelle en Ruisbroek begeeft Revive zich in minder stedelijk gebied. Dat is opvallend, want vanuit zijn streven naar een minimale mobiliteitsimpact koos Revive eerder altijd voor grootstedelijke locaties. Een koerswijziging? "Ja, omdat we niet anders kunnen", zegt Nicolas Bearelle. "In de steden botsen we voortdurend op nieuwe stedenbouwkundige reglementen, die het voor ontwikkelaars onmogelijk maken de densiteit te creëren die je nodig hebt om wonen voor een breed publiek te kunnen aanbieden. Natuurlijk hebben steden ook nood aan groen en publieke ruimte, maar men vergeet in flexibiliteit in de hoogte te voorzien. Integendeel, het moet allemaal lager. Daar komt bovenop dat de vergunningstermijnen alsmaar langer worden. Dat is een onhoudbare combinatie, en het is niet goed voor de maatschappij. We hebben meer goede woningen nodig." Dus trekt Revive naar randstedelijke locaties, zoals Ruisbroek. Bearelle: "We ontwikkelen veel woningen in Brussel, waar de vraag naar betaalbaar wonen enorm is. Locaties als Ruisbroek zijn daarop een mooie aanvulling. Ons project past perfect in het discours van de vorige Vlaamse Bouwmeester, Leo Van Broeck: een plek met een sterke identiteit creëren in de stads- en dorpskernen. Ruisbroek is niet groot, maar we ontwikkelen vlak bij het station. Met de trein ben je in zeven minuten in Brussel-Zuid." Voor het project in Schelle is de mobiliteitssituatie minder gunstig, geeft Bearelle toe. "Maar we gaan dat oplossen", zegt hij. "Niet met een nieuwe autoweg, wel met andere vormen van mobiliteit" (zie kader Anders mobiel in Ruisbroek). Volgens Bearelle is het cruciaal dat ook op zulke minder vanzelfsprekende locaties nieuw woningaanbod wordt gecreëerd. "Anders wordt wonen nog veel duurder", waarschuwt hij. "Niet de gestegen bouwkosten of de hoge grondprijs is de belangrijkste verklaring voor de stijging van de woningprijzen, wel het tekort aan nieuw aanbod. Als gevolg van immigratie en gezinsverdunning stijgt de vraag naar woningen, terwijl de productie krimpt." Van bij de oprichting in 2009 heeft Revive resoluut de duurzame kaart getrokken. In 2012 was Revive het eerste Belgische bedrijf met een certificering van B Corp, dat wereldwijd bedrijven screent en verenigt die sterk inzetten op integrale duurzaamheid. Vandaag is Bearelle er meer dan ooit van overtuigd dat de keuze voor duurzaamheid ook bedrijfsmatig de juiste was. "Wij hebben nooit iets gevoeld van de war for talent", zegt hij. "Elke week krijgen we minstens één spontane sollicitatie. Omdat we een bedrijf met een doel zijn, trekken we talent aan. De voorbije twee jaar, in volle coronaperiode, is ons team gegroeid van 34 naar 70 medewerkers. Zij zijn zeer geëngageerd en loyaal. De jongste vijf jaar zijn er nauwelijks mensen vertrokken." De duurzame insteek maakt de projecten van Revive toekomstbestendig, meent Bearelle. "Ons product was altijd al een voorloper", zegt Alexandre Huyghe. "We hebben altijd geïnvesteerd in biodiversiteit, in open ruimte, in grote terrassen, in kwalitatief wonen, in goede connecties via fietsroutes, openbaar vervoer enzovoort. In de coronaperiode heeft dat verkocht als zot. En nu, met de energiecrisis, zijn we opnieuw de winnaar. We hebben geïnvesteerd in lage-energiewoningen en in maximale energieproductie on site, waardoor we al vijf jaar geen gas meer aanleggen. In ons project Minerve in Edegem zijn de bewoners aangesloten op een warmtenet met restwarmte van Agfa-Gevaert. Hun energiekosten zijn ongeveer een zevende van die in de naastgelegen wijk met klassieke woningen." "Kandidaat-kopers kijken nu naar de total cost of living", pikt Bearelle in. "Dat was dé doorbraak in onze sector in 2022. De aankoopprijs is één ding, maar zeker zo relevant zijn de mobiliteits- en energiekosten. Wie nu nog appartementjes met een gaswandketeltje moet verkopen, heeft een probleem. Dat is duidelijk."