"Zodat iedereen, ook huurders, over een snelle internetverbinding beschikt", aldus ­bevoegd minister Joke Schauvliege (CD&V) dinsdag in de kranten van Mediahuis.

Volgens de Vlaamse architectenvereniging NAV zal deze bijkomende verplichting de mensen niet op extra kosten ­jagen.

De minister geeft daarmee gehoor aan de eis van Europa om alle burgers een vlotte toegang tot het internet te geven. Ons land scoort op dat vlak niet slecht. Toch heeft volgens de recentste informatica-barometer van de FOD Economie één op de vijf huishoudens nog altijd geen internettoegang, onder meer wegens de kostprijs.

30 Mbps

De verordening voor breedband werd afgelopen vrijdag principieel goedgekeurd op de ministerraad van de Vlaamse regering, wel wordt er nog advies ingewonnen bij de Raad van State.

Concreet gaat het over richtlijn 2014/61/EU die stelt dat alle Europeanen een aansluiting van minstens 30 Mbps moeten hebben, waarbij minstens de helft een aansluiting van 100 Mbps moet hebben. Technisch is dat op de meeste plaatsen in Vlaanderen geen probleem. 30 Mbps is in ons land vlot te behalen via het kopernetwerk (DSL) mits de aansluiting niet te ver van de straatcabine ligt.

De nieuwe stedenbouwkundige verordening die "snel internet" verplicht, moet ook allerhande discussies vermijden. Gaande van mensen die een huis kopen en pas daarna vaststellen dat er geen internet is en daarom de oprit moeten ­opbreken, tot huurders die het zonder internet moeten stellen, omdat de eigenaar geen aansluiting voorzag, bijvoorbeeld om kosten te besparen.

Ook de Belgische telecomoperatoren Proximus en Telenet waren vragende partij voor een duidelijke regelgeving. Volgens de Vlaamse architectenvereniging NAV zal deze bijkomende verplichting de mensen niet op extra kosten ­jagen.