Met zijn voorstel om de Vlaamse dorpen stilaan te laten uitdoven, miste de nieuwe Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck de voorbije dagen zijn entrée niet. Het is een visie die steek houdt. Maar vooraleer grootse plannen te ontrafelen, moeten we eerst maar eens alle praktische problemen rond de nieuwe, compacte woonvormen wegwerken. Anders kan zelfs de Vlaming die méé is niet meer volgen. Dat zegt IsabelleVermeir, operationeel directeur van de vastgoedketen Century 21Benelux.

Sinds vorige week heeft Vlaanderen met architect Leo Van Broeck een nieuwe bouwmeester. Zijn visie voor de toekomst is duidelijk: Vlaanderen moet een netwerk van steden en stadjes worden. Kleine dorpen met verkavelingen laten we op termijn best verdwijnen. Zo zal onze regio uiteindelijk enkel nog uit steden en open ruimte bestaan. Is dit een goed plan? Ja! Zeker als je van een wit blad zou kunnen beginnen. Want iedereen die ook maar een beetje met vastgoed bezig is, weet dat de ruimtelijke ordening in Vlaanderen een zootje is. Maar laten we ook eerlijk zijn: in het Vlaanderen anno 2016 - vol verkavelingen en lintbebouwing - is dit plan voorlopig vooral een mooie theoretische oefening.

Het mag duidelijk zijn dat de nieuwe Vlaamse bouwmeester een sterke, uitgesproken visie heeft. En ik besef maar al te goed dat niets zo makkelijk is als kritiek geven. Maar waarom zou ik de praktijkervaring van onze honderden vastgoedmakelaars niet delen? Want eerder dan het plan van de nieuwe bouwmeester te bekritiseren, pleit ik ervoor om de realiteit niet uit het oog te verliezen. Dat is nodig, zo toont de praktijk quasi dagelijks aan. En dan verwijs ik niet alleen naar het jongste verhaal van de nieuwe bouwmeester, maar ook naar belangrijke beleidsdoelstellingen zoals die rond compact wonen of cohousing. Zelfs deVlaming die daarin wil volgen, stoot vandaag nog te vaak op praktische bezwaren. Mooiet heorieën zijn dus één iets, de praktijk is nog iets anders.

Beste Vlaamse bouwmeester, verlies de realiteit nooit uit het oog

Praktische bezwaren

Laten we beginnen met al die nieuwe, vaak erg geprezen vormen van samen-wonen: van cohousing tot kangoeroewonen. Nu en dan zien we kopers passeren die hier al helemaal voor te vinden zijn. Hoera, zou je zeggen. Maar even vaak moeten ze zich na een tijd ook bedenken, simpelweg omdat de regelgeving er nog lang niet op afgestemd is. Met alle gevolgen vandien.

Een gelijkaardig verhaal krijg je als het over kredietverstrekking gaat. Een woning in de stad kopen is duur, zeker voor jonge gezinnen. Maar vraag eens hoeveel jonge mensen die dan toch in de stad willen kopen nog aan 100 procent kunnen lenen bij hun bank? En als ze dat dan kunnen, zien we dat ze 10 procent registratierechten uit eigen zak moeten opleggen. Dat zijn dikwijls enkele duizenden euro's. Veel geld. En dan is de keuze tussen een bestaande woning op de boerenbuiten of een compacte nieuwbouw in de stad - aan 21 procent btw - vaak vlug gemaakt.

First things first

Uit een recente bevraging bleek zopas nog dat maar liefst 53 procent van de Vlamingen een huis in landelijk gebied verkiest. Liefst met drie slaapkamers. En als het kan openstaand. Je zou daar uit kunnen afleiden dat heel wat Vlaming nog niet mee zijn met het verhaal van het nieuwe, compact wonen. Maar helemaal waar is dat ook niet. Er is ook die andere 47 procent die wel graag in de stad wil wonen. Én compact. Én in een appartement. Alleen: wie vandaag ietwat op het budget moet letten, komt haast automatisch uit bij een eerder landelijk gelegen huis waar nog renovatiekosten aan zijn.

Kort samengevat: een deel van de Vlamingen moet zeker nog overtuigd worden om van alle woonclichés af te stappen. Maar een even groot deel heeft vaak ook geen andere keuze. Vooraleer we dus allerlei wilde plannen ontrafelen, kunnen we beter eerst eens kijken naar de externe factoren die de Vlaming vaak tot een bepaalde aankoop dwingt. First things first. Vastgoedmakelaars, architecten, projectontwikkelaars en beleidsmakers moeten daarom vaker van gedachten wisselen en naar elkaar luisteren. Pas op, het is niet dat die plannen van de nieuwe Vlaamse bouwmeester niet correct zijn, ze komen alleen veel te vroeg.

Isabelle Vermeir, operationeel directeur Century 21 Benelux

Met zijn voorstel om de Vlaamse dorpen stilaan te laten uitdoven, miste de nieuwe Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck de voorbije dagen zijn entrée niet. Het is een visie die steek houdt. Maar vooraleer grootse plannen te ontrafelen, moeten we eerst maar eens alle praktische problemen rond de nieuwe, compacte woonvormen wegwerken. Anders kan zelfs de Vlaming die méé is niet meer volgen. Dat zegt IsabelleVermeir, operationeel directeur van de vastgoedketen Century 21Benelux.Sinds vorige week heeft Vlaanderen met architect Leo Van Broeck een nieuwe bouwmeester. Zijn visie voor de toekomst is duidelijk: Vlaanderen moet een netwerk van steden en stadjes worden. Kleine dorpen met verkavelingen laten we op termijn best verdwijnen. Zo zal onze regio uiteindelijk enkel nog uit steden en open ruimte bestaan. Is dit een goed plan? Ja! Zeker als je van een wit blad zou kunnen beginnen. Want iedereen die ook maar een beetje met vastgoed bezig is, weet dat de ruimtelijke ordening in Vlaanderen een zootje is. Maar laten we ook eerlijk zijn: in het Vlaanderen anno 2016 - vol verkavelingen en lintbebouwing - is dit plan voorlopig vooral een mooie theoretische oefening.Het mag duidelijk zijn dat de nieuwe Vlaamse bouwmeester een sterke, uitgesproken visie heeft. En ik besef maar al te goed dat niets zo makkelijk is als kritiek geven. Maar waarom zou ik de praktijkervaring van onze honderden vastgoedmakelaars niet delen? Want eerder dan het plan van de nieuwe bouwmeester te bekritiseren, pleit ik ervoor om de realiteit niet uit het oog te verliezen. Dat is nodig, zo toont de praktijk quasi dagelijks aan. En dan verwijs ik niet alleen naar het jongste verhaal van de nieuwe bouwmeester, maar ook naar belangrijke beleidsdoelstellingen zoals die rond compact wonen of cohousing. Zelfs deVlaming die daarin wil volgen, stoot vandaag nog te vaak op praktische bezwaren. Mooiet heorieën zijn dus één iets, de praktijk is nog iets anders. Laten we beginnen met al die nieuwe, vaak erg geprezen vormen van samen-wonen: van cohousing tot kangoeroewonen. Nu en dan zien we kopers passeren die hier al helemaal voor te vinden zijn. Hoera, zou je zeggen. Maar even vaak moeten ze zich na een tijd ook bedenken, simpelweg omdat de regelgeving er nog lang niet op afgestemd is. Met alle gevolgen vandien. Een gelijkaardig verhaal krijg je als het over kredietverstrekking gaat. Een woning in de stad kopen is duur, zeker voor jonge gezinnen. Maar vraag eens hoeveel jonge mensen die dan toch in de stad willen kopen nog aan 100 procent kunnen lenen bij hun bank? En als ze dat dan kunnen, zien we dat ze 10 procent registratierechten uit eigen zak moeten opleggen. Dat zijn dikwijls enkele duizenden euro's. Veel geld. En dan is de keuze tussen een bestaande woning op de boerenbuiten of een compacte nieuwbouw in de stad - aan 21 procent btw - vaak vlug gemaakt.Uit een recente bevraging bleek zopas nog dat maar liefst 53 procent van de Vlamingen een huis in landelijk gebied verkiest. Liefst met drie slaapkamers. En als het kan openstaand. Je zou daar uit kunnen afleiden dat heel wat Vlaming nog niet mee zijn met het verhaal van het nieuwe, compact wonen. Maar helemaal waar is dat ook niet. Er is ook die andere 47 procent die wel graag in de stad wil wonen. Én compact. Én in een appartement. Alleen: wie vandaag ietwat op het budget moet letten, komt haast automatisch uit bij een eerder landelijk gelegen huis waar nog renovatiekosten aan zijn.Kort samengevat: een deel van de Vlamingen moet zeker nog overtuigd worden om van alle woonclichés af te stappen. Maar een even groot deel heeft vaak ook geen andere keuze. Vooraleer we dus allerlei wilde plannen ontrafelen, kunnen we beter eerst eens kijken naar de externe factoren die de Vlaming vaak tot een bepaalde aankoop dwingt. First things first. Vastgoedmakelaars, architecten, projectontwikkelaars en beleidsmakers moeten daarom vaker van gedachten wisselen en naar elkaar luisteren. Pas op, het is niet dat die plannen van de nieuwe Vlaamse bouwmeester niet correct zijn, ze komen alleen veel te vroeg.Isabelle Vermeir, operationeel directeur Century 21 Benelux