In ons dossier over de woningprijzen aan de kust blijkt de impact van de verlaging van de registratierechten van 10 naar 7 procent in die regio, sinds 1 juni van kracht in Vlaanderen. Omdat het verminderde tarief enkel geldt voor de eerste gezinswoning, betalen kopers van een tweede verblijf voortaan meer aan de fiscus. De fiscale discriminatie van luxevastgoed is een co...

In ons dossier over de woningprijzen aan de kust blijkt de impact van de verlaging van de registratierechten van 10 naar 7 procent in die regio, sinds 1 juni van kracht in Vlaanderen. Omdat het verminderde tarief enkel geldt voor de eerste gezinswoning, betalen kopers van een tweede verblijf voortaan meer aan de fiscus. De fiscale discriminatie van luxevastgoed is een correcte ingreep, die bovendien de kust ook in de winter leefbaar zal houden. De belastingverlaging is nog groter voor een gezinswoning van minder dan 200.000 euro (220.000 in centrumsteden). Dan geldt een vrijstelling van registratierechten in de eerste schijf van 120.000 euro. Ook die maatregel lijkt een goede zaak, maar de zijdelingse schade is groot, niet alleen aan de kust, maar in heel Vlaanderen.De fiscale vrijstelling brengt meer dan 8000 euro op. Dat hoge bedrag kan kopers ertoe verleiden met de verkoper te onderhandelen om het bedrag boven 199.000 euro onder tafel te betalen. De schatkist verliest dan de gemiste inkomsten door de onterechte vrijstelling én de ontdoken belasting op het bedrag in het zwart. Dat soort praktijken was schering en inslag in de twintigste eeuw, maar vloekt met de hedendaagse fiscale mentaliteit. De remedie tegen prijsbewimpeling: een enkel, verlaagd tarief bij de aankoop van de gezinswoning. Nederland hanteert bijvoorbeeld een tarief van 2 procent. Het klopt dat met een eenvormig tarief geen herverdeling gebeurt via de vastgoedfiscaliteit. Dat compenseert Nederland door de belasting op de jaarlijkse vermogenswinst van het vastgoed. Dat laatste is voor veel Vlaamse partijen nog een groot taboe. Die piste zou in het kader van een nieuwe taxshift bij de volgende federale en Vlaamse coalitieonderhandelingen bespreekbaar moeten zijn.