"We komen in 2020 uit op een omzet van ongeveer 225 miljoen euro. Dat is een record. En dat in het coronajaar!" Frederik Bijnens, de algemeen directeur van de Limburgse aannemer Democo, blikt tevreden en trots terug op 2020. Hij voegt er wel aan toe dat het voor het rendement geen topjaar was. "Dat coronagedoe heeft veel geld gekost. Maar Democo is 42 jaar jong en verkeert in prima gezondheid. Ik zeg dat niet zomaar. De bouwsector heeft het moeilijk, terwijl wij toch al enkele jaren heel mooie cijfers neerzetten. We mogen wel onze handjes kussen dat we betrokken eigenaars hebben die veel middelen in het bedrijf laten."
...

"We komen in 2020 uit op een omzet van ongeveer 225 miljoen euro. Dat is een record. En dat in het coronajaar!" Frederik Bijnens, de algemeen directeur van de Limburgse aannemer Democo, blikt tevreden en trots terug op 2020. Hij voegt er wel aan toe dat het voor het rendement geen topjaar was. "Dat coronagedoe heeft veel geld gekost. Maar Democo is 42 jaar jong en verkeert in prima gezondheid. Ik zeg dat niet zomaar. De bouwsector heeft het moeilijk, terwijl wij toch al enkele jaren heel mooie cijfers neerzetten. We mogen wel onze handjes kussen dat we betrokken eigenaars hebben die veel middelen in het bedrijf laten." Die eigenaars zijn nog altijd de telgen van oprichter Cyriel Demot en de familie Houben. Algemeen aannemer Democo is met ongeveer 400 medewerkers de belangrijkste poot van Democo Group. Het behoort ook tot de top tien van de grootste aannemers in het land. Onder de groepsstructuur zitten bovendien enkele installatie- en afwerkingsbedrijven, zoals AEW (elektriciteitswerken), Vandenbriele (HVAC-installaties) en Deholi (interieurbouw). Met Cyril, het vroegere DMI vastgoed, beschikt Democo Group daarnaast over een sterke projectontwikkelingspoot. Democo Group stelt meer dan 800 mensen tewerk. Frederik Bijnens is veertien jaar aan boord bij Democo. De bouwkundig ingenieur startte zijn carrière bij de bouwgroep CFE en was enkele jaren aan de slag bij de aannemer Valens, een dochter van de Franse groep Eiffage. Bij Democo werd hij na twee jaar gepromoveerd van projectleider tot directeur van de Brusselse vestiging. Begin 2013 verkaste hij naar het hoofdkantoor in Hasselt, om de algemene leiding in handen te nemen. "De voorbije vijf jaar hebben we heel hard ingezet op verander- en verbetertrajecten", zegt Bijnens. "Verandering in de bouwsector fascineert me. Ik volg trendwatchers en informeer me over de technologische evoluties in onze sector, zoals BIM, 3D-printing en robotisering. Wat het zal worden? Eerlijk, ik heb geen idee. Maar als op een dag een van die technologieën doorbreekt, zal Democo in staat zijn de bocht snel te nemen." Democo is lang niet het enige Belgische bouwbedrijf dat inzet op innovatie. Toch maakt Bijnens zich zorgen. "We zijn het bedje aan het spreiden voor disruptieve spelers. In de bouwsector is de grote disruptie vooralsnog uitgebleven. Wellicht omdat het geen gemakkelijke sector is voor nieuwkomers. Maar als je proces veel geld kost, veel verspilling bevat en het resultaat maar zus en zo is, dan weet je dat het er vroeg of laat van zal komen." Liever dan te experimenteren met nieuwe technologie geeft Bijnens voorrang aan de optimalisering van het bouwproces. Inspiratie vond hij in de auto-industrie, bij de lean manufacturing van Toyota. Het vermijden van verspilling en de sterke focus op waardecreatie voor de klant zijn twee belangrijke uitgangspunten van die filosofie, die Bijnens toepast op het bouwproces. "Er wordt ongelofelijk veel gewandeld op de Belgische bouwwerven", geeft hij als voorbeeld. "We hebben dat gemeten met stappentellers. Het resultaat: een vakman stapt gemiddeld 15 kilometer op een werkdag. Dat betekent dat hij ongeveer halftijds aan het wandelen is. Ik zeg niet dat die mensen lanterfanten. Er is altijd wel een reden: materiaal halen uit de camionette, iets vragen in de werfkeet, gereedschap zoeken. Maar het punt is dat al dat gestap nul toegevoegde waarde biedt voor de klant. Het gebouw wordt er niet meer gebouw door. Door dat proces te ontleden kun je het bijsturen. Zorg er bijvoorbeeld voor dat de bakstenen worden geleverd op de plek waar de metselaar moet metselen." Overspecialisatie is volgens Bijnens een ander euvel waaraan de Belgisch bouw lijdt. Veel volk en veel chaos typeren de gemiddelde Belgische werf, stelt hij. "Voor iets relatief simpel als de afwerking van de badkamers in een woon-zorgcentrum komen tot dertig vakmannen over de vloer. Je moet al die mensen inplannen en de werken op elkaar afstemmen. Eigenlijk heb je dus ook nog eens een laag werfmanagement nodig om dat allemaal in goede banen te leiden." Bijnens gelooft veel meer in kleine teams die verantwoordelijk zijn voor een volledig project. En dat gaat samen met beroepstrots, meent hij. "Die dertig gasten die nodig zijn voor één badkamer kennen elkaar niet. Ze komen na elkaar, hebben vooral oog voor hun eigen job en vernielen soms elkaars werk. Wij pakken dat anders aan. Alle vakmensen komen elke ochtend even samen. Ze maken afspraken. Op die manier leren ze elkaar kennen en appreciëren." Over bouwen kunnen we nog wat leren van onze noorderburen, vindt Bijnens. Al is de Nederlandse bouwcontext ook iets makkelijker: in Nederland zijn de bouwproducten, zeker in de woningbouw, meer gestandaardiseerd. "In België is elk woningproject anders", zegt Bijnens. "Dat is een gevolg van de baksteen in onze maag. Maar Nederlanders bewaken het ontwerpproces ook veel strikter. In België zijn we vaak nog aan het ontwerpen terwijl de werf al is opgestart. Dat helpt niet." De Belgische bouwsector is te weinig zelfkritisch, meent hij. "In mijn vrienden- en kennissenkring hebben de voorbije tien jaar veel mensen gebouwd. Nog geen enkele keer heb ik gehoord dat ze dat een toffe periode vonden. Ik vind dat zo teleurstellend. Want voor de meeste mensen is de bouw van hun woning de belangrijkste investering in hun leven. Bouwen zou een feest moeten zijn. Dat is het niet. Integendeel: vaak is het een ramp." Bijnens is er ook van overtuigd dat het bouwproces veel duurzamer kan en moet. De focus ligt nog sterk op de duurzaamheid van gebouwen. De bouwsector heeft daarin belangrijke stappen in de juiste richting genomen. "Maar het bouwproces zelf is ook heel milieubelastend", weet Bijnens. "En verspillend. Er wordt nog heel veel in containers gegooid. Dat komt omdat de werkelijke kosten, inclusief de milieu-impact, niet in rekening worden gebracht. Maar dat model is niet houdbaar." Hij is ervan overtuigd dat circulair bouwen, waarbij grondstoffen en materialen op een slimme manier worden ingezet zodat ze steeds herbruikbaar blijven, geen modewoord is. "Circulair bouwen is veel breder ingebed in de maatschappij dan pakweg modulair bouwen of robotjes op de werf." Dat Democo zonder veel averij de coronacrisis zal doorkomen, is volgens Bijnens in grote mate te danken aan de grotere organisatorische wendbaarheid van zijn bedrijf. "Wij hebben onmiddellijk beslist dat we geen werven zouden stilleggen", vertelt Bijnens. "Veel concurrenten hebben dat wel gedaan. 'Werven moeten sluiten. De moeilijkste beslissing van mijn leven', tweette een collega. Meent die dat nu? dacht ik. Waarom zou je een werf volledig platleggen? Je kunt toch altijd minstens één bouwvakker veilig laten werken?" De werfactiviteit bij Democo viel in twee dagen wel terug van 100 naar 28 procent. "Maar op 7 mei zaten al onze werven weer aan 100 procent activiteit, conform de opgelegde maatregelen en met veel aandacht voor de veiligheid van onze mensen." De tweede lockdown verloopt helemaal anders, getuigt Bijnens. "We hebben veel geleerd uit de eerste golf. We konden dus nog sneller schakelen. Het was al een beetje routine. Anderzijds waren er tijdens de tweede golf veel meer besmettingen bij de actieve bevolking. Plots vielen hele ploegen uit op sommige werven." Corona zet ook wel en een ander in beweging, zegt de topman van Democo. "Met zeven of acht mensen tegelijk in hetzelfde appartement klussen gaat niet in coronatijden. Eigenlijk is dat ook geen efficiënte manier van werken: je loopt in elkaars weg. Dat weten we al lang en toch bleef iedereen zo werken. Omdat we het zo gewoon zijn. Maar plots dwong die externe factor ons al die gasten uit elkaar te houden. En dat blijkt te werken."