De ingenieur-architect Silvia De Nolf is een pleitbezorgster van waterbewust bouwen. "Dat is een tweeledige uitdaging", zegt ze. "Het gaat over een teveel aan water, zeg maar overstromingen. Je moet het risico op overstromingen inschatten in het gebied waar je wilt bouwen, om vervolgens te bepalen hoe je daarmee omgaat. Maar waterbewust bouwen is ook rekening houden met een schaarste aan water. Vlaanderen is een risicogebied als het gaat over het grondwaterpeil. Water is een schaars en kostbaar goed, waar we zo zuinig mogelijk mee moeten omgaan."
...

De ingenieur-architect Silvia De Nolf is een pleitbezorgster van waterbewust bouwen. "Dat is een tweeledige uitdaging", zegt ze. "Het gaat over een teveel aan water, zeg maar overstromingen. Je moet het risico op overstromingen inschatten in het gebied waar je wilt bouwen, om vervolgens te bepalen hoe je daarmee omgaat. Maar waterbewust bouwen is ook rekening houden met een schaarste aan water. Vlaanderen is een risicogebied als het gaat over het grondwaterpeil. Water is een schaars en kostbaar goed, waar we zo zuinig mogelijk mee moeten omgaan." Als waterconsultent bij Netwerk Architecten Vlaanderen (NAV) maakt De Nolf ook deel uit van het multidisciplinaire panel Hoogwaterbeveiliging, dat onder het voorzitterschap van de Nederlandse waterautoriteit Henk Ovink de Vlaamse overheid adviseert over waterveiligheid. SILVIA DE NOLF. "Ja, zowel bij de particuliere bouwer als bij de vastgoedprofessionals. We zien almaar meer projecten waarbij heel bewust wordt omgesprongen met water. De helpdesk van NAV krijgt ook veel vragen over de waterproblematiek. En bij de overheid staat die hoog op de agenda, getuige onder meer de oprichting van het panel Hoogwaterbeveiliging. Door de recente hete en droge zomers is veel aandacht gegaan naar de waterschaarste. Daar is de bewustwording bij de burger wellicht het grootst. Over overstromingen is het beeld wat meer gevarieerd. We zijn natuurlijk allemaal enorm geschrokken door de overstromingen van de voorbije zomer in het oosten van het land. Maar voor veel mensen is het toch nog een ver-van-mijn-bed-show. Ze denken dat het alleen in de Ardennen kan gebeuren. Dat is een misvatting. "Er zijn drie soorten overstromingsgevaar. Bij fluviale overstromingen treden rivieren buiten hun oevers. De pluviale overstromingen zijn het gevolg van een teveel aan neerslag in een korte periode, waardoor het rioleringsstelsel het water niet snel genoeg kan afvoeren. Tot slot zijn er de kustoverstromingen, waarbij kustwater het land instroomt. Die hebben we in ons land gelukkig nog niet veel gehad, maar het risico is niet onbestaand." DE NOLF. "Een belangrijk instrument is een nieuw arsenaal van overstromingskaarten. Die zijn jammer genoeg nog niet goedgekeurd door het kabinet, maar we adviseren architecten er toch al gebruik van te maken. Heel nuttig is dat je daarmee de hoogte van de waterstand in het geval van een overstroming kunt voorspellen. Een waterhoogte van een halve meter of een meter maakt een groot verschil in de bouwmogelijkheden. "Infrastructureel zijn er ook belangrijke stappen gedaan om het fluviale overstromingsrisico te beperken. Het bekendste is het Sigmaplan, dat het Scheldebekken beschermt tegen overstromingen. Maar ook voor de Maas zijn ingrepen gebeurd. Dat de Maas tijdens de voorbije zomer in Limburg net niet is overstroomd, hebben we daaraan te danken. "Voor de pluviale overstromingen is de aanpak meer ad hoc. De lokale rioolbeheerders maken wel werk van verbeteringen van het rioleringssysteem, maar we missen een integrale werkwijze. En voor de kustbescherming wordt wel gewerkt aan een Kustvisie, maar het beleid beperkt zich voorlopig tot het opspuiten van de stranden. Dat is een dure en weinig duurzame methode, omdat het elk jaar opnieuw moet gebeuren. We zouden, zoals in Nederland, moeten nadenken over structurele oplossingen, zoals een nieuwe duinengordel voor de bestaande duinen of dijk. Dat heeft natuurlijk een grote impact op het kusttoerisme. Dat is wellicht ook de reden waarom men aarzelt." DE NOLF. "Ja, iemand die een appartement met zicht op zee op de dijk heeft gekocht, heeft geen zin om op een duinengordel te kijken." DE NOLF. "Bouwen in overstromingsgebied is nog altijd dagelijkse praktijk. Het toont aan dat we ons nog niet voldoende bewust zijn van de overstromingsproblematiek. Het is een resolute beslissing van de minister om daar een einde aan te maken. Voor de woonuitbreidingsgebieden vind ik het een terechte beslissing. Maar ik pleit voor nuancering, want ruimte is schaars in Vlaanderen. Een deel van de overstromingsgevoelige gebieden ligt in een stedelijke context. Daar kan bouwen volgens mij wel verantwoord zijn, omdat het ruimtelijke rendement er hoog is. We hebben nu eenmaal ruimte nodig voor wonen en andere functies. Door in stedelijk gebied ruimte te nemen, kunnen we in het buitengebied ruimte geven aan het water. Het is geven en nemen." DE NOLF. "Dat is ook een mogelijkheid. In het buitengebied valt dat misschien te overwegen, maar in een stedelijke omgeving zal dat niet overal kunnen. Een hele stad afbreken om ruimte terug te geven aan de rivier lijkt me een heel verregaande maatregel. Hamburg heeft een verdichtingsproject gerealiseerd in een overstromingsgevoelige zone. Daar is geopteerd voor een overstromingsveilige manier van bouwen, en meteen is ook de stad tegen overstromingen beschermd. Dat kan dus ook." DE NOLF. "Meestal geniet nieuwbouw de voorkeur op renovatie. In het geval van een renovatie zul je schotten moeten aanbrengen en moet het buitenparament van de gevel waterdicht worden gemaakt. Dat is allemaal vrij complex. De eenvoudigste nieuwbouwoplossing voor kleine, pluviale overstromingen is in een verhoogd vloerpeil te voorzien. Een iets meer waterbewuste oplossing is een overstroombare kruipkelder. Voor die oplossing werk je eveneens met een hoger vloerpeil, maar door in de kruipkelder gaten te laten krijgt het water ruimte. Een volgende stap is bouwen op palen. Het water kan dan gewoon onder de verhoogde vloerplaat stromen. Dat is een interessante oplossing voor appartementen of kantoren."