De tijd dat de grote architectenbureaus dankzij hun goede banden met ontwikkelaars projecten automatisch in hun schoot zagen landen, is voorbij. Door de nieuwe aanpak van de bouwmeesters, die het uitschrijven van wedstrijden aanmoedigen, is er veel meer concurrentie dan vroeger. Daardoor kan nu een dertigtal Belgische architectenbureaus meedingen naar de bouw van een groot kantoorgebouw, wooncomplex of gemengd project. Bovendien duiken almaar meer jonge, kleine kantoren met ambitie op, die ook hun stempel willen drukken.

"Natuurlijk zijn er nog altijd verschillen", zegt Renaud Chevalier, de CEO van Assar Architects (160 werknemers, 18 miljoen euro omzet). "Niet iedereen kan een kantoorgebouw van 100.000 vierkante meter of een ziekenhuis bouwen. Maar de kloof tussen architecten is kleiner geworden."

"Er wordt meer samengewerkt", ziet Grégoire de Jerphanion, een van de oprichters van het Brusselse DDS+ (80 werknemers). "Dat is positief voor de grote kantoren, die zo actieterreinen kunnen betreden die niet tot hun kernactiviteiten behoren, maar ook voor de kleine spelers, die toegang kunnen krijgen tot projecten die ze alleen nooit hadden aangekund."

In Brussel heeft bouwmeester Kristiaan Borret die evolutie in gang gezet. "De koek is gelijkmatiger verdeeld", zegt hij. "Dat is natuurlijk nooit prettig voor zij die vroeger het grootste stuk hadden. Dat kan ik wel begrijpen."

"Het model gebaseerd op sterarchitecten is niet meer relevant", gaat hij verder. "Wedstrijden stellen ons in staat ideeën uit te wisselen, een andere aanpak te leren kennen. Dat komt de architectonische kwaliteit ten goede. Almaar meer ontwikkelaars delen die mening, getuige de privéwedstrijden die ze op eigen initiatief organiseren. Ik pleit voor wedstrijden die voor iedereen openstaan en een voortdurende vernieuwing mogelijk maken. De sterarchitecten hebben een onmiddellijk herkenbare architectonische signatuur. De jongere generatie is minder geïnteresseerd in dat aspect. Tegenwoordig bepaalt het gebouw de architectonische keuzes, vooral door de nadruk op circulair bouwen. De stijl maakt plaats voor een minder opvallende, maar subtielere en intelligentere architectonische aanpak."

Duurzaamheid en circulariteit zijn onvermijdelijk geworden. Om competitief te blijven moeten we onze vaardigheden uitbreiden'

Grégoire de Jerphanion, DDS+

Steun van buitenlandse kantoren

Voor veel projecten doen de ontwikkelaars nog een beroep op twee architectenbureaus: een Belgisch en een internationaal. Op die manier vergroten ze hun geloofwaardigheid in het buitenland. "Door samen te werken kunnen we ideeën uitwisselen", erkent Renaud Chevalier. "Maar Belgische kantoren zijn vaak even deskundig als buitenlandse en hebben niet noodzakelijk de steun van een ander kantoor nodig. Vooral omdat die buitenlandse kantoren vaak niet gewend zijn te bouwen volgens de normen in België, waar de prijs-kwaliteitverhouding vrij hoog is."

Voorlopig maakt het visitekaartje van een buitenlands kantoor wel nog een verschil. Het versterkt de commerciële waarde van een project, en dus de wederverkoopwaarde ervan, al speelt dat meer in het kantoren- dan in het residentiële segment. "Ik denk echter dat we op een keerpunt staan", zegt Grégoire de Jerphanion. "De keuze voor een buitenlands bureau kon bepaalde culturele discussies beëindigen en spanningen vermijden. Het was een makkelijke keuze. De Belgische bureaus hebben dankzij die samenwerkingen enorme vooruitgang geboekt. De hype is evenwel voorbij. Voortaan zullen er meer samenwerkingen zijn tussen Belgische bureaus van verschillende grootte en met verschillende ervaring."

Consolidatie

Hoewel de kloof tussen de bureaus kleiner wordt, domineren enkele kolossen nog altijd het architectuurlandschap. De grootste in termen van omzet is Jaspers-Eyers Architects (130 werknemers, 22,5 miljoen euro omzet). Van dezelfde orde zijn bureaus als B2Ai, ArtBuild, Assar, CONIX RDBM, Polo Architects, Archipelago, DDS+ en A2RC.

"Naast die grote kantoren komen er almaar meer middelgrote kantoren met 15 tot 30 mensen", merkt Renaud Chevalier op. "Zij kunnen gebouwen van 15.000 tot 30.000 vierkante meter aan. Hun probleem is dat zij zich hoofdzakelijk op één project moeten concentreren, terwijl de grotere bureaus aan verschillende projecten kunnen werken. Daar is ook een concentratie van vaardigheden. Groei door overnames is een van de groeifactoren van Assar geweest."

Doordat de bouw en de architectuur almaar complexer worden, zit er de komende jaren wellicht een consolidatie aan te komen. "Er zijn er al een paar geweest, zoals wij kunnen getuigen", lacht Frederik Jacobs, co-CEO van CONIX RDBM Architecten (70 werknemers, 7 miljoen euro omzet). "Bij sommige kantoren bereiken de oprichters de pensioengerechtigde leeftijd. BIM-technologie (building information modelling, nvdr) is nu een must. Digitalisering vergt veel investeringen, zowel financieel als in termen van personeel. Om nog maar te zwijgen van het toenemende aantal voorschriften waaraan men zich moet houden. Er moeten keuzes gemaakt worden. Zo hebben wij besloten niet langer deel te nemen aan wedstrijden. We werken bij voorkeur met een tiental vaste klanten."

Duurzaamheid en circulariteit

De architecten moeten zich handhaven in een vastgoedsector in volle verandering. De branche staat onder druk door de stijgende bouwkosten, de torenhoge grondprijzen en de verkoopprijzen die voor zo veel mogelijk mensen betaalbaar moeten blijven. En dan zijn er nog de energietransitie en de toenemende nadruk op kringloopeconomie. "Ons beroep is zeer complex geworden", bevestigt Pieterjan Vermoortel, de CEO van B2Ai Architecten (130 medewerkers, 14,7 miljoen omzet). "Daarom hebben wij ons bekwaamd in binnenhuisarchitectuur, technieken en stabiliteit. Die nieuwe aanpak biedt ons veel mogelijkheden om de architectonische kwaliteit van projecten te verbeteren. In ieder geval is er meer reflectie dan vroeger."

Grégoire de Jerphanion is het ermee eens: "Duurzaamheid en circulariteit zijn onvermijdelijk geworden. Om competitief te blijven moeten we onze vaardigheden uitbreiden. Flexibiliteit en het vermogen om snel op marktveranderingen te reageren zijn verplicht geworden."

De tijd dat de grote architectenbureaus dankzij hun goede banden met ontwikkelaars projecten automatisch in hun schoot zagen landen, is voorbij. Door de nieuwe aanpak van de bouwmeesters, die het uitschrijven van wedstrijden aanmoedigen, is er veel meer concurrentie dan vroeger. Daardoor kan nu een dertigtal Belgische architectenbureaus meedingen naar de bouw van een groot kantoorgebouw, wooncomplex of gemengd project. Bovendien duiken almaar meer jonge, kleine kantoren met ambitie op, die ook hun stempel willen drukken. "Natuurlijk zijn er nog altijd verschillen", zegt Renaud Chevalier, de CEO van Assar Architects (160 werknemers, 18 miljoen euro omzet). "Niet iedereen kan een kantoorgebouw van 100.000 vierkante meter of een ziekenhuis bouwen. Maar de kloof tussen architecten is kleiner geworden." "Er wordt meer samengewerkt", ziet Grégoire de Jerphanion, een van de oprichters van het Brusselse DDS+ (80 werknemers). "Dat is positief voor de grote kantoren, die zo actieterreinen kunnen betreden die niet tot hun kernactiviteiten behoren, maar ook voor de kleine spelers, die toegang kunnen krijgen tot projecten die ze alleen nooit hadden aangekund." In Brussel heeft bouwmeester Kristiaan Borret die evolutie in gang gezet. "De koek is gelijkmatiger verdeeld", zegt hij. "Dat is natuurlijk nooit prettig voor zij die vroeger het grootste stuk hadden. Dat kan ik wel begrijpen." "Het model gebaseerd op sterarchitecten is niet meer relevant", gaat hij verder. "Wedstrijden stellen ons in staat ideeën uit te wisselen, een andere aanpak te leren kennen. Dat komt de architectonische kwaliteit ten goede. Almaar meer ontwikkelaars delen die mening, getuige de privéwedstrijden die ze op eigen initiatief organiseren. Ik pleit voor wedstrijden die voor iedereen openstaan en een voortdurende vernieuwing mogelijk maken. De sterarchitecten hebben een onmiddellijk herkenbare architectonische signatuur. De jongere generatie is minder geïnteresseerd in dat aspect. Tegenwoordig bepaalt het gebouw de architectonische keuzes, vooral door de nadruk op circulair bouwen. De stijl maakt plaats voor een minder opvallende, maar subtielere en intelligentere architectonische aanpak." Voor veel projecten doen de ontwikkelaars nog een beroep op twee architectenbureaus: een Belgisch en een internationaal. Op die manier vergroten ze hun geloofwaardigheid in het buitenland. "Door samen te werken kunnen we ideeën uitwisselen", erkent Renaud Chevalier. "Maar Belgische kantoren zijn vaak even deskundig als buitenlandse en hebben niet noodzakelijk de steun van een ander kantoor nodig. Vooral omdat die buitenlandse kantoren vaak niet gewend zijn te bouwen volgens de normen in België, waar de prijs-kwaliteitverhouding vrij hoog is." Voorlopig maakt het visitekaartje van een buitenlands kantoor wel nog een verschil. Het versterkt de commerciële waarde van een project, en dus de wederverkoopwaarde ervan, al speelt dat meer in het kantoren- dan in het residentiële segment. "Ik denk echter dat we op een keerpunt staan", zegt Grégoire de Jerphanion. "De keuze voor een buitenlands bureau kon bepaalde culturele discussies beëindigen en spanningen vermijden. Het was een makkelijke keuze. De Belgische bureaus hebben dankzij die samenwerkingen enorme vooruitgang geboekt. De hype is evenwel voorbij. Voortaan zullen er meer samenwerkingen zijn tussen Belgische bureaus van verschillende grootte en met verschillende ervaring." Hoewel de kloof tussen de bureaus kleiner wordt, domineren enkele kolossen nog altijd het architectuurlandschap. De grootste in termen van omzet is Jaspers-Eyers Architects (130 werknemers, 22,5 miljoen euro omzet). Van dezelfde orde zijn bureaus als B2Ai, ArtBuild, Assar, CONIX RDBM, Polo Architects, Archipelago, DDS+ en A2RC. "Naast die grote kantoren komen er almaar meer middelgrote kantoren met 15 tot 30 mensen", merkt Renaud Chevalier op. "Zij kunnen gebouwen van 15.000 tot 30.000 vierkante meter aan. Hun probleem is dat zij zich hoofdzakelijk op één project moeten concentreren, terwijl de grotere bureaus aan verschillende projecten kunnen werken. Daar is ook een concentratie van vaardigheden. Groei door overnames is een van de groeifactoren van Assar geweest." Doordat de bouw en de architectuur almaar complexer worden, zit er de komende jaren wellicht een consolidatie aan te komen. "Er zijn er al een paar geweest, zoals wij kunnen getuigen", lacht Frederik Jacobs, co-CEO van CONIX RDBM Architecten (70 werknemers, 7 miljoen euro omzet). "Bij sommige kantoren bereiken de oprichters de pensioengerechtigde leeftijd. BIM-technologie (building information modelling, nvdr) is nu een must. Digitalisering vergt veel investeringen, zowel financieel als in termen van personeel. Om nog maar te zwijgen van het toenemende aantal voorschriften waaraan men zich moet houden. Er moeten keuzes gemaakt worden. Zo hebben wij besloten niet langer deel te nemen aan wedstrijden. We werken bij voorkeur met een tiental vaste klanten." De architecten moeten zich handhaven in een vastgoedsector in volle verandering. De branche staat onder druk door de stijgende bouwkosten, de torenhoge grondprijzen en de verkoopprijzen die voor zo veel mogelijk mensen betaalbaar moeten blijven. En dan zijn er nog de energietransitie en de toenemende nadruk op kringloopeconomie. "Ons beroep is zeer complex geworden", bevestigt Pieterjan Vermoortel, de CEO van B2Ai Architecten (130 medewerkers, 14,7 miljoen omzet). "Daarom hebben wij ons bekwaamd in binnenhuisarchitectuur, technieken en stabiliteit. Die nieuwe aanpak biedt ons veel mogelijkheden om de architectonische kwaliteit van projecten te verbeteren. In ieder geval is er meer reflectie dan vroeger." Grégoire de Jerphanion is het ermee eens: "Duurzaamheid en circulariteit zijn onvermijdelijk geworden. Om competitief te blijven moeten we onze vaardigheden uitbreiden. Flexibiliteit en het vermogen om snel op marktveranderingen te reageren zijn verplicht geworden."