De coronapandemie is een mondiaal testlabo voor gedragspsychologie. Door de dagelijkse ruis en kakofonie van de gemediatiseerde pandemiepolitiek heen zien we overheden omarmen wat ze vroeger doorgaans vermeden: het preventief sturen van menselijk gedrag om gezondheidsrisico's te mijden.

Voor de pandemie losbrak, was preventie het kneusje van het gezondheidsbeleid. De federale gezondheidszorg besteedt dit jaar zowat 30 miljard euro aan curatieve, gezondheidsherstellende uitgaven. Voor de pandemie stond preventie voor hooguit een paar procent van alle uitgaven in de Belgische gezondheidszorg, vooral dan op regionaal in plaats van federaal niveau.

Sinds corona wordt het hele register van publiek preventiebeleid op ons losgelaten in een onophoudelijke stroom van vernieuwen, experimenteren en verbeteren. De overheid zet massaal in op informeren en sensibiliseren, in alle lagen van de bevolking. Ze mobiliseert consumententechnologie voor nog meer informatie op maat, voor gedigitaliseerde en geautomatiseerde preventie, detectie en opvolging van therapietrouw. Het fameuze nudging, het stimuleren van menselijke keuzes richting wenselijk gedrag, is een beleidssport. Vrijheidsbeperkingen en financiële prikkels moeten vaccintwijfelaars over de streep trekken. We staan op de drempel van verplichte vaccinatie, de meest extreme vorm van gedwongen preventie.

Hoeveel van de vrijheid van de zonde overleeft de pandemie?

Ondanks occasioneel protest voor vrijheid en blijheid wennen we als samenleving opvallend snel aan die nieuwe dimensie van overheidsinmenging in ons privéleven. Dat is geen pandemie-unicum. Het is een patroon. Wie beseft nog welke homerische discussies over vrijheid aan het begin van de twintigste eeuw gepaard gingen met de invoering van een permanente inkomstenbelasting? Wie herinnert zich de verhitte argumenten voor en tegen het verplicht maken van de gordel in de auto? De mens is een gewoontedier, en went aan steeds meer lagen van regulering en vrijheidsbeperking in welk algemeen belang ook.

Hoeveel van de opstoot van overheidsdrang voor ziektepreventie zal de strijd tegen corona overleven? Staan we op de drempel van een nieuw normaal, waarin de overheden, gewapend met moderne informatie- en communicatietechnologie, voluntaristisch tussenbeide komen in het belang van onze persoonlijke gezondheid? Hoeveel van de vrijheid van de zonde overleeft de pandemie? Dat is geen detail: het is een fundamentele vraag voor de toekomst van onze gezondheidszorg.

Naarmate de wetenschap en de technologie vorderen, gaan we gemiddeld later dood en leven we langer met chronische ziekten die vroeger levensbedreigend waren. Een groot deel van die chronische aandoeningen is verbonden met onze levensstijl: voeding, beweging, alcohol en dies meer. Een betere preventie zal een belangrijke factor zijn in het beheersen van de uitgavengroei in de gezondheidszorg. Als we niet beter vermijdbare uitgaven vermijden, resten ons te weinig middelen om de vooruitgang in de zorg te blijven betalen.

Sociaaleconomische, sociologische en etnische stratificatie in onze samenleving is rechtstreeks gekoppeld aan gezondheid en het persoonlijke gedrag dat de gezondheid beïnvloedt. De vaststelling dat het preventiebeleid in coronatijd minder werkt bij sommige bevolkingsgroepen in de grootsteden is daarvan een voorbeeld. Als we de preventie niet algemeen verbeteren, staan we voor een onvermijdelijke trend van grotere ongelijkheden in de volksgezondheid, in levenskwaliteit en in levensverwachting.

Er is lang veel schroom geweest om gedrag te benoemen en de overheid te activeren om gedrag te sturen. Misschien is corona daarvoor een kantelpunt. In Nieuw-Zeeland ligt alvast een wetsvoorstel klaar om roken definitief te verbieden. De weg naar de symbolische nanny state is korter dan we denken.

De coronapandemie is een mondiaal testlabo voor gedragspsychologie. Door de dagelijkse ruis en kakofonie van de gemediatiseerde pandemiepolitiek heen zien we overheden omarmen wat ze vroeger doorgaans vermeden: het preventief sturen van menselijk gedrag om gezondheidsrisico's te mijden.Voor de pandemie losbrak, was preventie het kneusje van het gezondheidsbeleid. De federale gezondheidszorg besteedt dit jaar zowat 30 miljard euro aan curatieve, gezondheidsherstellende uitgaven. Voor de pandemie stond preventie voor hooguit een paar procent van alle uitgaven in de Belgische gezondheidszorg, vooral dan op regionaal in plaats van federaal niveau.Sinds corona wordt het hele register van publiek preventiebeleid op ons losgelaten in een onophoudelijke stroom van vernieuwen, experimenteren en verbeteren. De overheid zet massaal in op informeren en sensibiliseren, in alle lagen van de bevolking. Ze mobiliseert consumententechnologie voor nog meer informatie op maat, voor gedigitaliseerde en geautomatiseerde preventie, detectie en opvolging van therapietrouw. Het fameuze nudging, het stimuleren van menselijke keuzes richting wenselijk gedrag, is een beleidssport. Vrijheidsbeperkingen en financiële prikkels moeten vaccintwijfelaars over de streep trekken. We staan op de drempel van verplichte vaccinatie, de meest extreme vorm van gedwongen preventie.Ondanks occasioneel protest voor vrijheid en blijheid wennen we als samenleving opvallend snel aan die nieuwe dimensie van overheidsinmenging in ons privéleven. Dat is geen pandemie-unicum. Het is een patroon. Wie beseft nog welke homerische discussies over vrijheid aan het begin van de twintigste eeuw gepaard gingen met de invoering van een permanente inkomstenbelasting? Wie herinnert zich de verhitte argumenten voor en tegen het verplicht maken van de gordel in de auto? De mens is een gewoontedier, en went aan steeds meer lagen van regulering en vrijheidsbeperking in welk algemeen belang ook.Hoeveel van de opstoot van overheidsdrang voor ziektepreventie zal de strijd tegen corona overleven? Staan we op de drempel van een nieuw normaal, waarin de overheden, gewapend met moderne informatie- en communicatietechnologie, voluntaristisch tussenbeide komen in het belang van onze persoonlijke gezondheid? Hoeveel van de vrijheid van de zonde overleeft de pandemie? Dat is geen detail: het is een fundamentele vraag voor de toekomst van onze gezondheidszorg.Naarmate de wetenschap en de technologie vorderen, gaan we gemiddeld later dood en leven we langer met chronische ziekten die vroeger levensbedreigend waren. Een groot deel van die chronische aandoeningen is verbonden met onze levensstijl: voeding, beweging, alcohol en dies meer. Een betere preventie zal een belangrijke factor zijn in het beheersen van de uitgavengroei in de gezondheidszorg. Als we niet beter vermijdbare uitgaven vermijden, resten ons te weinig middelen om de vooruitgang in de zorg te blijven betalen.Sociaaleconomische, sociologische en etnische stratificatie in onze samenleving is rechtstreeks gekoppeld aan gezondheid en het persoonlijke gedrag dat de gezondheid beïnvloedt. De vaststelling dat het preventiebeleid in coronatijd minder werkt bij sommige bevolkingsgroepen in de grootsteden is daarvan een voorbeeld. Als we de preventie niet algemeen verbeteren, staan we voor een onvermijdelijke trend van grotere ongelijkheden in de volksgezondheid, in levenskwaliteit en in levensverwachting. Er is lang veel schroom geweest om gedrag te benoemen en de overheid te activeren om gedrag te sturen. Misschien is corona daarvoor een kantelpunt. In Nieuw-Zeeland ligt alvast een wetsvoorstel klaar om roken definitief te verbieden. De weg naar de symbolische nanny state is korter dan we denken.