De stad Baoding staat bekend om twee zaken: ezelsburgers en zonnepanelen. Het industriële centrum ligt ten zuiden van Peking en zijn hightechzone heet Power Valley, omdat het de thuisbasis is voor een rist fabrikanten van zonne-energiesystemen.

Voor Yingli Solar, een van de eerste duurzame-energiebedrijven die zich in de stad vestigde, slaan de zaken de jongste tijd tegen. "De voorbije twee jaar staan we zwaar onder druk", zegt onderdirecteur Vincent Yu. "De subsidies voor zonne-energieprojecten zijn sterk gedaald." Hij schat dat China dit jaar ongeveer 40 procent minder nieuwe zonnesystemen - in 2017 goed voor 53 gigawatt, toen de vraag piekte - zal installeren. De foto's in zijn kantoor herinneren aan de gloriedagen van Yingli een decennium geleden. De verkoopcijfers schoten omhoog. Yingli was in 2012 en 2013 de grootste producent van zonnepanelen ter wereld. Het exporteerde naar de vier windstreken en werd in China op handen gedragen als een nationale kampioen. Het enorme bedrijfsterrein in Boading weerspiegelt die status nog altijd.Vandaag is Yingli insolvabel. Sinds 2016 kan het bedrijf zijn schulden niet meer afbetalen, en in 2018 werd het van de beurs van New York geweerd omdat zijn marktkapitalisatie onder de minimumdrempel van 50 miljoen dollar was gezakt. Yingli produceert nog altijd zonnepanelen, maar de fabrieken draaien met verlies. De meest waardevolle activa die het nog in handen heeft, is de grond onder zijn voeten.

CHINA Dit jaar zal de Chinese CO2-uitstoot volgens de verwachtingen met 3 procent toenemen. © Getty Images

Aandacht op China

De onderneming is het opvallendste slachtoffer van een Chinese beleidswijziging die voelbaar is in de hele sector van de duurzame energie. Nochtans stond het land ooit te boek als de grootste voortrekker in schone energie ter wereld. De Chinese investeringen in schone energie lopen snel achteruit. In de eerste helft van 2017 bedroegen ze nog 76 miljard dollar, in de eerste helft van dit jaar was dat nog 29 miljard.

Voor de jaarlijkse klimaatvergadering van de Verenigde Naties, die nu aan de gang is in Spanje, is die evolutie alarmerend. De bezorgdheid om de impact van de klimaatverandering is nooit zo groot geweest. Maar dat geldt ook voor de kloof tussen wat de landen zouden moeten doen en wat ze in werkelijkheid doen, want ze pompen steeds meer koolstofdioxide in de lucht. Nu de Verenigde Staten zich hebben teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs verschuift de aandacht steeds meer naar China.

Het land is zowel het groenste als het meest vervuilende ter wereld. Het gebruikt wind- en zonne-energie meer dan welk ander land ook, maar het bouwt ook meer nieuwe steenkoolcentrales dan andere landen. Vorig jaar stootte China meer broeikasgassen uit dan ooit tevoren. Volgens het Internationaal Energieagentschap was het land verantwoordelijk voor meer dan de helft van de wereldwijde toename van energie-gerelateerde CO2-emissies in 2018. Dit jaar zal de Chinese uitstoot volgens de verwachtingen opnieuw met 3 procent toenemen. "De Chinese economie is zoveel groter dan de rest", stelt Adair Turner, voorzitter van de Energy Transitions Commission. "De Europese landen stoten allemaal samen minder uit dan China." De belofte van China om na 2030 minder CO2 uit te stoten, is niet ambitieus genoeg, zegt hij. "Als dat het enige is wat China doet, krijgen we te maken met een klimaatramp." Turner probeert China zover te krijgen een doelstelling van nuluitstoot tegen 2050 te overwegen. "Dat geldt voor alle landen die beloftes hebben gemaakt in het kader van het akkoord van Parijs. We moeten heel ingrijpende maatregelen treffen om in de buurt van de beoogde opwarming van maximaal 2 graden Celsius te raken."

Het klimaatakkoord van Parijs, dat China mee heeft ondertekend, belooft de opwarming van de aarde een stuk onder die 2 graden te houden. Maar dat lijkt steeds minder haalbaar. Als de trends aanhouden, is de wereld goed op weg om tegen het eind van de eeuw 3 graden warmer te worden. Zo'n toename zou betekenen dat het zeeniveau tot 1 meter zou stijgen, wat het leven van meer dan 600 miljoen mensen in gevaar zou brengen, stelt een rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering van de Verenigde Naties.

Geen prioriteit meer

China - afgeleid door een vertragende economie, de handelsoorlog met Amerika en de protesten in Hongkong - is niet de enige reden waarom onze planeet afstevent op een desastreuze klimaatverandering. Maar het staat wel mee bovenaan op de lijst. "De algemene dynamiek rond de klimaat- en milieukwestie zwakt af in China", zegt Li Shuo, globaal beleidsadviseur bij Greenpeace. Voor Peking is de klimaatverandering geen prioriteit meer.

Vergeleken met de eerste helft van 2018 vielen de Chinese investeringen in duurzame energie met 39 procent terug tijdens de eerste helft van dit jaar, wijzen gegevens van Bloomberg New Energy Finance uit. Peking trok midden vorig jaar de subsidies voor zonnepaneelprojecten terug en zet ook de schaar in de ondersteuning van windprojecten.

Vijf jaar geleden, toen de economie stevig groeide, zag Peking een sterker milieubeleid als de spil van een economische transformatie die China moest wegleiden van energieverslindende zware industrie. Nu de economie het langzaamst groeit sinds de vroege jaren negentig is die visie veranderd. "De hoogste politieke prioriteit voor China is de economie stabiel te krijgen", zegt Kevin Tu, een energie-econoom die vroeger aan het hoofd van het Chinese bureau bij het IEA stond. "Alle andere bekommernissen moeten het veld ruimen. Ook de klimaatverandering."

Op papier zijn de Chinese klimaatdoelstellingen niet veranderd: Peking heeft beloofd dat het hoogtepunt van zijn uitstoot van broeikasgassen in 2030 achter de rug zal zijn, en dat China tegen dan 20 procent van zijn primaire energie zal putten uit niet-fossiele bronnen. Die belofte betekent ook dat het land het komende decennium steeds meer koolstof mag blijven uitstoten, wat verwoestende gevolgen voor de planeet zal hebben. De Chinese investeringen in de Nieuwe Zijderoute, waarvoor de staatsbanken meer dan 30 miljard dollar hebben uitgetrokken om in andere landen steenkoolcentrales te bouwen, stuwt de globale emissies nog omhoog.

Li zegt dat de verslechterende relaties tussen de Verenigde Staten en China - samen met de onlusten in Hongkong - de nationalistische gevoelens en een woede tegenover het Westen aanwakkeren. Een van de mikpunten van die nationalistische toorn is de Zweedse tieneractiviste Greta Thunberg. "Veel internetgebruikers zien Greta als de vertegenwoordiger van de progressieve westerse agenda", zegt Li. "Er heerst een algemeen idee dat het Westen zich massaal tegen China keert."

Voordeel voor steenkool

Tegelijk lijkt steenkool weer in opmars. Li Keqiang, de premier van China, noemde de brandstof vorige maand een prioriteit. China blijft de grootste steenkoolproducent ter wereld. Velen zien dat als een deel van de groeiende focus op energiezekerheid in Peking. "Angst om de energiezekerheid is een zegen voor de steenkoolsector in China", zegt Kevin Tu.

Die factoren hebben de kopzorgen in de hernieuwbare-energiesector nog verscherpt. Meer dan tien jaar lang konden die bedrijven genieten van rijkelijke staatssteun, maar vorig jaar zette Peking zonder waarschuwing het mes in zijn subsidies voor zonne-energie. Dat heeft een tekort van ongeveer 200 miljard renminbi (26 miljard euro) gecreëerd in het fonds voor hernieuwbare-energieontwikkeling. Frank Haugwitz, de stichter van Asia Europe Clean Energy (Solar) Advisory in Hongkong, zegt dat de subsidies mee een toename van zonne-energie hebben veroorzaakt die de verwachtingen van de overheid oversteeg, wat tot de plotse stopzetting heeft geleid.

Nu vallen de kaarten in het voordeel van steenkool. In het nieuwe beleid rond hernieuwbare energie staat netpariteit centraal, wat betekent dat wind- en zonne-energieprojecten enkel een kans maken als ze in prijs kunnen wedijveren met steenkool. Maar omdat de steenkoolprijzen zakken en er nieuwe steenkoolcentrales bij komen, zullen wind- en zonne-energie alle moeite van de wereld hebben om de concurrentie aan te gaan. Windenergiebedrijven hebben dit jaar in allerijl projecten op touw gezet in een poging de laatste subsidies binnen te halen.

Misplaatste druk

Andere landen zetten intussen diplomatieke druk op China om zijn klimaatdoelstellingen te respecteren. Tijdens een staatsbezoek van de Franse president Emmanuel Macron kwamen beide partijen naar buiten met een gezamenlijke verklaring. Daarin stelden ze dat het klimaatakkoord van Parijs "onomkeerbaar" was en beloofden ze nieuwe klimaatdoelen die zich op het midden van deze eeuw richten.

Chinese beleidsmakers zoals Li Junfeng noemen de druk misplaatst. Volgens hem zal China de klimaatdoelstellingen overtreffen. "Nu de Verenigde Staten zich hebben teruggetrokken uit het akkoord van Parijs, verschuift de respons op klimaatverandering wereldwijd", zegt hij. "We moeten realistisch zijn. Het heeft geen zin ons te haasten."

Hij wijst er ook op dat China in het verleden zijn klimaatdoelen altijd heeft gehaald en zelfs ruim overtroffen. De belofte om de koolstofintensiteit - de hoeveelheid koolstof per eenheid bruto binnenlands product (bbp) - tegen 2020 terug te dringen met 40 tot 50 procent in vergelijking met het niveau van 2005 werd drie jaar eerder vervuld.

Maatregelen tegen de klimaatverandering waren jarenlang het ene gebied waar China en de westerse landen elkaar konden vinden. Zelfs de meest vechtlustige westerse politici noemen de Chinese klimaatprestaties een lovenswaardig voorbeeld. Maar daar komt misschien verandering in. "Als China niet snel stappen in de juiste richting zet, zal de sfeer ongetwijfeld verzuren", zegt Todd Stern, de Amerikaanse hoofdonderhandelaar voor het akkoord van Parijs.

Stern voegt eraan toe dat er ook gewoon "minder speelruimte" is als het over de wereldwijde CO2-uitstoot gaat: "We kunnen onmogelijk doen wat we moeten doen als China geen aanzienlijke bijdrage levert. Het akkoord van Parijs zal staan of vallen met de politieke wil in de landen die het akkoord ondertekend hebben. Het probleem is dat die politieke wil in zowat elk land ontbreekt."