De belangrijkste vraag is of de kosten van uw opleiding een beroepskarakter hebben of niet. Dat is enkel het geval "wanneer de kosten gemaakt worden met het oog op het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten uit een beroep dat de belastingplichtige al uitoefent op het moment van het volgen van het onderwijs".

Passen we dat principe toe op de opleiding, dan kunnen we stellen dat de kosten van uw taalcursus aftrekbaar zijn als werkelijke beroepskosten. De link met uw beroep is duidelijk: u volgt de opleiding om uw functie beter te kunnen uitoefenen. Het zou anders zijn als u de opleiding zou volgen om over te stappen naar een ander beroep. Stel dat u als boekhoudkundig bediende zou werken en een cursus volgt om leraar te worden. De kosten van die opleiding hebben dan een persoonlijk karakter en zijn daardoor geen aftrekbare beroepskosten.

U hebt er enkel belang bij uw werkelijke kosten fiscaal in te brengen als die uitgaven hoger zijn dan het kostenforfait waarop u als belastingplichtige recht hebt. Die forfaitaire kosten worden procentueel berekend volgens schijven van het belastbare beroepsinkomen en bedragen maximaal 3950 euro (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2014). Hebt u bijvoorbeeld een belastbaar inkomen van 30.000 euro op jaarbasis - dat is uw bruto-inkomen verminderd met 13,07 procent sociale bijdragen - dan is uw kostenforfait gelijk aan 2912,37 euro. Het totaal van uw werkelijke kosten moet dus hoger zijn dan dat bedrag. (JS)

De belangrijkste vraag is of de kosten van uw opleiding een beroepskarakter hebben of niet. Dat is enkel het geval "wanneer de kosten gemaakt worden met het oog op het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten uit een beroep dat de belastingplichtige al uitoefent op het moment van het volgen van het onderwijs". Passen we dat principe toe op de opleiding, dan kunnen we stellen dat de kosten van uw taalcursus aftrekbaar zijn als werkelijke beroepskosten. De link met uw beroep is duidelijk: u volgt de opleiding om uw functie beter te kunnen uitoefenen. Het zou anders zijn als u de opleiding zou volgen om over te stappen naar een ander beroep. Stel dat u als boekhoudkundig bediende zou werken en een cursus volgt om leraar te worden. De kosten van die opleiding hebben dan een persoonlijk karakter en zijn daardoor geen aftrekbare beroepskosten. U hebt er enkel belang bij uw werkelijke kosten fiscaal in te brengen als die uitgaven hoger zijn dan het kostenforfait waarop u als belastingplichtige recht hebt. Die forfaitaire kosten worden procentueel berekend volgens schijven van het belastbare beroepsinkomen en bedragen maximaal 3950 euro (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2014). Hebt u bijvoorbeeld een belastbaar inkomen van 30.000 euro op jaarbasis - dat is uw bruto-inkomen verminderd met 13,07 procent sociale bijdragen - dan is uw kostenforfait gelijk aan 2912,37 euro. Het totaal van uw werkelijke kosten moet dus hoger zijn dan dat bedrag. (JS)