Op studentenarbeid betalen noch de werkgever, noch de student lagere socialezekerheidsbijdragen. Die bijdrage bedraagt 5,42 procent ten laste van de werkgever en 2,71 procent ten laste van de student. Daarnaast is de werkgever een bijzondere bijdrage van 0,01 procent verschuldigd ten voordele van het asbestfonds.
...

Op studentenarbeid betalen noch de werkgever, noch de student lagere socialezekerheidsbijdragen. Die bijdrage bedraagt 5,42 procent ten laste van de werkgever en 2,71 procent ten laste van de student. Daarnaast is de werkgever een bijzondere bijdrage van 0,01 procent verschuldigd ten voordele van het asbestfonds.Om aanspraak te kunnen maken op dat voordeelregime moet de student werken met een studentenarbeidsovereenkomst buiten de periode dat hij verplicht aanwezig moet zijn in zijn onderwijsinstelling. De maximaal toegelaten periode om als student te kunnen werken, bedroeg tot nu 50 kalenderdagen, die vrij mogen worden gespreid over het hele kalenderjaar. Dat leidt soms tot problemen in sectoren waar maar enkele uren per dag wordt gewerkt, bijvoorbeeld de horeca. In het huidige systeem wordt dan toch een volledige dag van het maximum van 50 dagen afgetrokken. Vanaf dag 51 gelden de normale, hogere socialezekerheidsbijdragen. Om daar een einde aan te maken wordt de maximale arbeidstijd vanaf 1 januari berekend in uren in plaats van dagen. Studenten mogen jaarlijks 475 uur werken tegen de verminderde sociale bijdragen. Met het urensysteem kan de student zijn arbeidstijd tegen lagere sociale bijdragen maximaal benutten: enkel de gepresteerde uren worden aangerekend, en niet langer een volledige dag. Er wordt ook rekening gehouden met seizoenarbeid. In de horeca bijvoorbeeld kan een werkdag soms snel langer duren dan 8 uur. 50 dagen van elk 8 uur zou neerkomen op 400 uren, maar toch is voorzien in een uitbreiding naar 475 uur. Het wordt dus meteen ook mogelijk als student langer te werken.De werkgever moet via Dimona en op basis van de ondertekende studentenovereenkomst het aantal uren aangeven ('reserveren') waarop hij de student te werk stelt. Het aantal gepresteerde uren wordt naar boven afgerond. Zo wordt een prestatie van 80 uur en 30 minuten afgerond naar 81 uur. De RSZ zal voortaan strenger optreden als de Dimona-aangifte te laat gebeurt. Een aangifte gebeurt tijdig als die uiterlijk wordt gedaan op de dag dat de student in dienst treedt. Gebeurt dat later, dan worden de lagere bedragen niet goedgekeurd voor de volledig aangevraagde periode. Studenten kunnen via de applicatie Student@work het saldo van hun beschikbare arbeidsuren als student nakijken. Ze kunnen er ook een attest van het aantal resterende uren afdrukken of versturen via e-mail.