François Cornélis was decennialang een topper in de olie en de petrochemie, als CEO van PetroFina en vicevoorzitter van het uitvoerend comité van Total. In de herfst van zijn carrière heeft hij zich omgeschoold tot mentor van jonge chemiebedrijven.
...

François Cornélis was decennialang een topper in de olie en de petrochemie, als CEO van PetroFina en vicevoorzitter van het uitvoerend comité van Total. In de herfst van zijn carrière heeft hij zich omgeschoold tot mentor van jonge chemiebedrijven. De 68-jarige Brusselaar en baron lanceerde eerst de Innovation Circle, een collectief van ex-topmensen uit de chemie-, de kunststoffen- en de farmasector die het peterschap van jonge ondernemers en bedrijven in de chemie op zich nemen. Intussen heeft de kring al ruim vijftig projecten gecoacht. Nadien richtte Cornélis het Innovation Fund op, dat sinds de lancering drie jaar geleden 30 miljoen euro heeft opgehaald en heeft geïnvesteerd in zestien start-ups. Wel is de structuur gewijzigd van een gesloten fonds tot een evergreen, dus zonder einddatum. "De les die we hebben geleerd, is dat de groeiscenario's van onze start-ups allemaal langzamer verlopen dan verwacht, en meer met horten en stoten. We moeten ze dus langer kunnen bijstaan." FRANCOIS CORNÉLIS. "Ja, maar dit fonds heeft ook niet de ambitie quick wins te realiseren. We zijn geobsedeerd door waardecreatie en willen innovatie bevorderen in België en in nabijgelegen regio's. De grootste verrassing was trouwens de omvang en het niveau van innovatie in België. We beleven een echte wetenschappelijke en intellectuele renaissance." CORNÉLIS. "Natuurlijk. Het unieke eraan is de enorme expertise. Ik heb de beste industriëlen in de chemiesector rond de tafel (onder wie ex-Solvay-CEO Christian Jourquin en Carl Van Camp, de vroegere topman voor polymeren bij Total, nvdr). We zijn geen financieel fonds, maar een fonds van industriëlen. Vaak komen start-ups bij ons aankloppen omdat ze die industriëlen willen leren kennen, niet voor geld. Wij zijn ook bereid veel risico's te nemen. We zitten net stroomafwaarts van de universiteiten en investeren meestal in bedrijven die geen bedrijfskasstroom en inkomsten hebben." CORNÉLIS. "Ik heb geen last van frustratie. Maar het zal belangrijk worden grotere participaties te nemen. Met 30 miljoen heb je inderdaad een limiet van 2 tot 3 miljoen euro per investering. We zouden dat wat kunnen pushen. Maar het fonds zal nog verder evolueren, door de successen die we zullen boeken. We realiseren waarschijnlijk volgende week onze eerste verkoop. Al zal niet alles lukken. Zo zal het Henegouwse materialentechnologiebedrijf X4C allicht falen. Maar goed, ik leer daardoor geduld te hebben, niet bepaald mijn grootste kwaliteit ( lacht)." CORNÉLIS. "Dat sluiten we zeker niet uit. We beslissen wanneer we aan 50 miljoen komen. Al betekent dat misschien dat we naar twee fondsen gaan, een voor start-ups en een voor meer mature bedrijven. Je kunt wellicht niet alles in hetzelfde mandje smijten." CORNÉLIS. "U hebt gelijk. Er zijn meerdere investeringsvehikels, en we moeten vermijden dat we terechtkomen in een soort concurrentieslag, waardoor we waarde vernietigen. Dus ontmoeten we elkaar voortdurend om dossiers en expertise de delen." EDITH COUNE (SECRETARIS-GENERAAL). "Wij zijn doorgaans net na hen aan zet. Zij brengen vaak business aan bij ons." CORNÉLIS. "Nu, uw vraag houdt ook verband met de beslissing van de federale regering om een fonds te creëren voor innovatie en start-ups (Cornélis verwijst naar het Belgian Growth Fund, een nieuw durfkapitaalfonds van 300 à 450 miljoen euro, dat de overheid lanceert om jonge bedrijven te helpen doorgroeien, nvdr) Ik moet toegeven dat ik daarover erg verbaasd ben. Ik geloof niet dat er een gebrek aan geld is voor innovatie in België, en ik geloof dus ook niet dat het de rol van de regering of banken is zich daarin te lanceren." CORNÉLIS. "Daar had ik nog niet aan gedacht, maar u hebt een punt. Misschien is het logisch alles te groeperen, zodat we met een enkele stem kunnen spreken met de overheden en de regering. Wij investeren overigens ook al samen met instellingen die een link hebben met de universiteiten, onder meer Gemma Frisius, het zaaikapitaalfonds van de KU Leuven, en het interuniversitaire Qbic-fonds. En als ik dan toch een frustratie zou moeten hebben, is het dat we er maar niet in slagen bij de Franstalige universiteiten in ons land een even goed netwerk uit te bouwen als bij de Vlaamse. Die zijn volledig in ons model meegegaan. We hebben de KU Leuven en de Antwerpse en de Gentse universiteit als aandeelhouder. Zodra zij projecten hebben, bellen ze ons en kunnen we erover praten. Diezelfde interactie en dat vertrouwen hebben we nog niet aan Waalse kant." CORNÉLIS. "We gaan ons fonds wellicht ook openen voor de farmasector en de sector van de medische apparaten. Daarom willen we ook mensen uit die sectoren in ons kapitaal en de omvang van het fonds vergroten." CORNÉLIS. "Wij hebben voorlopig één investering in het buitenland, nabij Lyon. Maar we overwegen ons ook te richten naar universiteiten in de buurt, zoals die van Eindhoven, Aken, Rijsel en Maastricht. Onze expertise en ons model kunnen ook werken in nabijgelegen regio's. Zolang we in een straal van 500 kilometer rond België blijven, is het goed. Verder gaan we niet, want dan moeten onze investmentmanagers het vliegtuig nemen om hun start-ups te superviseren. Dat soort onkosten betalen zulke bedrijfjes niet."