De hoge fiscale druk en het feit dat hier zowat alles wordt belast, zijn nadelig voor de Belgische economie. Op de koop toe is de belastingmix hier heel groeionvriendelijk. Een lagere belastingdruk op arbeid en een verschuiving naar consumptie, vastgoed en vervuilende activiteiten kan daar verandering in brengen.

We kampen in ons land met hoge belastingen op arbeid. Om niet té veel belastingen te betalen, komt het erop aan de uitzonderingen op de regels goed te kennen. En om boetes of belastingverhogingen te vermijden, geldt eigenlijk hetzelfde devies.

De nieuwe aangifte voor de personenbelasting is er. De Vlaamse versie dikt aan met achttien extra codes, de Walen en de Brusselaars krijgen er elk twintig bij. Zowat alle nieuwigheden houden verband met de coronasteunmaatregelen.

De zware fiscale druk en de hoge overheidsuitgaven zijn in België twee kanten van dezelfde medaille. De sociale zekerheid vormt de grootste hap van de uitgaven, hoewel die ook al deels gefiancieerd wordt door de sociale bijdragen. De middelen voor andere overheidstaken komen zo onder druk. De kwaliteit van wat de overheid levert, laat dan ook te wensen over. België verliest hier terrein ten opzichte van andere landen.

Evenveel verdienen als je buurman of vriend, en toch minder of meer belastingen betalen: in België is het vaste prik. Gezinnen met kinderen zijn bevoordeeld tegenover alleenstaanden. Ook wie een deel van zijn inkomen uit auteursrechten haalt, mag niet klagen. En met een vennootschap werken is nog altijd een heel interessante vorm van fiscale optimalisatie.