Het nieuws van de brutale diefstal van een duur polshorloge heeft heel wat verontwaardiging opgewekt. Maar die leek meer gericht tegen het slachtoffer dan tegen de daders. Mensen lijken te denken dat rijken geen recht hebben op compassie omdat hun geld alle mogelijke zorgen kan oplossen. Niets is minder waar. Geld neemt weliswaar een aantal zorgen en problemen weg, maar creëert er andere. Alle psychologische studies wijzen uit dat meer geld leidt tot meer geluk zolang je jaarlijkse inkomen onder 100.000 euro ligt. Onder die grens maakt geld inderdaad gelukkig. Maar voorbij die grens dooft het effect uit. En zodra je die grens ver voorbij bent, wordt de relatie invers. Wie puissant rijk wordt of is, loopt een puissant hoog risico op een depressie en andere mentale aandoeningen. Voor sommige rijken is rijkdom één doffe ellende.

Rijkdom is één toffe ellende.

Wie alles heeft of heeft bereikt in het leven, komt zichzelf tegen. De jacht is voorbij, het bedrijf dat je oprichtte, heeft je niet echt meer nodig, de opwinding en de adrenaline zijn weggeëbd, verveling en landerigheid maken zich van je meester. Wie niet rijk is geboren, maar rijk is geworden, dreigt niet alleen zijn motivatie te verliezen, maar ook veel jeugdvrienden. Twee op de drie mensen hebben moeite om amicale banden te onderhouden met mensen die financieel beter af zijn. Alain de Botton argumenteert in zijn boek Statusangst dat onze studiegenoten ons sterkste referentiepunt zijn voor succes in het leven. Wanneer hun succes uitstijgt boven het onze, kan jaloezie, het dodelijke gif in vriendschappelijke relaties, de kop opsteken. En het scheidingsproces is pijnlijk. Jaloerse mensen maken liever zelf geen einde aan de vriendschap, maar kiezen voor de lange doodstrijd via subtiele uitlokking en sabotage. Het opbouwen en onderhouden van evenwichtige sociale contacten wordt complexer naarmate je rijker wordt. Moet je altijd trakteren of net niet? Toch maar zwijgen over die mooie reis? Voor de superrijken is het een acuut probleem. Superrijken zijn vips, maar worden niet als een persoon benaderd, maar als een stripfiguur, een abstractie, het vleesgeworden geld. Wie kunnen ze nog vertrouwen? Hoe veilig zijn ze voor valse raadgevers, opportunisten, dieven, overvallers en oplichters?

De superrijken plooien zich daarom vaak terug op een klein universum van andere superrijken, waardoor ze geïsoleerd en vervreemd dreigen te raken. Clay Cockrell, een therapeut die kind aan strandhuis is bij miljardairs, getuigt dat "veel miljardairs met wie ik werk wantrouwig zijn, ze missen een doel in het leven en worstelen met schaamte, schuld en angst". Materialisme biedt geen uitweg. Een luxeding heeft geen ziel en brengt allerlei besognes met zich. Bezitsj bezitstj oi stelde een Reetveerdegemse straatfilosoof in De helaasheid der dingen. Bootliefhebbers zijn twee keer gelukkig. Wanneer ze een boot kopen en wanneer ze hem, vanwege de rompslomp, verkopen.

Het recept voor geluk is eenvoudig. Het bestaat, zodra je basisbehoeften zijn vervuld, uit zinvol werk, een warm familiaal en sociaal leven, nieuwe exploten en ervaringen, dankbaarheid en generositeit. Dat recept is ook van toepassing op de rijken. Maar rijkdom maakt het hen niet makkelijker om dat geluk na te streven, integendeel. Ze staan voor de moeilijke keuze om ofwel hun leven rond hun geld te organiseren, of hun geld rond hun leven. Ze moeten een grote creativiteit aan de dag leggen in de zoektocht naar blijvende zingeving, naar nieuwe uitdagingen. Citius, altius, fortius. Als de aardse uitdagingen uitgeput zijn, dan maar de ruimte in, Elon Musk, Richard Branson en Jeff Bezos achterna. Ze moeten weerstand bieden aan de verleidingen van het materialisme en in staat zijn wantrouwen en potentiële ondankbaarheid te overwinnen. Voor wie daarin slaagt, wordt rijkdom toch nog een toffe ellende.

Het nieuws van de brutale diefstal van een duur polshorloge heeft heel wat verontwaardiging opgewekt. Maar die leek meer gericht tegen het slachtoffer dan tegen de daders. Mensen lijken te denken dat rijken geen recht hebben op compassie omdat hun geld alle mogelijke zorgen kan oplossen. Niets is minder waar. Geld neemt weliswaar een aantal zorgen en problemen weg, maar creëert er andere. Alle psychologische studies wijzen uit dat meer geld leidt tot meer geluk zolang je jaarlijkse inkomen onder 100.000 euro ligt. Onder die grens maakt geld inderdaad gelukkig. Maar voorbij die grens dooft het effect uit. En zodra je die grens ver voorbij bent, wordt de relatie invers. Wie puissant rijk wordt of is, loopt een puissant hoog risico op een depressie en andere mentale aandoeningen. Voor sommige rijken is rijkdom één doffe ellende. Wie alles heeft of heeft bereikt in het leven, komt zichzelf tegen. De jacht is voorbij, het bedrijf dat je oprichtte, heeft je niet echt meer nodig, de opwinding en de adrenaline zijn weggeëbd, verveling en landerigheid maken zich van je meester. Wie niet rijk is geboren, maar rijk is geworden, dreigt niet alleen zijn motivatie te verliezen, maar ook veel jeugdvrienden. Twee op de drie mensen hebben moeite om amicale banden te onderhouden met mensen die financieel beter af zijn. Alain de Botton argumenteert in zijn boek Statusangst dat onze studiegenoten ons sterkste referentiepunt zijn voor succes in het leven. Wanneer hun succes uitstijgt boven het onze, kan jaloezie, het dodelijke gif in vriendschappelijke relaties, de kop opsteken. En het scheidingsproces is pijnlijk. Jaloerse mensen maken liever zelf geen einde aan de vriendschap, maar kiezen voor de lange doodstrijd via subtiele uitlokking en sabotage. Het opbouwen en onderhouden van evenwichtige sociale contacten wordt complexer naarmate je rijker wordt. Moet je altijd trakteren of net niet? Toch maar zwijgen over die mooie reis? Voor de superrijken is het een acuut probleem. Superrijken zijn vips, maar worden niet als een persoon benaderd, maar als een stripfiguur, een abstractie, het vleesgeworden geld. Wie kunnen ze nog vertrouwen? Hoe veilig zijn ze voor valse raadgevers, opportunisten, dieven, overvallers en oplichters? De superrijken plooien zich daarom vaak terug op een klein universum van andere superrijken, waardoor ze geïsoleerd en vervreemd dreigen te raken. Clay Cockrell, een therapeut die kind aan strandhuis is bij miljardairs, getuigt dat "veel miljardairs met wie ik werk wantrouwig zijn, ze missen een doel in het leven en worstelen met schaamte, schuld en angst". Materialisme biedt geen uitweg. Een luxeding heeft geen ziel en brengt allerlei besognes met zich. Bezitsj bezitstj oi stelde een Reetveerdegemse straatfilosoof in De helaasheid der dingen. Bootliefhebbers zijn twee keer gelukkig. Wanneer ze een boot kopen en wanneer ze hem, vanwege de rompslomp, verkopen. Het recept voor geluk is eenvoudig. Het bestaat, zodra je basisbehoeften zijn vervuld, uit zinvol werk, een warm familiaal en sociaal leven, nieuwe exploten en ervaringen, dankbaarheid en generositeit. Dat recept is ook van toepassing op de rijken. Maar rijkdom maakt het hen niet makkelijker om dat geluk na te streven, integendeel. Ze staan voor de moeilijke keuze om ofwel hun leven rond hun geld te organiseren, of hun geld rond hun leven. Ze moeten een grote creativiteit aan de dag leggen in de zoektocht naar blijvende zingeving, naar nieuwe uitdagingen. Citius, altius, fortius. Als de aardse uitdagingen uitgeput zijn, dan maar de ruimte in, Elon Musk, Richard Branson en Jeff Bezos achterna. Ze moeten weerstand bieden aan de verleidingen van het materialisme en in staat zijn wantrouwen en potentiële ondankbaarheid te overwinnen. Voor wie daarin slaagt, wordt rijkdom toch nog een toffe ellende.