In 2010 waren de loonstijgingen in de collectieve sector duidelijk hoger dan in de particuliere sector. In de gesubsidieerde sector was dat 2 procent en bij de overheid 1,8 procent. In de particuliere bedrijven was dat 1 procent.

Voor de werkgevers stegen de contractuele loonkosten met 1,5 procent. Die stijging overtrof die van de cao-lonen door hogere werkgeverspremies. In de eerste helft van 2010 lag de loonstijging nog boven de inflatie, daarna bleef de loonontwikkeling daarbij achter.

De stijging van de lonen in Nederland is ook van belang voor België. Voor de loonontwikkeling in ons land wordt immers gekeken naar de buurlanden. De wet op de vrijwaring van de concurrentiekracht, die dateert van 1996, stelt dat de Belgische lonen niet sneller mogen stijgen dan in de drie grote buurlanden.

In 2010 waren de loonstijgingen in de collectieve sector duidelijk hoger dan in de particuliere sector. In de gesubsidieerde sector was dat 2 procent en bij de overheid 1,8 procent. In de particuliere bedrijven was dat 1 procent. Voor de werkgevers stegen de contractuele loonkosten met 1,5 procent. Die stijging overtrof die van de cao-lonen door hogere werkgeverspremies. In de eerste helft van 2010 lag de loonstijging nog boven de inflatie, daarna bleef de loonontwikkeling daarbij achter. De stijging van de lonen in Nederland is ook van belang voor België. Voor de loonontwikkeling in ons land wordt immers gekeken naar de buurlanden. De wet op de vrijwaring van de concurrentiekracht, die dateert van 1996, stelt dat de Belgische lonen niet sneller mogen stijgen dan in de drie grote buurlanden.