Alleen al voor het gebouw is het de moeite waard binnen te lopen in het heropende Museum van de Nationale Bank van België, aan de Warmoesberg in hartje Brussel. "Het nieuwe museum is ondergebracht in een architecturale parel", benadrukt adjunct-conservator Jules Huysmans.
...

Alleen al voor het gebouw is het de moeite waard binnen te lopen in het heropende Museum van de Nationale Bank van België, aan de Warmoesberg in hartje Brussel. "Het nieuwe museum is ondergebracht in een architecturale parel", benadrukt adjunct-conservator Jules Huysmans. "Het gebouw werd in 1872 ontworpen door de Brusselse architect Désiré Dekeyser, in opdracht van de Union du Crédit de Bruxelles. Tot in de jaren zeventig was hier een commerciële bank gevestigd, waarna de Nationale Bank het gebouw heeft gekocht. Een logische stap, omdat ze de rest van het huizenblok al had verworven." Na een periode van leegstand besloot de Nationale Bank het waardevolle gebouw te restaureren en in zijn oude glorie te herstellen. "Het is een van de laatst overgebleven getuigen van de negentiende-eeuwse Brusselse bankarchitectuur. De lokettenzalen en de kluizenzalen zijn intact gebleven", vertelt Huysmans. Andere blikvangers zijn de monumentale, beschermde trap en de twee lichtkoepels van 18 meter hoog. Een ronde koepel overspant de grote lokettenzaal, een ovalen de kleine lokettenzaal. "Met hun glas- en staalstructuur waren ze heel typisch en modern voor die tijd. De decoratie van het gebouw, door de Parijse beeldhouwer Georges Houtstont, is dan weer geïnspireerd op de gotische stijl, maar dan heel sober uitgevoerd, zonder bladgoud of felle kleuren." In 1982 opende het Museum van de Nationale Bank van België voor het eerst zijn deuren, toen nog op een andere locatie. Daarmee was de instelling, na de Bank of England, de eerste centrale bank met een museum. "Ondertussen hebben de meeste centrale banken er een, en wie er nog geen had, bouwt er een", weet Huysmans. "Dat van de Portugese Nationale Bank in Lissabon, en dat van de Bundesbank in Frankfurt, die onlangs ook werden vernieuwd, zijn zeker aanraders." "Toen we van het nabijgelegen hoofdgebouw van de Nationale Bank naar hier verhuisden, hebben we de gelegenheid aangegrepen om onze permanente tentoonstelling volledig te vernieuwen", legt Huysmans uit. "We presenteren de collectie op een nog meer toegankelijke en interactieve manier. We gebruikten daarvoor de nieuwste technologie en scenografietechnieken." Aan de opzet van het museum daarentegen is niets veranderd. "Wij zien het als onze taak inzicht te verschaffen in de werking van onze economie en ons financiële stelsel, en in de activiteiten van de centrale bank. Tenslotte hebben die een impact op de economie in het algemeen en op de financiën van iedere individuele burger." De publiekswerking van het museum was altijd al sterk op gericht op scholen. "We krijgen ieder jaar zo'n 30.000 scholieren en studenten over de vloer, van de lagere school tot de universiteit, maar we ontvangen evengoed groepen met anderstalige nieuwkomers die een inburgeringstraject volgen. Voor iedere groep bieden we een rondleiding op maat aan." Om het museum laagdrempelig te houden, zijn de toegang en de begeleide rondleidingen gratis. Voor alle bezoekers liggen audiogidsen klaar. Ook aan de buitenlandse bezoekers is gedacht - de volledige tentoonstelling is in vier talen opgesteld: Nederlands, Frans, Duits en Engels. Het eerste deel van het parcours gaat over de rol en de taken van de Nationale Bank, met als rode draad: zorgen voor stabiliteit en vertrouwen. Zonder dat vertrouwen kunnen de noodzakelijke financiële transacties in ons dagelijks leven niet plaatsvinden. Hier wordt uitgelegd hoe het eurosysteem werkt en welke rol de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken daarin spelen. Eindigen doen we met een quiz. De eerste vragen zijn een makkie - welk land besliste onlangs de Europese Unie te verlaten? - maar bij de volgende vragen moeten we al eens dieper nadenken. Welke Scandinavische landen zijn het alweer die de euro niet hebben ingevoerd? De Nationale Bank brengt ook de munten en de biljetten in omloop. We leren een echt van een vals eurobiljet te onderscheiden - let op het watermerk, de speciale inkt, de kleuren die veranderen onder uv-licht en het papier, gemaakt van katoen. "Wasmachine- en scheurbestendig", benadrukt Huysmans. Maar zelfs professionals kunnen zich vergissen: in de collectie zit een vals pondbiljet - door de nazi's nagemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog - dat zelfs de Bank of England voor echt aanzag. De centrale bank moet voortdurend anticiperen op de schommelende vraag naar bankbiljetten. Via een spel worden we uitgedaagd geldautomaten op tijd gevuld te krijgen. Mijn handigheid en reactievermogen breken geen potten. Dit is eerder iets voor de jongere bezoekers, die vlotter in het volgende level geraken. Een weetje dat verbaast: het aantal bankbiljetten in omloop stijgt nog altijd, alle elektronische betalingen ten spijt. "In de eurozone zijn Belgen nog altijd grote cashgebruikers, maar niemand kan in dat opzicht tippen aan de Duitsers", vertelt Huysmans. Het monetaire beleid is de belangrijkste opdracht van de Nationale Bank. Een goed monetair beleid houdt de prijzen stabiel. Want als die te sterk stijgen, loopt de inflatie uit de hand en krijg je economische rampen. Zoals in Joegoslavië in 1993, toen de prijzen om de vijftien uur verdubbelden. Of in Duitsland in de jaren twintig, waar het op de duur goedkoper was bankbiljetten in de kachel op te stoken dan er kolen mee te kopen. Waarop we zelf in de huid van de gouverneur van de Nationale Bank kruipen om voor die stabiele prijzen te zorgen. Het komt erop aan de inflatie onder, maar dicht bij 2 procent te houden, door te spelen met de rente. Dreigen de prijzen te sterk te stijgen, dan moet de rente naar omhoog, en omgekeerd. Met voorsprong het moeilijkste spel van de hele expo. De Nationale Bank verzamelt ook heel wat economisch cijfermateriaal, dat ze in statistieken giet, analyseert en publiceert. Het resultaat van dat studiewerk wordt hier gepresenteerd op een megatouchscreen, zoals de economische gevolgen van de brexit, de betalingsachterstand van particulieren, het consumenten- en het ondernemersvertrouwen. Het museum kan die informatie dagelijks updaten als dat nodig is. Het tweede deel van de expo is het Depot, een galerij met documenten, voorwerpen en kunstwerken die allemaal een verhaal over geld vertellen. We zien een hele reeks ontwerpen van bankbiljetten van kunstenaars. Zeer leuk is het overzicht van alle Belgische bankbiljetten die ooit in omloop zijn geweest. Behalve dat het boeiend is de evolutie te bestuderen - de eerste werden nog met de hand ondertekend - is dit ook pure nostalgie. De biljetten van 20, 50 en 100 frank met de beeltenis van koning Boudewijn roepen bij veel bezoekers onvermijdelijk jeugdherinneringen op. En als we het dan toch over nostalgie hebben: ook de overbekende oranje spaarpot van de ASLK heeft zijn plaatsje in het museum. Voor het derde deel van de tentoonstelling, 'Geld, een verhaal', trekken we naar de eerste verdieping. Op de promenade rond de lokettenzaal wordt de geschiedenis van de betaalmiddelen in beeld gebracht. Het begint met een overzicht, per continent, van de primitieve betaalmiddelen, meestal 'goederengeld' genoemd. Zoals de zeldzame stenen waarmee op het eiland Yap in de Stille Zuidzee nog tot halfweg vorige eeuw werd betaald. "Ze hadden makkelijk een diameter van een paar meter. De kapitaalkrachtige eilandbewoners legden ze voor hun woning, om met hun rijkdom te pronken. Op de duur konden ze ook van eigenaar veranderen zonder dat ze fysiek werden verplaatst." Nog een opvallend stuk uit de collectie: een bijzonder kleurrijke gordel van paradijsvogelveren, afkomstig uit een eilandengroep in de Stille Oceaan. "Uitgerold is hij wel 10 meter lang. Het kostte honderden uren werk om hem te maken." In de negentiende eeuw werden in Canada en het noorden van de Verenigde Staten decennialang beverhuiden als betaalmiddel gebruikt. "Die waren zeer gewild, om er hoeden van te maken. Tot zijden hoeden mode werden en beverhuiden hun waarde verloren. Maar het verklaart waarom op sommige Canadese muntstukken nog altijd een bever staat." Na het goederengeld belanden we bij de allereerste banken in Mesopotamië. Op kleitabletten markeerden bankiers avant la lettre hoeveel goederen een handelaar in bewaring had gegeven. Mettertijd werden die ontvangstbewijzen als betaalmiddel gebruikt. Daarna volgt een historisch overzicht van de betaalmiddelen door de eeuwen heen, dat ons uiteindelijk brengt bij de invoering van de euro in 2002 en de eurocrisis van een paar jaar geleden. Onderweg vinden we enkele pittige geldanekdotes uit het leven van een aantal historische personages. Marco Polo bijvoorbeeld, die voor een fantast werd aangezien toen hij vertelde over het papiergeld dat de Chinezen gebruikten. "Ondertussen is het bewezen dat zijn verhalen klopten", stelt Huysmans. De schrijver Victor Hugo blijkt een belangrijke aandeelhouder te zijn geweest van de Nationale Bank. Iets wat trouwens binnen ieders bereik ligt, want de instelling is een naamloze vennootschap en de aandelen zijn te koop op de beurs. Uit de boekhouding van de negentiende-eeuwse ontdekkingsreiziger Henry Morton Stanley bleek dat hij tijdens zijn expedities in Afrika betaalde met schelpen. Het doet spontaan denken aan de papieren bloemen die we als kind op het strand verhandelden in ruil voor schelpen. Ook dat fenomeen komt in het museum aan bod, geïllustreerd door een film van de Belgische fotografe en filmmaakster Katrien Vermeire. "Jan Smets, de gouverneur van de Nationale Bank, die zelf als kind heel wat bloemen heeft verkocht op het strand, had het erover bij de heropening van het museum. Volgens hem bestaat er geen betere manier voor kinderen om te leren omgaan met geld en hen fenomenen te leren kennen zoals de wet van vraag en aanbod, inflatie en koopkracht."