Dat betekent dat de ECB de omvang van het programma van geldverruiming (QE) vanaf 2018 inkrimpt van 60 naar 30 miljard euro per maand.
...

Dat betekent dat de ECB de omvang van het programma van geldverruiming (QE) vanaf 2018 inkrimpt van 60 naar 30 miljard euro per maand. Tegelijk verlengt ze dat programma zeker tot en met september 2018. De ECB benadrukt ook nogmaals dat een eerste renteverhoging er pas ruim na het einde van dat programma van geldverruiming komt. Dan staat er wellicht al 2019 op de kalender. Deze aankondigingspolitiek moet de waarde van de euro in toom houden. Spaarders zullen intussen nog langere tijd met rentevoeten rond het nulpunt geconfronteerd worden. De rente op lange termijn, relevant voor bijvoorbeeld de hypotheekrente, daalt vandaag. Maar de komende maanden kan ze toch hoger kruipen, als de omvang van QE wordt afgebouwd en de Europese economie verder aantrekt. De Europese economie is dusdanig op toerental gekomen, dat de ECB niet anders kon dan aan te kondigen hoe ze langzaam de voet van het gaspedaal haalt. Toch is de inflatie nog te laag om de steunwieltjes weg te nemen, vandaar de keuze voor een 'langere maar lagere' QE-politiek. En als een pan van het dak waait door een onverwachte storm, zal de ECB niet aarzelen de geldkraan weer helemaal open te draaien. De ECB wil de rust in de tent zo lang mogelijk bewaren, kwestie van de westerse economie de kans te geven zich volledig te herstellen van de klap die de crisis van 2008-2009 heeft uitgedeeld. De ECB ziet zichzelf als een van de architecten van dat herstel in Europa, en wil haar succes niet verbrod zien door een stevige beurscorrectie of een andere financiële crisis. Peis en vree gaan boven alles.Hyman Minsky zou een diepe zucht slaken. De theorie van de Amerikaanse econoom kreeg pas na zijn dood in 1996 internationale erkenning, met dank aan de financiële crisis van 2008. De basisstelling van Minsky is dat het niet goed is als het te goed en te vlot gaat. Stabiliteit is een kweekvijver van instabiliteit. Als het lang goed gaat en iedereen optimistisch is en later euforisch wordt, dan worden almaar meer risico's genomen en schulden gemaakt om te investeren en later ook te speculeren. Tot de zeepbel barst. Janet Yellen, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, noemde het werk van Minsky in 2009 verplichte lectuur.De kunstmatige rust zaait opnieuw de kiemen voor de volgende storm. Op de westerse beurzen zijn de pittige waarderingen enkel nog uit te leggen met de argumenten van een sterke economie, een stevige winstgroei en een kunstmatig lage rente. Die steunpilaren tonen nog geen betonrot, en de combinatie van stevige groei en lage inflatie speelt een aanstekelijk deuntje. En zolang de muziek speelt...Ook op de kredietmarkten gaat de discipline langzaam maar zeker overboord. De schuldgraad van de bedrijven is hoger dan voor de financiële crisis. Risicovolle deals vinden steeds vlotter financiering. Bedrijven gaan tegen tien keer de bedrijfscashflow of meer over de toonbank. Dat is behoorlijk duur. De volgende recessie of onverwachte rente-opstoot zal dus brokken maken, maar een solider banksysteem en wakende overheden en centrale banken moeten, in theorie, een herhaling van een financiële crisis zoals in 2009 voorkomenDe theorie van Minsky vertelt een ander verhaal, maar dat zult u Mario Draghi vandaag niet horen vertellen, in tegenstelling tot zijn collega Zhou Xiaochuan, de gouverneur van de Chinese centrale bank. China heeft er ook het handje van weg om tot elke prijs de rust te bewaren, maar in de marge van de negentiende editie van het vijfjaarlijkse Chinese partijcongres merkte Xiaochuan fijntjes op dat de Chinese economie dicht bij een Minsky-moment staat, een kantelpunt tussen euforie in de economie en de uitbraak van een stevige financiële crisis. Het is, zeker naar Chinese maatstaven, een boude uitspraak, maar Xiaochuan staat dicht bij zijn pensioen en kan zich daarom een parler vrai veroorloven. De Chinese president en sterke man Xi Jingping nam er akte van en verklaarde dat financiële stabiliteit een essentieel onderdeel van de nationale veiligheid en dus een topprioriteit voor het beleid is. De communistische partij weet dat de legitimiteit van haar regime berust op voldoende economische groei en sociale vrede, maar ze weet ook dat de groei van de Chinese economie gepaard gaat met een te sterke kredietcreatie en sterk stijgende vastgoedprijzen. China verkiest stabiliteit op korte termijn, ten nadele van gezonde fundamenten voor de lange termijn. Niemand weet echter hoelang de kruik te water blijft, of wanneer dus het moment van Minsky aanbreekt in China. Of in het Westen.