Het is ongebruikelijk dat een socioloog zich inlaat met inflatie - die is normaal het exclusieve speelterrein van economen. Onterecht, vindt Ho-Fung Hung, hoogleraar politieke economie aan de John Hopkins University in Baltimore. "Inflatie is een zaak van inkomensverdeling." Hung maakte naam met zijn onderzoek naar de integratie van China in de wereldeconomie en het verband tussen spaaroverschotten en lage inflatie. "Ik dook in het onderzoek uit de jaren zestig en zeventig. Iedereen was het er toen over eens dat inflatie wordt gedreven door de lonen: is de inflatie te hoog, dan zijn de vakbonden het probleem. Nadien maakte het monetarisme opgang, dat de kwestie depolitiseerde. Monetaristen zeiden dat inflatie een technocratische materie was, een zaak van geldaanbod en overheidsuitgaven."
...

Het is ongebruikelijk dat een socioloog zich inlaat met inflatie - die is normaal het exclusieve speelterrein van economen. Onterecht, vindt Ho-Fung Hung, hoogleraar politieke economie aan de John Hopkins University in Baltimore. "Inflatie is een zaak van inkomensverdeling." Hung maakte naam met zijn onderzoek naar de integratie van China in de wereldeconomie en het verband tussen spaaroverschotten en lage inflatie. "Ik dook in het onderzoek uit de jaren zestig en zeventig. Iedereen was het er toen over eens dat inflatie wordt gedreven door de lonen: is de inflatie te hoog, dan zijn de vakbonden het probleem. Nadien maakte het monetarisme opgang, dat de kwestie depolitiseerde. Monetaristen zeiden dat inflatie een technocratische materie was, een zaak van geldaanbod en overheidsuitgaven." Hung verwijst die ideeën naar de prullenmand. Hij onderzocht de evolutie van de inflatie in 23 OESO-landen tijdens de afgelopen halve eeuw en kwam tot de vaststelling dat de verhouding tussen arbeid en kapitaal die evolutie het best verklaart."In de jaren zeventig was er overal hoge inflatie, omdat vakbonden de lonen en daarmee ook de prijzen omhoog dreven. Nadien kregen de kapitalistische landen de inflatie onder controle, in de eerste plaats doordat rechts-conservatieve regeringen onder invloed van het neoliberalisme de onderhandelingspositie van werknemers verzwakten." HO-FUNG HUNG. "Als de monetaire verklaring correct zou zijn, dan hadden de massale stimuleringsmaatregelen van de voorbije jaren ons met een hoge inflatie moeten opzadelen. Dat is niet gebeurd, omdat het stimuleringsgeld zich niet vertaalt in hogere lonen, maar in financiële zeepbellen. We zien de beurzen stijgen, niet de inflatie. Ik noem het keynesianisme voor de rijken. Keynesianisme in de zin dat er geld in de economie wordt gepompt, maar voor de rijken, omdat het alleen bij hen terechtkomt via de financiële markten." HUNG."Onder economen is het pure monetarisme niet echt populair meer. Maar de monetaristische ideeën zitten sinds de jaren tachtig diep ingebakken bij beleidsmakers, commentatoren en wat ik puppet intellectuals noem. Om een voorbeeld te geven: toen de Federal Reserve kort na de crisis zijn stimuleringsbeleid begon en de regering-Obama haar uitgaven fors optrok, waarschuwden veel Republikeinen voor een hoge, oncontroleerbare inflatie. Zij pleitten voor de afbouw van de overheid en besparingen op de sociale uitgaven - een pleidooi dat door het monetarisme een wetenschappelijk appeal kreeg. Monetarisme is eigenlijk ideologie verpakt als wetenschap." HUNG."Absoluut. In de jaren zeventig was de hoge inflatie echt een probleem. Maar ze trof niet iedereen op dezelfde manier. Mensen die beschermd waren door de macht van een vakbond, konden over hogere lonen onderhandelen om hun gestegen kosten van levensonderhoud op te vangen. Zij werden weinig getroffen door de hoge inflatie. Voor wie schulden had, was de inflatie zelfs goed nieuws, omdat de waarde van die schuld in reële termen daalde. Mensen die daarentegen rekenden op het rendement op hun kapitaal, werden midscheeps getroffen, omdat hun inkomen uit kapitaal in reële termen verminderde door de stijging van de kosten van levensonderhoud." HUNG. "Precies. Lage inflatie komt vooral de eigenaars van kapitaal goed uit. Om het simpel te stellen: de inflatie in de jaren zeventig was pijnlijk, maar vooral voor wie leefde van zijn kapitaal en minder voor wie een loon trok. Onderzoek toont trouwens aan dat er een klassenverschil is in de kijk op inflatie: arbeiders zijn in de eerste plaats ongerust over hun loon en hun werkzekerheid, de betere middenklasse maakt zich meer zorgen over de inflatie." HUNG."Door de neoliberale aanvallen op de vakbonden en de outsourcing in de industrie is de positie van arbeid verzwakt en verdwijnen banen. En dus stijgen de lonen niet. We zien zelfs een relatieve daling van de lonen, omdat de economie groeit en de lonen niet in dezelfde mate volgen. Dat is de onderliggende oorzaak van de lage inflatie. Hoeveel geld de centrale banken ook in de economie pompen, dat geld gaat niet naar nieuwe banen of leningen, maar naar vastgoed en beleggingen. En dus zien we ondanks de snelle toename van het geldaanbod en het soepele monetaire beleid toch geen inflatie." HUNG. "Op zich is dat een verstandige politiek. Maar mijn onderzoek toont aan dat het monetaire beleid op zich niet zo veel uitmaakt. Om weer gezonde inflatie te krijgen en deflatie te vermijden, moet je een loon- en werkgelegenheidsbeleid voeren. Een beleid dat de lonen verhoogt." HUNG."In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bijvoorbeeld is de arbeidsmarkt sterk gedereguleerd. Daar zouden een betere bescherming van werknemers en hogere minimumlonen de lonen kunnen doen stijgen." HUNG. (Denkt na) De vakbonden zijn misschien niet zo zwak als in de Verenigde Staten, maar jullie ondervinden ongetwijfeld wel de gevolgen van outsourcing en de concurrentie van goedkopere arbeid in het buitenland. Je kunt daarom een beleid voeren om banen terug te halen. Dat is niet zo eenvoudig, en het succes is ook afhankelijk van de dynamiek in het buitenland. Maar de overheid zou wel kunnen investeren in infrastructuur en bedrijven meer incentives geven om lokaal te investeren. De oorzaak verschilt misschien van land tot land, maar de vaststelling blijft dat de lonen niet zo snel stijgen als de economie." HUNG."Ik ga akkoord dat schulden een probleem zijn. Maar om die af te bouwen, is het niet zinvol enkel te besparen. Daarmee schaad je de consumptie en op lange termijn de groei. En als er lagere groei is, stijgen je schulden sneller in verhouding tot de economie." HUNG."Het koppige geloof, zou ik het noemen. Het is nochtans vrij duidelijk dat de economie nu behoefte heeft aan investeringen. (Zucht) Mensen geloven blijkbaar nog altijd in de noodzaak om de begroting eerst in evenwicht te krijgen door de overheidsuitgaven terug te dringen." HUNG. "Het besef groeit dat de economische crisis en de daaruit voortvloeiende problemen een gevolg zijn van het neoliberalisme en het monetarisme, en het beleid dat daarop gebaseerd is. Maar we zitten nog altijd in de problemen. Kijk naar de opkomst van rechts-populistische partijen en extreme politieke krachten. Het zijn gevaarlijke tijden. We moeten doordachter te werk gaan: wat zijn de problemen en hoe kunnen we onze economie beter managen?" HUNG. "Je moet natuurlijk een evenwicht nastreven. Je kunt de bedrijven niet te veel pijn doen. Je mag de lonen niet zo veel verhogen dat we terugkeren naar de jaren zeventig. Maar nadien is de slinger te ver naar de andere kant doorgeslagen. Loonmatigingen en outsourcing waren goed voor de ondernemingen, maar slecht voor werknemers. Daardoor zien we nu problemen met deflatie en een verminderde koopkracht bij de consument, die vandaag meer afhankelijk is van schulden. Dat is zeer ongezond. Meer koopkracht voor consumenten zou een meer gebalanceerde en duurzame groei van de economie opleveren." HUNG."Inflatie verlaagt de waarde van schulden in reële termen, maar er is meer. Als de inflatie wordt gedreven door hogere lonen, kunnen mensen ook een groter deel van hun loon uitgeven. Een van de oorzaken waarom we zo veel schulden hebben, is dat mensen lenen om rond te komen. Ze hebben koopkracht, maar die is gebaseerd op schulden. Die situatie kan niet voor eeuwig doorgaan."