Nieuwe technologie zie je overal, behalve in de economische statistieken. Ook de opkomst van artificiële intelligentie kan voorlopig niet verhelpen dat we nauwelijks productiever worden, wat de economische groei en de inkomens aan de ketting houdt.
...

Nieuwe technologie zie je overal, behalve in de economische statistieken. Ook de opkomst van artificiële intelligentie kan voorlopig niet verhelpen dat we nauwelijks productiever worden, wat de economische groei en de inkomens aan de ketting houdt. De Amerikaanse econoom Robert Gordon kondigde al het einde van de economische groei aan. Ook de stelling dat we een 'seculaire stagnatie' of een lange periode van trage groei beleven, vindt al enkele jaren een groot gehoor. Maar, zo zeggen de economen Erik Brynjolfsson, Daniel Rock en Chad Syverson, er is helemaal geen tegenspraak tussen het technologische optimisme, dat vooruitblikt, en het economisch pessimisme, dat achteromkijkt. Meer nog, het is perfect logisch dat beide fenomenen tegelijk bestaan, omdat grote technologische veranderingen onherroepelijk gepaard gaan met een stevige reorganisatie van de economie, die op korte termijn weegt op de groei. Vooral grotere bedrijven hebben het bijzonder moeilijk zich aan te passen. "Technologie gaat faillissement per faillissement vooruit", schrijft Brynjolfsson. Precies in tijden van verandering zal de kloof tussen de povere prestaties van het recente verleden en de rooskleurige waardering van de toekomst het grootst zijn. Volgens Brynjolfsson beleven we nu zo'n periode. Hebben beleggers, die per definitie vooruitkijken, als geen ander in de smiezen dat we aan de vooravond van een structureel hogere economische groei staan? Dat de stelling van seculaire stagnatie dus het veld moet ruimen voor de hoop op een seculaire expansie? De beurzen breken in elk geval record na record. De waarderingen zijn pittig te noemen, zeker in de Verenigde Staten, waar beleggers meer dan dertig keer de cyclisch gecorrigeerde winst betalen. De omstandigheden zijn ook goed. De wereldeconomie geniet van een synchrone opleving, de bedrijfswinsten stijgen en de inflatie en de langetermijnrente blijven laag. Het is Goudlokje op steroïden. Niet toevallig gaan vooral de technologieaandelen door het dak, als aanjagers en eerste winnaars van de groeiversnelling. De beurshausse rust mogelijk op bredere en stabielere fundamenten dan goedkoop geld en een gunstige conjunctuur. De technologie die in de statistieken kan opduiken en de groei hoger kan tillen, is artificiële intelligentie of machine learning. De toepassingen worden eindeloos als machines almaar beter kunnen zien en denken, twee essentiële vaardigheden waarop de mens tot nu een monopolie had. Brynjolfsson geeft het voorbeeld van zelfrijdende voertuigen. Die technologie heeft het potentieel om miljoenen professionele chauffeurs te vervangen, wat de arbeidsproductiviteit een stevige duw in de rug zou geven. Die technologie biedt autobouwers ook de mogelijkheid van businessmodel te veranderen en straks abonnementen in plaats van auto's te verkopen, zodat het wagenpark veel efficiënter kan worden gebruikt. Tel uit de productiviteitswinst. Het vraagt echter veel tijd en een pak investeringen om de nieuwe technologie te vertalen in welvaartswinsten. Op korte termijn kunnen de kosten zelfs groter zijn dan de baten. Informatietechnologie als aanjager van de groei volgt het patroon van de draagbare krachtbron (stoommotor, de verbrandingsmotor en elektriciteit) in de periode 1890-1940. Ook toen duurde het decennia om het potentieel van elektriciteit tot wasdom te laten komen, en ook toen werd de opgang onderbroken door langere periodes van trage groei. Volgens Brynjolfsson hebben we zo'n inzinking achter de rug en kan de versnelling al begonnen zijn. De wereldeconomie groei op dit moment met 5 procent op jaarbasis, wat meer is dan ze trendmatig kan en dus niet vol te houden is. De proef op de som zal genomen worden als de hoogconjunctuur wegebt. Vallen we dan terug richting recessie, of blijven we een behoorlijk groeitempo vasthouden dankzij een aantrekkende productiviteit? Het blijft een dubbeltje op zijn kant, maar voor het eerst in lange tijd heeft een rooskleurig scenario een behoorlijke kans op slagen.