De vakantie is voorbij en de economen die een recessie voorspellen, lopen elkaar weer voor de voeten. Volgens Georges Ugeux, de Belg die het tot vicepresident van de New York Stock Exchange schopte, gaat het in 2020 gebeuren. Nouriel Roubini, alias Dr. Doom, deelt zijn mening. Ook Nobelprijswinnaar Robert Shiller vindt dat de langdurige expansie van de economie en de aandelenmarkten, samen met de lage rente, de kans op een recessie heel groot heeft gemaakt. Analisten van UBS schatten dat de wereldwijde groei in de volgende zes kwartalen 75 basispunten lager zal liggen: "Een soort wereldwijde recessie, vergelijkbaar met de Europese kredietcrisis en de instorting van de oliemarkt midden jaren tachtig." De omgekeerde rentecurve - de kortetermijnrente is hoger dan de langetermijnrente - kondigt de storm aan, verklaren economen, net zoals is gebeurd bij de negen voorgaande recessies.

Het is zeker dat die voorspellers ooit eens gelijk zullen krijgen. De economie groeit niet permanent, maar sterke en minder sterke groei en zelfs negatieve groei wisselen elkaar af. Hoog- en laagconjunctuur heet dat. Of recessie, als de groei twee opeenvolgende kwartalen negatief is. Of depressie, als het lang aansleept, verwijzend naar de gemoedstoestand van wie de wispelturigheden van de economie moet ondergaan.

De economie blijkt zich voorlopig van al die voorspellingen weinig aan te trekken. Hier en daar sputtert de motor, zoals in Duitsland, dat in het tweede kwartaal een negatieve groei noteerde. Maar de economie lijkt zich weinig te bekommeren om de economische theorieën die al decennialang haar gedrag willen verklaren.

De economische modellen leren dat hoe meer geld in de economie wordt gepompt, hoe sneller de ontwaarderingen oplopen, en dus hoe hoger de inflatie stijgt. De Europese Centrale Bank pompte 2,6 triljoen euro in het Europese financiële systeem van 2014 tot 2018. Dat is 1,3 miljoen euro per minuut over vier jaar. Dat gigantisch verhoogde geldaanbod moet leiden tot een gigantische inflatie. Maar de inflatie gaf nauwelijks een krimp.

Hoge inflatie gaat samen met lage werkloosheid en omgekeerd. Een hoge werkgelegenheid zet druk op de lonen en doet de inflatie stijgen. Ook die curve laat het afweten. De werkloosheid is al decennialang niet meer zo laag geweest. Heel wat landen bereiken wat Keynes een volledige werkgelegenheid noemde. En toch vertaalt zich dat niet in een spectaculaire stijging van de lonen, en dat terwijl de inflatie laag blijft.

Kick af van geld.

Er zijn geen zekerheden meer. Maar zijn die er ooit geweest? Is economie niet bij uitstek een wereld van onzekerheden? Neem beleggingen. De huizenprijzen zijn sterk overgewaardeerd, stelt de Nationale Bank van België. En toch blijven ze stijgen. Waarom? Omdat veel mensen nu eenmaal - excuseer de uitdrukking - zwemmen in het geld (wat niet belet dat heel wat mensen onder de armoedegrens leven). Dat betekent dat ze over geld beschikken dat ze strikt genomen niet nodig hebben om van te leven. Geldcreatie leidt dan ook niet tot meer consumptie.

Geld is niet langer in de eerste plaats een ruilmiddel, maar een waarde op zich geworden. En terwijl geld tot een paar jaar geleden nog een bron van inkomsten was, is dat niet langer het geval: geld baart geen geld meer. Het spook van de negatieve intresten waart door Europa. Dus koopt iedere weldenkende geldbezitter te dure onroerende goederen of overgewaardeerde aandelen, of zoekt hij zijn heil in goud. Gevolg: de prijzen van onroerende goederen, aandelen en goud blijven stijgen.

Moraal van het verhaal: we zitten in een vicieuze cirkel omdat geld zijn functie van ruilmiddel grotendeels heeft ingeruild voor die van oppotmiddel. En van geld - in tegenstelling tot andere goederen - heb je nooit genoeg, zeker niet als de toekomst onzeker is en de pensioenen laag zijn. We zijn geldverslaafd - hoog tijd om af te kicken.

Het nieuwe economische model moet een afkickmodel worden, waardoor geld zijn plaats terugwint als ruilmiddel en de economie niet langer een doel op zich is, maar een middel ten dienste van de mens.