Analisten hielden rekening met een beperktere daling tot 1,5 procent. Energie bleef de belangrijkste component van de inflatie, maar de energieprijzen stegen op jaarbasis nog met 4,6 procent, tegen 7,6 procent in april. De prijsstijging van voeding, alcohol en tabak bleef stabiel op 1,5 procent.

De inflatie blijft in ieder geval opnieuw ver verwijderd van de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB). Die mikt traditioneel op een inflatie van - net geen - 2 procent.

De eerste raming van Eurostat speelt in de kaart van ECB-voorzitter Mario Draghi. Draghi verklaarde eerder deze week dat het te vroeg is om het huidige soepele monetaire beleid bij te sturen. Volgens Draghi is de oplopende inflatie van de voorbije maanden niet structureel, maar vooral een tijdelijk gevolg van het herstel van de olieprijs. Draghi gaf in een toelichting in het Europees Parlement toe dat de economische vooruitzichten voor de eurozone verbeteren, maar rekening houdend met de inflatieverwachtingen op de middellange termijn blijft het huidige soepele monetaire beleid nog steeds gerechtvaardigd, aldus de ECB-voorzitter.

ING-econoom Carsten Brzeski wees na de toespraak van Draghi via Twitter op de interne ECB-logica, die het door een dalende inflatie en lagere prognoses onwaarschijnlijk maakt dat de communicatie vanuit de Europese Centrale Bank volgende week verfijnd wordt.