De inflatie in België bedroeg in het eerste kwartaal van dit jaar 2 procent. In de laatste drie maanden van 2018 bedroeg de inflatie nog 2,8 procent. De kerninflatie bleef stabiel op 1,6 procent.

De daling van de inflatie is vooral te wijten aan een daling van het prijsstijgingstempo voor energiedragers en niet-bewerkte en bewerkte levensmiddelen, meldt het Prijzenobservatorium.

In de buurlanden bedroeg de gemiddelde inflatie 1,6 procent. De inflatie in België blijft dus met andere woorden hoger dan bij de buren, maar het verschil verkleint. Elektriciteit en aardgas blijven duurder worden. Zo steeg de elektriciteitsprijs in het eerste kwartaal met 8,6 procent tegenover een jaar eerder. Ook in het laatste kwartaal van vorig jaar stegen de stroomprijzen al met 8,6 procent. Dat is een gevolg van het duurder worden van elektriciteit op de groothandelsmarkten. Aardgas werd dan weer 6,3 procent duurder. In de laatste drie maanden van 2018 werd aardgas zelfs 16,8 procent duurder. Motorbrandstoffen en huisbrandolie werden respectievelijk 4,5 en 6,7 procent duurder.

Levensmiddelen waren in het eerste kwartaal 1,6 procent prijziger dan een jaar geleden. Zuivel was amper duurder (0,4 procent). Eieren en fruit waren zelfs goedkoper dan een jaar geleden. Groenten zijn dan weer duurder dan een jaar geleden. Vooral voor aardappelen moet meer worden betaald: 10,4 procent meer. Dat is een gevolg van de droge zomer, terwijl er vanuit de industrie veel vraag is naar aardappelen.