De groene taxshift die Vlaams minister van Energie Bart Tommelein (Open Vld) heeft aangekondigd, is een stap in de goede richting.
...

De groene taxshift die Vlaams minister van Energie Bart Tommelein (Open Vld) heeft aangekondigd, is een stap in de goede richting. In het interfederale energiepact waaraan de vier Energieministers in dit land werken, zou de intentie worden opgenomen om de lasten te verschuiven van elektriciteit naar gas en vooral olie. Die verschuiving is logisch. De kostprijs om onze energieproductie te vergroenen, wordt nu vrijwel volledig afgewimpeld op de elektriciteitsverbruikers, bijvoorbeeld via groenestroomcertificaten. Terwijl verbruikers van olie en in mindere mate gas meer CO2 uitstoten. Daardoor zijn milieuvriendelijke warmtepompen bijvoorbeeld te weinig rendabel om echt door te breken. Maar de lastenverschuiving mag niet tot gevolg hebben dat de prijs van elektriciteit al te drastisch daalt. Tot we erin slagen hernieuwbare energie massaal te oogsten, moet energie-efficiëntie het ordewoord blijven. Niettemin blijft een groene taxshift het plan B. Het plan A is de invoering van een CO2-taks. Die kan gelden voor veel meer sectoren dan voor de energieproducenten alleen. Dat plan ligt naar verluidt nog altijd op de tafel van de ministers, maar botst op een liberaal njet. Sinds het debacle van de turteltaks moet elke nieuwe maatregel die belastingen verhoogt, worden gecompenseerd met een belastingverlaging. Het is verstandig oversubsidiëring te vermijden, maar de mantra om maatregelen te nemen die niemand pijn doen, staat een echte transitie in de weg. Terwijl een hernieuwbaar stroomproductiepark en het halen van klimaatdoelstellingen een verdedigbare beleidskeuze is. Die kan dus ook gedeeltelijk worden gefinancierd met algemene middelen.